Rechtbank Den Haag heeft beslist dat bij de uitleg van de termijn waarbinnen een verzoek tot (voorlopige) aanslag moet worden ingediend in artikel 30g, vierde lid, AWR de duidelijke wettekst leidend is, en niet een (niet eenduidige) passage uit de parlementaire toelichting.
De hypotheekmarkt startte het jaar met minder aanvragen dan in 2025, maar sloot het eerste kwartaal alsnog in de plus door een sterke piek in de laatste weken van maart. HDN verwerkte 146.814 aanvragen, 3,3% meer dan een jaar eerder. Daarvan hadden 83.378 aanvragen betrekking op de aankoop van een woning (+1,1%) en 63.436 op de niet-kopersmarkt (+6,4%). Een uitzonderlijk drukke slotfase, gedreven door renteverhogingen, zorgde uiteindelijk voor hogere aantallen dan in 2025. Tegelijkertijd vlakte woningwaardes af en nemen regionale verschillen toe. Dit blijkt uit cijfers van HDN (Hypotheken Data Netwerk). De organisatie die zo goed als alle hypotheekaanvragen in Nederland registreert.
In een Kamerbrief van 31 maart 2026 licht staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg toe waarom hij geen aanleiding ziet om persoonlijk pensioenadvies fiscaal onbelast te maken of aftrekbaar te maken in de inkomstenbelasting. De kern: de verplichte keuzebegeleiding binnen de pensioenregeling is al onbelast, maar aanvullend individueel advies levert (meestal) een privévoordeel op en past daardoor niet in het huidige loonbegrip. Bovendien zou een fiscale uitzondering nieuwe ongelijkheid, extra complexiteit en budgettaire derving introduceren.
De samenstelling van de Nederlandse securitisatiemarkt is de afgelopen jaren stevig veranderd, blijkt uit nieuwe cijfers van DNB. Bestond deze voorheen vooral uit woninghypotheken, tegenwoordig is de mix van gesecuritiseerde leningen een stuk breder.
Radar besteedde onlangs aandacht aan de positie van consumenten met een aflossingsvrije hypotheek die het einde van de looptijd naderen. In de uitzending werd gesuggereerd dat veel huishoudens straks mogelijk in de problemen komen omdat banken bij verlenging of herfinanciering strenger toetsen volgens de huidige hypotheeknormen.
Er loopt een internetconsultatie over het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups. Het kabinet wil hiermee twee knelpunten aanpakken die (met name) in de startup/scale-up praktijk spelen: (1) de belastingheffing over werknemersopties en (2) een beter passende definitie van startups/scale-ups voor de box 3-uitzondering in het nieuwe stelsel. Reageren kan tot en met 29 april 2026.
In Kifid-uitspraak 2026-0284 (bindend advies, 24 maart 2026) staat een vraag centraal die in de praktijk van rechtsbijstandverzekeringen vaak speelt: wanneer moet een rechtsbijstandverzekeraar (of uitvoerder) uitkeren onder de “onvermogendekking” als de wederpartij een rechterlijk vonnis niet betaalt? En: kan een schikking met finale kwijting richting de wederpartij dat recht op onvermogendekking blokkeren?
Tot augustus 2004 was er in ons land de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) als basisvoorziening voor zelfstandigen tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Vanaf die tijd is er gespeculeerd over een terugkeer van een dergelijke voorziening. De onderhandelende partijen rondom de Wet Toekomst Pensioen (WTP) hebben hierover in 2019 afspraken gemaakt, al waren zelfstandigen zelf daar niet bij betrokken. Eind maart 2026 is uiteindelijk een wetsvoorstel voor de Wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) naar de Tweede Kamer gestuurd. Er is nog geen zekerheid of de wet in deze vorm wordt aangenomen, maar de mogelijke impact is zodanig, dat het voor de adviseur Inkomen relevant is hier nu al kennis van te nemen.
Deze zaak gaat over buren in een twee-onder-een-kapwoning die ruzie krijgen over scheurvorming en (mogelijk) funderingsherstel, en vooral over de vraag: wanneer kun je de buurman dwingen om mee te werken en mee te betalen?
In Kifid-uitspraak 2026-0261 (bindend advies, 16 maart 2026) draait het niet zozeer om de inhoudelijke kwaliteit van het hypotheekadvies, maar om iets wat in de praktijk minstens zo vaak misgaat: kostencommunicatie. De consument kreeg aan het begin van het traject een financieringsopzet met € 950 advieskosten en € 1.250 bemiddelingskosten (totaal € 2.200). Later werd dat ineens € 3.950 en kwam daar óók nog een aparte dienstverleningsovereenkomst (DVO) van € 28 per maand bij. De kernvraag: mag dat, en zo ja onder welke voorwaarden en met welke bewijsvoering?
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.