In juni 2024 heeft de Hoge Raad meerdere uitspraken gedaan over de manier waarop de Belastingdienst het box 3-inkomen berekent. Deze berekening is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens de uitspraken moet de Belastingdienst het werkelijk rendement op vermogen belasten als dit lager is dan het fictief rendement.
Is het terecht dat over een lijfrente-uitkering een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) betaald moet worden, terwijl deze bijdrage ook al betaald is over het loon waarmee het lijfrentekapitaal is opgebouwd? De staatsecretaris houdt vol van wel.
Het Ministerie van SZW heeft recent de uitkomsten gepubliceerd van de vijftiende meting van de Publieksmonitor Pensioenen, die het vertrouwen, de kennis en het gedrag van burgers ten aanzien van het pensioenstelsel in kaart brengt. Ondanks een lichte terugval in het vertrouwen ten opzichte van het vorige kwartaal, blijft de langjarige trend voorzichtig positief.
Als de Eerste Kamer instemt met de Fiscale Verzamelwet 2026, geldt er vanaf 1 januari 2026 een verplichte btw-vrijstelling voor verschillende vormen van schuldhulpverlening.
De toenemende afhankelijkheid van digitale infrastructuur in de financiële sector brengt structurele risico’s met zich mee. Dat stellen de AFM en DNB in hun gezamenlijke rapport "Digitale afhankelijkheid financiële instellingen" (2024). Dit thema verdient ook aandacht van financieel adviseurs en beleidsmakers in het domein van consumentenadvies, hypotheekverstrekking en vermogensbeheer.
In deze zaak stond de vraag centraal of ING Bank N.V. terecht twee negatieve BKR-registraties had geplaatst op naam van een consument: een achterstandscode (A) en een bijzonderheidscode 2 (opeising). De consument vorderde verwijdering van deze registraties, die zijn financiële toekomst aanzienlijk belemmerden. De kernvraag was of de bank voldoende had gecommuniceerd over deze registraties en of de registraties technisch correct waren geplaatst.
De NHG hanteert per 1 januari 2026 een vernieuwde versie van haar “Voorwaarden en Normen” (V&N). Deze wijzigingen zijn relevant voor hypotheekadviseurs, kredietverstrekkers en andere professionals in de eigen-woningfinanciering, en raken aspecten van toetsing, woningtypen, verhuursituaties, waardebepaling en meer.
In deze zaak draait het om een kort geding waarin de hypotheekhouder van een woning vordert dat de schuldenaren (de voormalige eigenaren) hun medewerking verlenen aan de levering van de woning aan een koper, na een onderhandse executieverkoop. De centrale juridische vraag is of de schuldenaren verplicht zijn om mee te werken aan het passeren van de leveringsakte ondanks hun bezwaren.
In deze zaak draait het om een conflict tussen twee voormalige partners die informeel hebben samengewoond. Na de relatiebreuk eist de vrouw (appellante) een financiële vergoeding voor investeringen die zij heeft gedaan in de woning van haar ex-partner (geïntimeerde), evenals terugbetaling van geldbedragen en compensatie voor andere kosten. De centrale juridische vraag luidt: kan een informeel samenlevende partner aanspraak maken op vergoeding van investeringen in de woning van de ander, zonder formele afspraken?
In deze Kifid-uitspraak stond de zorgplicht van een financieel adviseur centraal bij de begeleiding van een stel dat een woning wilde kopen én verbouwen. De consumenten stelden dat zij door gebrekkige communicatie en foutieve aannames van de adviseur geconfronteerd werden met financiële schade, vertragingen en stress. De zaak werpt belangrijke vragen op over de reikwijdte van de zorgplicht van hypotheekadviseurs.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.