MijnFintool

Nieuws

Leegstandbelasting: art. VIIIA Fiscale verzamelwet 2026 nu écht in werking – gemeenten kunnen aan de slag

Wie dacht dat de “leegstandbelasting” al geregeld was, zat er nét naast. De grondslag stond wel al in de Fiscale verzamelwet 2026, maar het laatste ontbrekende puzzelstuk was de inwerkingtreding van artikel VIIIA. Met Stb. 2026, 58 is die inwerkingtreding nu vastgesteld: artikel VIIIA treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst. Omdat dit Staatsblad is uitgegeven op 20 maart 2026, is de inwerkingtreding daarmee 21 maart 2026.

Wat is er precies in werking getreden?
Artikel VIIIA voegt een nieuw artikel 221a toe aan de Gemeentewet. Kort gezegd: het geeft gemeenten de bevoegdheid om een leegstandbelasting te heffen op woningen die langer dan 12 maanden “leegstaan”. De kern van art. 221a Gemeentewet:

  • Het gaat om woningen in de zin van de Leegstandwet;
  • Alleen als die woning langer dan twaalf maanden leegstaat;
  • De gemeente kan (dus: hoeft niet) dan een belasting heffen van degene die op 1 januari het genot heeft krachtens eigendom/bezit/beperkt recht;
  • De gemeente bepaalt zelf de heffingsmaatstaf (bijv. vast bedrag, oplopend tarief, of gekoppeld aan WOZ).

“Leegstaan”: brede definitie
Cruciaal is dat art. 221a Gemeentewet niet zélf uitlegt wat leegstand is, maar verwijst naar de Leegstandwet. Daar staat (artikel 1, onderdeel d) de definitie die jij ook al aanhaalt:

leegstaan: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn, alsmede gebruik dat kennelijk is bedoeld om afbreuk te doen aan de werking van de wet.

Die definitie is inderdaad ruim. In de praktijk kan dat vragen oproepen rond situaties waarin een woning “feitelijk” leeg is, maar:

  • wel te koop staat (bezichtigingen, tijdelijke inrichting);
  • in een verbouwing/renovatie zit;
  • onderdeel is van een nalatenschap;
  • of (de bekende) “administratieve leegstand” door BRP-/energiegegevens.

Was dit bedoeld voor te koop staande woningen?
De toelichting bij het gewijzigde amendement laat vooral de bedoeling zien: leegstand terugdringen door eigenaren te prikkelen om te verkopen of te verhuren. Het amendement noemt daarbij cijfers van 180.000 leegstaande woningen, waarvan >60.000 langer dan een jaar (en “na energiecorrectie” >30.000) en verwijst naar het Vlaamse voorbeeld waar eigenaren doorgaans “snel in actie komen” om te verkopen/verhuren.

De leegstandbelasting is primair een stimulans om woningen weer beschikbaar te maken voor bewoning. Tegelijk: de wettekst zelf maakt géén expliciete uitzondering voor “te koop staande woningen”. Het is dus aan gemeenten (en uiteindelijk rechterlijke toetsing) hoe zij:

  • “leegstaan” invullen in de verordening,
  • uitzonderingen formuleren (bijv. renovatie, overlijden, verkooptraject),
  • en handhaving onderbouwen (bijv. met BRP/energie-indicatoren).

Wat betekent dit voor adviseurs en klanten (eigen woning en vastgoed)?
Dit is geen rijksbelasting, maar een gemeentelijke belastingbevoegdheid. De impact komt dus pas als een gemeente een verordening leegstandbelasting vaststelt met tarief/heffingsmaatstaf en uitvoeringsregels. Praktische aandachtspunten:

  1. Eigen woning die (tijdelijk) leeg komt te staan
    Denk aan scheiding, emigratie, overbrugging tussen koop/verkoop, of langdurige verbouwing. Als leegstand >12 maanden dreigt, kan in bepaalde gemeenten een extra kostenpost ontstaan (afhankelijk van lokale regels).
  2. Nalatenschap / “woning blijft leeg”
    Erfgenamen die niet snel kunnen verkopen (juridisch/markt/onderhoud) kunnen in een gemeente met leegstandbelasting geconfronteerd worden met extra druk om te versnellen.
  3. Beleggingswoning of tweede woning
    Leegstand als strategie (“wachten op betere markt”) wordt juist geraakt door het instrument. Zeker als de gemeente de maatstaf koppelt aan WOZ of een oplopend tarief kiest.
  4. Definitiekwesties: ‘in gebruik’
    Het risico zit niet alleen in “niemand woont er”, maar in de vraag of er krachtens recht gebruik is. Een verordening kan bijvoorbeeld strenger zijn op (schijn)gebruik dat de werking ondermijnt.

Wat nu?

  • De juridische basis is er per 21 maart 2026.
  • Het is nu wachten op lokale besluitvorming: gemeenten moeten zelf kiezen óf en hoe zij dit instrument inzetten (met maatwerk, uitzonderingen en handhavingspraktijk).

Modules & dossiers

Opvoerdatum

22 mrt 2026

Laatst gewijzigd

22 mrt 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1