De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft het standpunt KG:070:2022:3 over de minimale uitkeringsduur bij omzetting van een ingegane oudedagsverplichting (ODV) naar een lijfrenterekening opnieuw gepubliceerd/gewijzigd (laatste update 20 februari 2026). De casus is herkenbaar uit de adviespraktijk: een DGA met een ODV in de BV waarvan de uitkeringen al lopen, wil (de resterende) ODV-waarde geruisloos omzetten in een bancaire lijfrente. En juist dáár ontstaat een uitkomst die voor veel adviseurs “niet uit te leggen” voelt.
Een consument koopt VIP-kaarten voor een concert via de website van Ticketmaster France en betaalt met haar creditcard. Het concert stelt haar zeer teleur, waarna ze de creditcarduitgever ICS vraagt om het totaalbedrag van ruim 3.300 euro aan haar terug te betalen. ICS heeft dat verzoek terecht afgewezen, zo blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak van de Geschillencommissie van Kifid. De consument is ontevreden over het VIP-arrangement en dat is een kwestie tussen haar en Ticketmaster France. ICS is uitsluitend verantwoordelijk voor de betaling van de concertkaarten en heeft deze betaling terecht en correct gedaan.
Op 18 februari 2026 is in de Staatscourant een ministeriële regeling gepubliceerd waarmee de Regeling minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt gewijzigd. Kern: Nederland legt – ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2041 betreffende toereikende minimumlonen – vast welke indicatieve referentiewaarden als richtsnoer worden gebruikt bij de beoordeling van de toereikendheid van het wettelijk minimumloon (WML).
De nationale acceptatieplicht voor contant geld (zoals voorzien in art. 6:113 BW, met een uitvoeringsbesluit met uitzonderingen) zou – volgens de eerdere beleidslijn – per 1 januari 2027 in werking treden. Die planning wordt nu naar achteren geschoven. Niet omdat Nederland de acceptatieplicht niet meer wil, maar juist omdat er Europese wetgeving “aankomt” die hetzelfde onderwerp gaat regelen: de EU-verordening over contant geld als wettig betaalmiddel (in de Kamerbrief aangeduid als het LTCR-voorstel).
In 2016 is een verkeersongeval ontstaan toen een passagier van een motorrijtuig tijdens het rijden aan de handrem trok. Alle inzittenden inclusief de bestuurder die aan het stuur zat, raakten gewond. Een van de passagiers overleed een dag na het ongeval aan zijn verwondingen. De bestuurder die aan het stuur zat sprak de WAM-verzekeraar van het motorrijtuig aan voor de door hem geleden schade. De WAM-verzekeraar wees de claim af omdat er géén dekking is op de verplichte WAM-verzekering voor de schade aan de bestuurder. De vraag was of deze bestuurder nog wel als bestuurder kon worden beschouwd nu een van de inzittenden de besturing had overgenomen door aan de handrem te trekken.
In de Staatscourant is op 20 februari 2026 een ministeriële regeling gepubliceerd waarmee de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 worden vastgesteld voor de categorieën banktegoeden en schulden. Daarnaast worden twee indexatie-omissies hersteld in de Wet LB 1964 en de Belastingwet BES.
De belastingplichtige (hierna: de man) en zijn partner (hierna: de vrouw) hebben op beider naam een kapitaalverzekering eigen woning (hierna: KEW). Het tegoed op de KEW behoort aan beiden voor de helft toe. De man en vrouw scheiden. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man de eigen woning en de eigenwoningschuld (hierna: EWS) krijgt toebedeeld. Die toedeling heeft al plaatsgevonden. De vrouw woont in een huurwoning. Bij de aanbieder heeft nog geen wijziging in de tenaamstelling van de KEW plaatsgevonden. De KEW staat dus nog zowel op naam van de man als de vrouw.
De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is ingegaan in 2017. Het kwam destijds in de plaats van de mobiliteitsbonus. De wet bestaat uit een drietal loonkostenvoordelen voor de werkgever. Door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en een andere uitspraak van de Hoge Raad, wordt de wet aangepast. Dit artikel gaat over die aanpassing.
Volgens een uitspraak van Rechtbank Gelderland (11 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:995) kwalificeren twee door een dga bij zijn eigen BV afgesloten leningen niet als eigenwoningschuld, omdat bij het “oversluiten” contractueel opnieuw een looptijd van 360 maanden werd afgesproken, waardoor – opgeteld met de al verstreken looptijd van de oorspronkelijke banklening – de maximale 360-maandstermijn uit de wet wordt overschreden.
Tijdens het Hypotheken Event op 11 februari deelde AFM-bestuurder Jos Heuvelman de visie van de AFM op de invloed van generatieve AI op de rol van de hypotheekadviseur en de toezichthouder. “In de toekomst wordt het adviesproces dus sneller, consistenter en minder foutgevoelig. Het zwaartepunt verschuift naar een adviseur als regisseur die verantwoordelijkheid draagt over het oordeel van de machine, in plaats van degene die alles zelf produceert.”
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.