Bankhelpdeskfraude is inmiddels een bekende fraudevorm: een oplichter doet zich voor als bankmedewerker en manipuleert de klant om “veiligheidsstappen” te zetten, waardoor de fraudeur juist toegang krijgt en geld wegsluist. De kernvraag in deze uitspraak: wanneer is het gedrag van het slachtoffer zó verwijtbaar dat sprake is van ‘grove nalatigheid’ (art. 7:529 BW), waardoor de bank niet (volledig) hoeft terug te betalen?
Deze uitspraak is extra relevant omdat de Commissie van Beroep expliciet aangeeft hiermee terug te komen van een eerdere lijn (o.a. uitspraak 2025-0012).
De Tweede Kamer heeft op 21 april 2026 het wetsvoorstel 36.783 aangenomen: de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.
De nieuwe Wet werkelijk rendement box 3 moet vanaf 2028 het forfait definitief vervangen. Maar juist het aanwasdeel (belasting over ongerealiseerde waardestijgingen) blijft politiek en juridisch het heetst: wanneer wordt belastingheffing zónder kasstroom een “individuele en buitensporige last” onder het EVRM? Kamervragen van Hoogeveen (JA21) en de Nota naar aanleiding van het tweede verslag geven een inkijk in waar de pijn zit – én waar het kabinet denkt te kunnen bijsturen.
Volgens Kamerstuk 36 748 van 27 april 2026 (Nota n.a.v. het tweede verslag) en Kamerbrief/Q&A 2026Z05634 van 20 maart 2026 wordt de discussie over de Wet werkelijk rendement box 3 (WWR) steeds meer gedomineerd door twee praktische vragen:
(1) liquiditeit bij belasting over “papieren” waardestijgingen en
(2) de juridische grens van de “individuele en buitensporige last” (art. 1 EP EVRM).
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft besloten de minimumvloer voor de risicoweging van Nederlandse hypothecaire leningen van banken niet opnieuw te verlengen. Het gaat om de zogeheten ‘458-maatregel’ (artikel 458 CRR), vastgelegd in de Regeling risicoweging hypothecaire leningen 2022. De regeling is ingevoerd in januari 2022 en loopt nog door tot en met 30 november 2026.
Vanaf 29 mei 2026 heeft het energielabel een nieuw ontwerp en bevat het meer informatie over de energieprestatie van een woning of gebouw. Via iconen en pictogrammen krijgen woningeigenaren, gebouweigenaren en (ver)huurders meer inzicht in wat zij nu kunnen doen om de woning of het gebouw energiezuiniger te maken. Dit nieuwe energielabel geldt voor labels die vanaf 29 mei 2026 worden geregistreerd. Energielabels die al eerder zijn afgegeven blijven geldig en worden niet aangepast. Het energielabel blijft verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering van woningen en gebouwen.
Op maandag 20 april 2026 heeft het kabinet aangekondigd de woningbouw breed te willen versnellen, met als doel “jaren tijdswinst” te boeken in het traject van planvorming tot oplevering. De aanpak is expliciet meersporig: sneller vergunnen, grootschaliger inzetten op industriële (fabrieksmatige) bouw, én meer woningen halen uit bestaande gebouwen (optoppen, splitsen, ombouwen en woningdelen). Tegelijkertijd wordt ook naar het huursegment gekeken, met maatregelen die het investeringsklimaat voor sociale- en middenhuur moeten verbeteren.
Fiscaal partnerschap is een kernbegrip in de Nederlandse inkomstenbelasting. Voor financieel adviseurs is het essentieel om de regels en optimalisatiemogelijkheden van fiscaal partnerschap goed te beheersen. Dit themanummer gaat uitdrukkelijk over fiscaal partnerschap in de Inkomstenbelasting. De definitie van fiscaal partnerschap in de Successiewet (voor de schenk- en erfbelasting) wijkt op sommige punten af van die in de Inkomstenbelasting.
Het Jaarverslag 2025 van Kifid laat zien dat het financiële klachtenloket opnieuw drukker is geworden: 7.832 ontvangen klachten (ruim +1.800 t.o.v. 2024), terwijl 3.191 klachten inhoudelijk zijn behandeld en afgerond. Van die afgeronde zaken eindigde 1.513 met bemiddeling/schikking en 1.099 met een uitspraak. De gemiddelde behandeltijd kwam uit op 149 dagen en de waardering door zowel consumenten als dienstverleners bleef 7,6.
In een bindend advies van 7 april 2026 (Kifid GC 2026-0327) staat een vraag centraal die in de adviespraktijk vaker terugkomt: moet een tussenpersoon ná afloop van een hypotheekdossier proactief waarschuwen/acteren op het ontbreken van overlijdensdekking (ORV)? Kifid trekt in deze zaak een duidelijke grens: nee, zo ver reikt de zorgplicht in deze omstandigheden niet.
In deze zaak draait het om een klassiek, maar in de praktijk vaak onderschat probleem bij familieleningen en andere onderhandse leningen voor de eigen woning: wanneer is rente aftrekbaar als die niet daadwerkelijk wordt betaald, maar “schuldig blijft” en (volgens de belastingplichtige) wordt bijgeschreven?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.