MijnFintool

Home eigenwoningschuld Getoond 1 tot 10 van 141

Echtscheiding: gevolgen voor de eigenwoningschuld.

Themanummer
Als klanten gaan scheiden (of uit elkaar gaan in het geval van samenwoners) speelt de gezamenlijke eigen woning en de bijbehorende eigenwoningschuld (EWS) een grote rol. Zowel fiscaal als juridisch moeten partners de woning en de bijbehorende EWS formeel verdelen. Zo geeft dit document antwoord op vragen zoals: Wat zijn de gevolgen van echtscheiding/ relatiebreuk voor de eigenwoningschuld van beide ex-partners in zowel de situatie dat de gemeenschappelijke woning wordt verkocht als dat een van ex-partners wordt uitgekocht?

Fiscale partners mogen verdeling eigenwoninginkomsten bij navordering alsnog wijzigen

Kunnen fiscale partners de onderlinge verdeling van inkomsten en aftrekposten uit de eigen woning nog veranderen wanneer hun oorspronkelijke belastingaanslagen al definitief zijn geworden? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag in zijn arrest van 17 juli 2026 bevestigend, mits een navorderingsaanslag is opgelegd en die navorderingsaanslag nog niet onherroepelijk vaststaat. Het arrest betreft een weduwe en de erfgenamen van haar overleden echtgenoot. Zij ontdekten na het overlijden dat in de aangiften inkomstenbelasting over 2018 te veel hypotheekrente was afgetrokken. In herziene aangiften corrigeerden zij niet alleen de hoogte van de aftrek, maar wijzigden zij ook de onderlinge toerekening van de negatieve inkomsten uit eigen woning.

Familieleningen

UPDATE - Rekenmodel - alleen voor abonnees
Het kan voor particulieren aantrekkelijk zijn om aan elkaar eigenwoningleningen te verstrekken. Voor de geldgever (bijvoorbeeld de ouders) valt de vordering in box 3, terwijl voor de geldnemer renteaftrek in box 1 van toepassing is.
Helpdesk
14 jul 2026

Ongehuwde partners met verschillend eigenwoningverleden en een draagplichtovereenkomst

Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld. A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af. B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af. Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000 en willen de woning financieren met een maximale eigenwoningschuld. Ze willen daarbij via een draagplichtovereenkomst het eigenwoningverleden gescheiden houden.  Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd met een draagplichtovereenkomst?

Ongehuwde partners met verschillend eigenwoningverleden en de wettelijke regeling

Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld. A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af. B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af. Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Ze kiezen voor de wettelijke regeling. Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?

Gehuwde partners met verschillend eigenwoningverleden en de wettelijke regeling

Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. Voordat ze dat gaan doen, huwen ze in beperkte gemeenschap van goederen. A en B hebben voordat ze gehuwd waren elk een eigen woning gehad, met een eigenwoningschuld. A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af. B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af. Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?

Eigenwoningschuld; kosten van verbouwing

Themanummer
Sinds 2013 is een eigenwoningschuld (EWS): een schuld die is aangegaan voor de verwerving, verbetering of onderhoud van de eigen woning en die volgens een contractueel aflossingsschema ten minste annuitair (dus annuitair of lineair) in maximaal 360 maanden wordt afgelost. In dit Themanummer bespreken we schuld die is aangegaan voor verbetering of onderhoud. Oftewel: de schuld die is aangegaan voor de kosten van een verbouwing. Waaraan moet deze schuld voldoen om te kwalificeren als EWS? Zo geeft dit document antwoord op vragen zoals: Waaraan moet een schuld die aangegaan is voor de kosten van een verbouwing voldoen, welke goedkeuringen zijn hiervoor verleend en kan de eigenwoningreserve (EWR) gebruikt worden voor een verbouwing?

Jubelton faalt bij kwijtschelding aflossingsvrije familielening

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de éénmalig verhoogde schenkvrijstelling voor de eigen woning niet kan worden toegepast bij kwijtschelding van een aflossingsvrije familielening. De lening was wel gebruikt voor de aankoop van de eigen woning en was ook hypothecair verzekerd, maar kwalificeerde niet als eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a Wet IB 2001. Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de verhoogde vrijstelling.

Eigenwoningschuld; aflossingseis & aflossingsstand

Themanummer
Sinds 2013 is een eigenwoningschuld (EWS): een schuld die is aangegaan voor de verwerving, verbetering of onderhoud van de eigen woning en die volgens een contractueel aflossingsschema ten minste annuitair (dus annuitair of lineair) in maximaal 360 maanden wordt afgelost. Er is dus sprake van een aflossingseis. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een eventuele eigenwoningreserve of aflossingsstand. In dit themanummer bespreken we de aflossingseis en de aflossingsstand. De situatie dat een klant voor 2013 al een EWS heeft (gehad) behandelen we hier niet. Hierover verschijnt een apart themanummer. Ook de situatie dat partners met een verschillend een eigenwoningverleden samen een woning kopen en hiervoor een EWS aangaan, behandelen we hier niet. Hierover verschijnt een apart themanummer. Zo geeft dit document antwoord op vragen zoals: Wat zijn de gevolgen als niet voldaan wordt aan de aflossingseis en wat zijn de gevolgen als de aflossingsstand niet wordt toegepast en welke mogelijkheden zijn er om deze gevolgen teniet te doen?

Standpunt gepubliceerd over gedeeltelijk aflossen BEWS

De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord wat de fiscale gevolgen zijn als een belastingplichtige zijn bestaande eigenwoningschuld in het verleden deels heeft afgelost en hij vervolgens zijn bestaande eigenwoningschuld en eigenwoningschuld oversluit en een nieuwe schuld voor verbouwing aangaat.
Getoond 1 tot 10 van 141. Er zijn meer pagina's.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1