MijnFintool

Nieuws

Tijdelijk wonen na echtscheiding: huur of gebruiksregeling?

Deze zaak gaat over een veelvoorkomende maar juridisch gevoelige situatie na echtscheiding: één ex-partner blijft tijdelijk wonen in de voormalige echtelijke woning, terwijl de andere ex-partner eigenaar wordt of mede-eigenaar blijft. De centrale vraag is of zo’n afspraak moet worden gezien als huur van woonruimte — met huurbescherming — of als een tijdelijke gebruiksregeling in het kader van de afwikkeling van de huwelijksgemeenschap. Het Gerechtshof Amsterdam geeft hierover een voorlopig oordeel in een tussenarrest van 9 juni 2026.

Feiten van de zaak
Partijen waren gehuwd naar Chinees recht en waren tijdens het huwelijk gezamenlijk eigenaar van een woning. In het echtscheidingsconvenant werd afgesproken dat de woning aan de man zou worden toebedeeld. Omdat de man daardoor werd overbedeeld, zou hij aan de vrouw een bedrag wegens overbedeling betalen. Ook zou de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening worden ontslagen.

Voor het geval de financiering niet zou lukken, bevatte het convenant een alternatief: de woning zou onverdeeld blijven en de vrouw zou maximaal drie jaar in de woning mogen blijven wonen. Tegelijk stond in het convenant dat de vrouw de woning zou “huren” voor € 1.500 per maand en dat partijen nog een aparte huurovereenkomst zouden opstellen.

Later tekenden partijen een Engelstalige “Supplemental Agreement”. Daarin stond onder meer dat de man de woning “for up to 3 years” aan de vrouw zou verhuren en dat de vrouw verplicht was de woning na drie jaar te verlaten. De echtscheiding werd op 24 december 2020 ingeschreven. Begin 2021 kreeg de man financiering, werd de woning aan hem toegedeeld en werd de vrouw uit de hypotheekverplichtingen ontslagen. Sinds 1 februari 2021 betaalde de vrouw maandelijks een vergoeding voor het gebruik van de woning. Na drie jaar vroeg de man haar de woning te verlaten, maar zij weigerde.

De kantonrechter kwalificeerde de rechtsverhouding als huur. In hoger beroep stelde de man dat geen sprake was van huur, maar van een tijdelijke gebruiksafspraak binnen de echtscheidingsafwikkeling.

Juridische vraag
Kwalificeren de afspraken tussen de voormalige echtgenoten als huur in de zin van artikel 7:201 BW, of gaat het om een tijdelijke gebruiksregeling die onderdeel is van de afwikkeling van de huwelijksgemeenschap?

Artikel 7:201 BW omschrijft huur als een overeenkomst waarbij de ene partij een zaak in gebruik verstrekt en de andere partij daarvoor een tegenprestatie levert. Het hof benadrukt dat eerst via uitleg — volgens de Haviltex-maatstaf — moet worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Daarna volgt de kwalificatie: passen die rechten en verplichtingen binnen de wettelijke definitie van huur?

Uitspraak van het Hof
Het hof komt in dit tussenarrest tot een voorshands oordeel: de rechtsverhouding tussen partijen moet vermoedelijk niet worden aangemerkt als huur. Dat is belangrijk, omdat de vrouw zich dan niet zonder meer op huurbescherming kan beroepen.

Het hof erkent dat er huurelementen aanwezig zijn: de vrouw gebruikt een woning en betaalt daarvoor maandelijks een vergoeding. Toch is dat volgens het hof niet doorslaggevend. In bijzondere omstandigheden kan een overeenkomst, ondanks huurelementen, in haar geheel beschouwd toch geen huurovereenkomst zijn. Het hof verwijst daarbij naar de maatstaf uit HR 31 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:167.

Waarom is hier volgens het hof waarschijnlijk geen huur? Omdat de afspraken niet los kunnen worden gezien van de echtscheiding, de verdeling van de huwelijksgemeenschap, de toedeling van de woning, de overbedelingsbetaling en het ontslag uit de hypotheek. Beide scenario’s in het convenant gingen uit van tijdelijk gebruik door de vrouw, maximaal drie jaar. Het hof vindt dat dit beter past bij een tijdelijk exclusief gebruiksrecht tussen voormalige deelgenoten dan bij een nieuwe, zelfstandige huurrelatie.

Ook het gebruik van woorden als “huur”, “huurbedrag” en “rent” is niet beslissend. De afspraken stonden in een breder pakket om de echtscheiding financieel af te wikkelen en finale kwijting te bereiken. Volgens het hof was voor de vrouw duidelijk dat zij maximaal drie jaar mocht blijven wonen en daarna moest vertrekken. Bovendien is de aangekondigde aparte huurovereenkomst nooit ondertekend.

Het hof houdt nog geen eindbeslissing aan. Partijen mogen zich eerst bij akte uitlaten over dit voorlopige oordeel, waarna een mondelinge behandeling zal volgen.

Relevante uitspraken

HR 31 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:167
Dit is de belangrijkste vergelijkbare uitspraak. De Hoge Raad oordeelde over een vaststellingsovereenkomst waarbij volwassen kinderen van een overleden huurder tijdelijk in de woning mochten blijven tegen betaling van een gebruiksvergoeding. Ook daar was de vraag of dit huur was. De Hoge Raad bevestigde dat een overeenkomst met huurelementen in bijzondere omstandigheden toch geen huurovereenkomst hoeft te zijn, bijvoorbeeld als het doel slechts een tijdelijke respijt- of ontruimingstermijn is.

Rb. Midden-Nederland 29 augustus 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3062
Relevant voor het onderscheid tussen huur en bruikleen/gebruiksafspraken. De rechtbank benoemt dat een vergoeding niet altijd automatisch tot huur leidt, maar dat een vergoeding die rechtstreeks verband houdt met het beschikbaar stellen van woonruimte juist wél snel op huur kan wijzen.

Rb. Den Haag 5 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1424
Relevant voor de gebruiksvergoeding tussen deelgenoten. De rechtbank bespreekt dat een partij die exclusief gebruik heeft van een gezamenlijke woning, op grond van artikel 3:169 BW in beginsel een schadeloosstelling/gebruiksvergoeding aan de andere deelgenoot verschuldigd kan zijn.

Rb. Amsterdam 3 mei 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2530
Relevant voor de financiële afwikkeling van een eenvoudige gemeenschap, waaronder kostenverdeling en gebruiksvergoeding bij een gezamenlijke woning.

Rb. Zeeland-West-Brabant 29 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5948
Relevant voor de berekening van een gebruiksvergoeding bij gebruik van een woning na relatiebeëindiging. De rechtbank overweegt dat er geen vaste eenduidige richtlijn bestaat en dat de redelijkheid en billijkheid sterk afhangen van het concrete geval.

 

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

17 jun 2026

Laatst gewijzigd

18 jun 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1