De man wil dat voor het geval de rechtbank mocht beslissen dat de vrouw de woning krijgt toebedeeld en het gunstige rentecontract mag overnemen, zij ter compensatie een bedrag van € 38.180 aan hem betaalt. De man stelt dat de wens van de vrouw om de woning over te nemen ertoe zal leiden dat het rentecontract niet meer in twee gelijke delen kan worden gesplitst. Dit heeft tot gevolg dat hij voor het kopen van een woning een nieuw rentecontract moet afsluiten tegen een hogere actuele rente. Omdat de vrouw daarmee economisch in een veel gunstigere positie terechtkomt dan hij, is een schadevergoeding – op basis van redelijkheid en billijkheid – op zijn plaats.
Verkopers vorderen betaling van contractuele boete door koper, omdat koper woning niet heeft afgenomen. Koper stelt dat zij niet (meer) hoefde af te nemen vanwege inroepen financieringsvoorbehoud. De rechtbank oordeelt dat financieringsvoorbehoud niet op tijd en dus niet rechtsgeldig is ingeroepen.
Geldlener (hypotheekgever) en geldverstrekker (hypotheekhouder) hebben een hypotheek gesloten. In de geldleningsovereenkomst is verder een koopoptie en boetebeding opgenomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft een uitspraak gedaan over de berekening van de transitievergoeding van een werknemer die werd ontslagen en die naast zijn maandelijkse brutoloon een omzetafhankelijke provisie ontving. De Raad oordeelt wat de juiste berekeningswijze van de transitievergoeding is.
Een ex-vrouw vordert van haar ex-man een rentecompensatievergoeding bij overname van de woning door de ex-man, waarbij hij gebruik maakt van de verhuisregeling en de hypothecaire lening met lage rente voortzet.
[gedaagden] voeren aan dat er geen plaats is voor schadevergoeding naast de al betaalde contractuele boete. Zij wijzen op artikel 6:92 lid 2 BW. Dat bepaalt dat hetgeen ingevolge een boetebeding verschuldigd is, in de plaats treedt van de schadevergoeding op grond van de wet.
De rechtbank overweegt dat de gegeven feiten en rechtshandelingen erop duiden dat ten aanzien van de schenkingen op 1 november 2018 en 2 november 2018 in samenhang bezien sprake is van de door de wetgever ongewenst geachte vorm van kruislings schenken.
Belanghebbende en zijn echtgenote hebben van hun (schoon)vader een lening verkregen voor de aankoop van een eigen woning met een rente van 7,3%. Volgens de inspecteur is een rente van meer dan 2,75% onzakelijk en hij beperkt de aftrek van rente met betrekking tot de eigen woning tot een bedrag berekend naar dit rentetarief.
Belanghebbende had ten tijde van verkrijging van de woning een andere woning aangekocht. Belanghebbende had de intentie om de woning meer dan zes maanden als hoofdverblijf te gebruiken, heeft daaraan feitelijk gevolg gegeven en er is geen sprake van misbruik of oneigenlijk gebruik.
Een man betaalt een deel van zijn pensioen door aan zijn voormalige echtgenote. Op grond van een tariefmaatregel in de inkomstenbelasting kan hij dit bedrag niet langer aftrekken tegen het (maximale) tarief dat hij over zijn inkomen betaalt. Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Een Consument wenst de factuur voor hypotheekbemiddeling niet te betalen. De Consument stelt dat er geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen, althans de overeenkomst is nietig of vernietigbaar.
In de algemene voorwaarden die op die leningsovereenkomst van toepassing zijn, is een verhuisregeling (hierna: de Verhuisregeling) opgenomen: de vaste rente die hoort bij de lening voor de ‘oude’ woning kan – als is voldaan aan voorwaarden – worden meegenomen naar de lening voor de ‘nieuwe’ woning voor de resterende looptijd van de rentevaste periode.
Toelichting van 27 februari 2025, nr. 2025-0000060065, op het intrekken van het (pro forma) beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 12 december 2024.
Uitleg van het criterium: “anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken”. Dat het gebruik als hoofdverblijf twee jaar na de verkrijging is aangevangen, verhindert in dit geval niet dat het verlaagde tarief kan worden toegepast.
Belanghebbende stelt dat de afkoop van het levensloopsaldo in jaar van uitbetalen (2022) belast dient te worden. De belastinginspecteur denkt daar anders over.
De hardheidsclausule in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen kan worden toegepast in bijzondere situaties. Het gaat dan om situaties waarbij toepassing van de wet “onbillijk uitpakt”.
Na de echtscheiding blijft belanghebbende in de voormalige echtelijke woning wonen. Op basis van het echtscheidingsconvenant neemt belanghebbende ook het deel van de hypotheeklasten van zijn ex-echtgenoot voor zijn rekening.
De rechtbank Noord-Holland heeft 8 februari 2023 een hypotheekadviseur in het ongelijk gesteld en geoordeeld dat de adviseur de zorgplicht omtrent tijdig inroepen van een financieringsvoorbehoud had geschonden. De adviseur is in hoger beroep gegaan.
Een makelaar heeft verkopers niet gewezen op de mogelijkheid om kopers in gebreke te stellen nadat een oorspronkelijke datum voor inroepen financieringsvoorbehoud was verlopen.
Belanghebbende is geregistreerd partner van X. Belanghebbende en X hebben een LAT-relatie en ieder een eigen koopwoning. Belanghebbende is het er niet mee eens dat slechts één van beide woningen in de eigenwoningregeling in box I kan worden opgenomen. Volgens haar is sprake van een ‘trouwboete’.
De wettelijke bepalingen over de arbeidskorting zijn in strijd met het discriminatieverbod in mensenrechtenverdragen doordat een Werkhervattingsuitkering Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (hierna: WGA-uitkering) die rechtstreeks van het UWV wordt ontvangen niet meetelt voor de berekening van de arbeidskorting, terwijl een WGA-uitkering die via de werkgever wordt ontvangen, wel daarvoor meetelt.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Helpdesk en AI assistant.