De Tweede Kamer heeft op 21 april 2026 het wetsvoorstel 36.783 aangenomen: de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.
Waar gaat dit wetsvoorstel over?
De kern is een rechtsvermoeden van werknemerschap voor laagbetaalde zelfstandigen. Verdient een zzp’er minder dan de tariefgrens, dan wordt het makkelijker om te stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als de werkende het lage uurtarief aannemelijk maakt, verschuift de bewijslast: de opdrachtgever/werkgevende moet dan aantonen dat er tóch géén arbeidsovereenkomst is. De Eerste Kamer vat het doel helder samen: bescherming van kwetsbare (laagbetaalde) zzp’ers en tegengaan van schijnzelfstandigheid.
Hoe hoog is de tariefgrens nu?
In de communicatie rond dit dossier zie je twee bedragen terug:
Belangrijk: indexatie van de grens is gewijzigd (amendement Neijenhuis)
Een cruciale wijziging is aangenomen via amendement: de tariefgrens wordt niet meer “automatisch” beïnvloed door beleidsmatige aanpassingen van het wettelijk minimumloon (WML), maar sluit aan bij de cao-loonontwikkeling. De bedoeling hiervan is dat een beleidsmatige WML-wijziging (bijv. een politieke verhoging/verandering) niet onbedoeld de tariefgrens “meetrekt”, met alle gevolgen voor de kwalificatie-discussie.
TK-link (amendement): https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/amendementen/detail?id=2026Z07841&did=2026D17678
Waarom is dit relevant voor de praktijk?
Twee aangenomen moties: “Toeslagen-zzp” en werknemersbescherming
Rond dit wetsvoorstel zijn daarnaast (minstens) twee moties relevant:
Deze moties zijn vooral politiek richtinggevend, maar ze geven wél aan waar de gevoeligheden zitten: compensatie bij “overheidsinhuur” én voorkomen dat werknemers door nieuwe kwalificatie-discussies rechten verliezen.
Wat is nu slim om te doen?
Voor opdrachtgevers
Voor zzp’ers
Voor beide
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99