Deze zaak gaat over buren in een twee-onder-een-kapwoning die ruzie krijgen over scheurvorming en (mogelijk) funderingsherstel, en vooral over de vraag: wanneer kun je de buurman dwingen om mee te werken en mee te betalen?
Inleiding
Funderingsproblemen zijn voor woningeigenaren al stressvol; het wordt extra ingewikkeld als het probleem (deels) zit in mandelige onderdelen: gedeelde zaken zoals een woningscheidende wand (scheidingsmuur) en—onder omstandigheden—de fundering daaronder. In ECLI:NL:GHARL:2026:774 stond centraal of één buur de ander kon verplichten tot vergaand herstel, waaronder het (laten) uitvoeren van funderingsmaatregelen die óók onder de woning van de andere buur zouden plaatsvinden.
Kernpunt: het hof legt de lat voor “noodzakelijke” vernieuwing/herstel van mandelige zaken (art. 5:65 BW jo. 5:62 BW) duidelijk neer: niet elke zorg of preventieve wens is genoeg.
Feiten van de zaak
Juridische vraag
De centrale vragen waren:
Uitspraak van het hof
Geen “noodzakelijke vernieuwing” (art. 5:65 BW)
Het hof volgt de lijn dat “nodig” geen reëel en acuut gevaar hoeft te betekenen, maar óók geen ruimte laat voor proactief optreden: de noodzaak hangt af van de omstandigheden. Belangrijk: het hof benadrukt dat het moet gaan om een objectief vast te stellen noodzaak; een wens van één partij is onvoldoende.
De nieuwe rapporten van appellanten overtuigden niet. De geconstateerde ontwikkelingen (zoals beperkte scheurtoename) en de rapportpassages over standzekerheid en geringe kans op plotselinge verergering maakten volgens het hof onvoldoende aannemelijk dat funderingsvernieuwing “nu” noodzakelijk was.
Werkzaamheden onder niet-mandelige delen: grenzen aan afdwingen
Partijen waren het erover eens dat alleen het gedeelte onder de woningscheidende wand mandelig was. Appellanten zijn geen mede-eigenaar van funderingsdelen onder de woning van geïntimeerde en kunnen daarom niet vorderen dat zij meewerkt aan werkzaamheden aan die niet-mandelige delen.
Daar kwam een praktisch/technisch punt bij: de gekozen injectiemethode “in W-vorm” maakt dat het bouwkundig onwenselijk is om slechts een klein mandelig deel te injecteren; dat kan juist (grotere) problemen veroorzaken.
Vloerbalken: geen noodzaak voor deskundigenonderzoek
Appellanten wilden een deskundige om te beoordelen of vloerbalken mandelig zijn. Het hof zag daar geen noodzaak voor, mede omdat geïntimeerde al toestemming gaf om (aan de zijde van appellanten) een gat te maken om te kijken of balken doorlopen.
Proceskosten: appellanten verliezen
Het hoger beroep slaagt niet; appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99