De Nederlandsche Bank (DNB) heeft besloten de minimumvloer voor de risicoweging van Nederlandse hypothecaire leningen van banken niet opnieuw te verlengen. Het gaat om de zogeheten ‘458-maatregel’ (artikel 458 CRR), vastgelegd in de Regeling risicoweging hypothecaire leningen 2022. De regeling is ingevoerd in januari 2022 en loopt nog door tot en met 30 november 2026.
Waar ging deze maatregel ook alweer over?
Banken die hun kapitaaleisen voor hypotheken berekenen met interne modellen (IRB-banken) kunnen – door historisch lage verliezen – uitkomen op relatief lage risicogewichten. DNB vond dat deze uitkomsten het systeemrisico van de Nederlandse woningmarkt onvoldoende weerspiegelden en legde daarom een minimumvloer op voor de gemiddelde risicoweging van de hypotheekportefeuille. Praktisch betekent dit: meer risicogewicht = meer kapitaal aanhouden = minder “vrije” balansruimte. Een vloer werkt dus als een macroprudentiële rem.
Waarom stopt DNB nu met verlengen?
DNB heeft de 458-maatregel geëvalueerd en concludeert dat verlenging “nu niet passend” is. De kern van de argumentatie:
Daarbij benadrukt DNB dat het einde van de 458-maatregel het belang van andere buffers vergroot, met name de contracyclische kapitaalbuffer (CCyB) van 2%, en dat DNB risicogewichten en woningmarktrisico’s blijft monitoren en zo nodig opnieuw kan ingrijpen.
Woningmarkt blijft gespannen
Interessant is dat DNB/AFM in hun Monitor leennormen en financiële stabiliteit 2026 óók aangeven dat de kwetsbaarheden sinds 2013 gemiddeld zijn afgenomen (lagere gemiddelde LTV/LTI), maar dat er tegelijk nieuwe opbouw van risico’s zichtbaar is bij nieuwe leningen, vooral starters. Enkele signalen uit de monitor:
Kortom: de systeemrisico’s nemen volgens DNB af, maar de marktspanning en risicovolle marges bij nieuwe instroom blijven herkenbaar. Dat maakt het beëindigen van de vloer vooral een keuze in instrumentmix: minder via deze specifieke hypotheekvloer, meer via algemene buffers (CCyB) en doorlopend toezicht.
Wat kan dit betekenen voor de hypotheekpraktijk?
Omdat de maatregel alleen ziet op IRB-banken en bovendien pas eind november 2026 afloopt, is dit geen “morgen anders”-bericht. Toch zijn er een paar punten om in de agenda te zetten:
1) Kapitaalruimte en prijsstelling (mogelijk, niet gegarandeerd)
Als een bank door het wegvallen van de vloer minder kapitaal hoeft aan te houden voor dezelfde portefeuille, kán dat (in theorie) ruimte geven voor:
Maar: DNB wijst expliciet op het belang van CCyB 2% en blijft risicogewichten volgen. Dat dempt het idee dat “alles los” gaat.
2) Acceptatiebeleid: focus blijft op LTV/LTI-risico’s bij instroom
De monitor laat zien dat juist bij nieuwe leningen (starters, hoog LTV, maximale leencapaciteit) de kwetsbaarheid toeneemt. (p. 8–9)
Dat is typisch het segment waar acceptatiebeleid en risk appetite het verschil maken. Verwacht dus eerder selectiviteit per klantprofiel dan een brede verruiming.
3) Communicatie richting klant: “macro” vs “persoonlijk”
Voor consumenten is “risicoweging” abstract. Als dit onderwerp speelt in adviesgesprekken (bijvoorbeeld bij vragen over renteniveaus), is een bruikbare vertaling:
Tot slot
De boodschap van DNB is genuanceerd: de hypotheekvloer verdwijnt, maar het toezicht op woningmarktrisico’s niet. Voor de adviespraktijk is dit vooral een dossier om te blijven volgen richting 2026: als concurrentie, renteopslagen of acceptatiecriteria verschuiven, dan zal dat waarschijnlijk gebeuren in de context van buffers (CCyB), marktrisico’s en de ontwikkeling van LTV/LTI-profielen bij nieuwe instroom.
Bron: DNB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99