In deze zaak draait het om een klassiek, maar in de praktijk vaak onderschat probleem bij familieleningen en andere onderhandse leningen voor de eigen woning: wanneer is rente aftrekbaar als die niet daadwerkelijk wordt betaald, maar “schuldig blijft” en (volgens de belastingplichtige) wordt bijgeschreven?
Belanghebbende (een vrouw) had (naast bankhypotheken) geld geleend bij twee rechtspersonen van haar vader. Zij betaalde de jaarlijkse rente niet, maar liet die openstaan. In haar aangiften claimde zij toch renteaftrek eigen woning. De Belastingdienst weigerde die aftrek. Het Hof gaf de inspecteur gelijk en de Hoge Raad liet dat oordeel in stand (cassatie ongegrond). (De uitspraken: Hof ECLI:NL:GHARL:2025:5282 en HR ECLI:NL:HR:2026:588 )
Feiten van de zaak
De belangrijkste feiten op een rij:
Juridische vraag
De kernvraag is:
Kan niet-betaalde rente over een eigenwoningschuld toch aftrekbaar zijn, omdat die rente “rentedragend schuldig is gebleven” (bijgeschreven én vervolgens ook zelf weer rente draagt)?
Daarbij speelt de regel uit de Wet IB 2001 dat kosten (zoals rente) aftrekbaar zijn op het moment dat ze betaald zijn óf rentedragend zijn geworden. Het geschil ging dus niet meer zozeer over óf de hoofdsom (gedeeltelijk) eigenwoningschuld was, maar vooral over: is aannemelijk gemaakt dat de schuldig gebleven rente echt rentedragend werd?
Uitspraak van het Hof
Oordeel: geen aftrek (schuldig gebleven rente niet rentedragend geworden)
Het Hof stelt voorop dat de leningen (in elk geval gedeeltelijk) als eigenwoningschuld konden worden gezien, maar dat is niet genoeg. De rente is namelijk niet betaald. Dan is aftrek alleen mogelijk als de rente rentedragend is geworden.
Belanghebbende stelde dat:
Het Hof vindt dat onvoldoende bewezen. Cruciaal is dat de belastingplichtige aannemelijk moet maken dat de afgesproken oprenting (0,7%) daadwerkelijk is uitgevoerd. Het Hof wijst erop dat:
Conclusie Hof: niet aannemelijk gemaakt dat de niet-betaalde rente “rentedragend is geworden” in de zin van art. 3.147 Wet IB 2001 → renteaftrek geweigerd.
Hoge Raad: cassatie ongegrond (art. 81 RO)
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond met toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO: de klachten leiden niet tot vernietiging en behoeven geen nadere motivering. Ook het verzoek om schadevergoeding (redelijke termijn) wordt afgewezen.
Praktische tips
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99