Minister Heinen (Financiën) informeert de Tweede Kamer over de bescherming van consumenten bij achteraf betalen. In de Kamerbrief worden aantal moties en toezeggingen behandeld.
Dit wetsvoorstel implementeert de Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (ook bekend als de Consumer Credit Directive II, de ‘CCDII’). Het wetsvoorstel regelt dat vormen van krediet zoals onder andere Buy Now, Pay Later (BNPL), creditcards en ‘rood staan’ bij de bank onder strengere regels gaan vallen. Dit betekent dat voor deze kredietvormen ook de wettelijke waarborgen gelden die voor andere kredieten al bestaan. Zoals een vergunning- of registratievereiste voor de aanbieder en bemiddelaar, een kredietwaardigheidsbeoordeling en de aansluiting bij BKR voor registratie en raadpleging van het krediet. Het wetsvoorstel regelt ook een verbod op het aanbieden van BNPL-krediet aan minderjarigen met een verplichte leeftijdsverificatie.
Vrijwel alle verzekeraars geven aan dat hun sector een belangrijke schakel is in de energietransitie. Ze geven ook invulling aan deze belangrijke rol, ziet de AFM in onderzoek onder schadeverzekeraars. Ze rapporteren veel duurzaamheidskenmerken op particuliere producten, maar minder op de zakelijke. Ruimte voor verbeteren zien wij in het meten van de impact van duurzaamheidskenmerken die verzekeraars hun producten meegeven.
Op 1 mei 2025 heeft relatie zijn woning verkocht. De overwaarde van de woning is inmiddels in zijn geheel ingebracht voor aflossing op de lening! In 2025 is ook een nieuwe woning gekocht met een overbrugging welke op 1 mei 2025 is afgelost. Echter ongeveer de helft is in 2025 afgelost en het restant in 2026. Dit ivm met de eventuele boete bij aflossing. Officieel geldt mijn inziens dan dat ik dit deel als box 3 deel moet aangeven in de aangifte en de kosten in 2025 evenredig moet verdelen. Is dit correct? Of mag ik het geheel in box 1 laten omdat de intentie er is geweest om de overwaarde te besteden aan aflossing?
Als zieke werknemers niet binnen een jaar kunnen terugkeren op het werk, kan vanaf de start van het tweede ziektejaar uitsluitend een plek bij een ander bedrijf worden gezocht. Zo wil het kabinet kleine en middelgrote werkgevers sneller duidelijkheid geven over het kunnen vervangen van een zieke werknemer. Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft het wetsvoorstel hierover naar de Tweede Kamer gestuurd.
Sinds 2013 is een eigenwoningschuld (EWS): een schuld die is aangegaan voor de verwerving, verbetering of onderhoud van de eigen woning en die volgens een contractueel aflossingsschema ten minste annuitair (dus annuitair of lineair) in maximaal 360 maanden wordt afgelost.
In dit Themanummer bespreken we schuld die is aangegaan voor verbetering of onderhoud. Oftewel: de schuld die is aangegaan voor de kosten van een verbouwing. Waaraan moet deze schuld voldoen om te kwalificeren als EWS?
Zo geeft dit document antwoord op vragen zoals:
Waaraan moet een schuld die aangegaan is voor de kosten van een verbouwing voldoen, welke goedkeuringen zijn hiervoor verleend en kan de eigenwoningreserve (EWR) gebruikt worden voor een verbouwing?
Het stelsel voor servicekosten bij woonruimte gaat ingrijpend op de schop: per 1 januari 2027 treden de Wet modernisering servicekosten, het Besluit en de Regeling servicekosten in werking. Het doel: scherp afbakenen welke kosten nog als servicekosten mogen worden doorberekend en hoe je die kosten redelijk berekent.
Het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079) is hét standaardarrest over gevaarzetting binnen de onrechtmatige daad. De kern: wanneer is het (laten) ontstaan van een gevaarlijke situatie zó onzorgvuldig dat de veroorzaker aansprakelijk is voor letselschade?
In dit arrest formuleert de Hoge Raad gezichtspunten (de bekende “Kelderluik-criteria”) om te beoordelen of iemand veiligheidsmaatregelen had moeten treffen.
Op 31 maart 2026 heeft de Tweede Kamer in het tweeminutendebat fiscaliteit meerdere moties aangenomen die vooruitlopen op belangrijke dossiers voor de komende jaren. De rode draad: uitvoerbaarheid, liquiditeit en gelijkheid – met name bij de toekomstige Wet werkelijk rendement box 3 en bij enkele regelingen die in de praktijk knellen (youngtimer, pseudo-eindheffing, administratieve lasten bij o.a. WKR/WBSO).
Steeds meer huiseigenaren dreigen vast te lopen door aangescherpt bankbeleid rond aflossingsvrije hypotheken. Banken passen hun regels snel en vaak zonder duidelijke uitleg aan. Daardoor ontstaan onzekerheid en problemen, ook bij mensen die hun hypotheek al jaren probleemloos kunnen betalen, waarschuwt Vereniging Eigen Huis. Consumenten doen er verstandig aan om nu al in kaart te brengen hoe hun (deels) aflossingsvrije hypotheek eruitziet en wat dat betekent richting pensioen of het moment dat de lening afloopt.
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.