MijnFintool

Nieuws

“Finale kwijting, maar toch uitkering: Kifid bevestigt onvermogendekking bij oninbare schadevergoeding”

In Kifid-uitspraak 2026-0284 (bindend advies, 24 maart 2026) staat een vraag centraal die in de praktijk van rechtsbijstandverzekeringen vaak speelt: wanneer moet een rechtsbijstandverzekeraar (of uitvoerder) uitkeren onder de “onvermogendekking” als de wederpartij een rechterlijk vonnis niet betaalt? En: kan een schikking met finale kwijting richting de wederpartij dat recht op onvermogendekking blokkeren?

De zaak is extra leerzaam omdat er meerdere “lagen” in zitten: eerst een dekkingsafwijzing, daarna alsnog dekking en externe advocaat, vervolgens een gewonnen civiele procedure, en tenslotte een discussie over de aanvullende uitkering bij onverhaalbaarheid.

Feiten van de zaak

  • De consument heeft een rechtsbijstandverzekering bij Nationale-Nederlanden; de uitvoering ligt bij DAS (de “uitvoerder”).
  • Hij krijgt een conflict met zijn hypotheekadviseur en meldt dit op 15 januari 2020. De uitvoerder wijst dekking eerst af, waarna de consument zelf een externe advocaat inschakelt.
  • Op 25 september 2020 wordt dekking toch toegekend. De zaak wordt op verzoek van consument uitbesteed aan de externe advocaat met een kostenmaximum van € 25.000. Eerder gemaakte advocaatkosten worden buiten dit maximum vergoed.
  • Op 16 november 2022 wijst de rechter vonnis: de hypotheekadviseur heeft zijn zorgplicht geschonden en is (gedeeltelijk) aansprakelijk. De consument krijgt een vordering van € 19.677,99 + wettelijke rente op de adviseur. De bestuurder is niet aansprakelijk.
  • Op 23 januari 2023 meldt de advocaat aan de uitvoerder dat de wederpartij niet betaalt, dat er volgens de deurwaarder geen vermogensbestanddelen zijn om beslag op te leggen en dat er geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering bekend is. De consument beroept zich op de polisregel dat dan maximaal € 12.500 wordt vergoed.
  • De uitvoerder weigert (onder meer) met het argument dat niet vaststaat dat de wederpartij echt niet kan betalen en wijst ook op het lage resterende kostenmaximum.
  • Op 16 februari 2023 sluit de consument met de wederpartij en haar bestuurder een vaststellingsovereenkomst: de bestuurder betaalt € 6.000 tegen finale kwijting voor zowel de wederpartij als de bestuurder.
  • De consument houdt daarna nog € 13.677,99 onbetaalde schade over (19.677,99 – 6.000). Hij vordert bij Kifid uitkering van € 12.500 onder de onvermogendekking.

Juridische vraag

De centrale vraag voor Kifid is:
Moet de uitvoerder op grond van de polisvoorwaarden (onvermogendekking) € 12.500 uitkeren, nu de wederpartij niet betaalt en er een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting is gesloten? Daaronder zitten twee deelvragen:

  1. Wanneer staat voldoende vast dat de wederpartij “niet kan betalen” (onvermogen / geen verhaal)?
  2. Breekt finale kwijting richting de wederpartij het recht op onvermogendekking richting de verzekeraar/uitvoerder?

Uitspraak van de Geschillencommissie

Toepasselijkheid onvermogendekking: hoe “bewijs” je onvermogen?

De commissie vat de dekking als volgt samen: op grond van de onvermogendekking vergoedt de uitvoerder maximaal € 12.500 van de schade waarvoor de wederpartij aansprakelijk is als:

  • de wederpartij niet kan betalen, én
  • de consument geen andere manier heeft om de schade vergoed te krijgen.

Belangrijk: in die onvermogendekking staat niet precies hoe moet worden vastgesteld dat de wederpartij niet kan betalen. De commissie accepteert in dit dossier als voldoende onderbouwing dat:

  • de deurwaarder en de externe advocaat melden dat er niet wordt betaald en dat er geen vermogensbestanddelen zijn voor beslag, en
  • er geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering bekend is.

De uitvoerder verwees nog naar een e-mail waarin de advocaat aan de consument zou hebben geschreven dat onvermogen “aantoonbaar” moet zijn, maar de commissie vindt dat niet doorslaggevend (o.a. omdat dit niet als standpunt richting uitvoerder gold) en wijst er ook op dat de uitvoerder zélf had bevestigd dat er niet geïncasseerd kon worden.

Conclusie op dit punt: de tegenpartij biedt geen verhaal; de dekking grijpt in.

Finale kwijting in vaststellingsovereenkomst: geen blokkade richting verzekeraar

De uitvoerder stelde: door de schikking met finale kwijting kan de consument geen beroep meer doen op onvermogendekking. De commissie gaat daar niet in mee.

Kifid redeneert:

  • Door finale kwijting heeft de consument inderdaad geen vordering meer op de wederpartij.
  • Maar: de schade is door de vaststellingsovereenkomst niet “omlaag gezet” tot een lager bedrag dan het bedrag uit het vonnis. Met andere woorden: het vonnisbedrag blijft het ijkpunt; de consument heeft na betaling van € 6.000 nog steeds € 13.677,99 schade onbetaald.
  • En omdat al was vastgesteld dat de wederpartij niet kon betalen, heeft de vaststellingsovereenkomst geen invloed op het recht op onvermogendekking.

Beslissing

De vordering wordt toegewezen: de uitvoerder moet € 12.500 uitkeren, plus wettelijke rente vanaf 23 januari 2023.

Bron: Kifidf

Modules & dossiers

Opvoerdatum

08 apr 2026

Laatst gewijzigd

16 apr 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1