Dit zijn voorbeelden van vragen zoals deze in de praktijk door de AI Helpdesk worden beantwoord.
De Fintool AI helpdesk is specifiek getraind op 36.789 kennisdocumenten en 11.489 bijlagen over fiscale actualiteit, praktijkcasussen en helpdeskhistorie.
Klik het kopje 'Onderzoek' open en bekijk hoe elk antwoord tot stand is gekomen. Welke deelvragen heeft de AI gesteld? Welke zoekacties er zijn gedaan? Welke bronnen zijn overwogen, gelezen en/of gebruikt?
Neem een abonnement om vandaag nog toegang tot de Fintool AI helpdesk te krijgen.
Uitgangspunten
Antwoord
Voor dat leningdeel van € 52.500 mag de contractuele looptijd 360 maanden zijn. Dat volgt uit artikel 3.119a Wet IB 2001: een nieuwe eigenwoningschuld moet ten minste annuïtair of lineair en in ten hoogste 360 maanden volledig worden afgelost. Omdat de eerdere schuld een bestaande eigenwoningschuld onder oud recht was, gold daarvoor geen aflossingsverplichting; daarom hoeft de eerder verstreken periode niet in mindering te komen op de aflossingsduur van de nieuwe annuïtaire lening.
De Belastingdienst maakt datzelfde onderscheid ook expliciet. Als bij een eerdere lening al maanden van een aflossingsverplichting zijn verbruikt, moeten die maanden van de nieuwe aflossingsperiode af; maar dat geldt niet als voor de vorige lening geen aflossingsverplichting gold. Daarnaast is in het besluit Inkomstenbelasting, eigenwoningrente; gevolgen verstreken periode 30-jaarstermijn voor aflossingseis goedgekeurd dat de eerder genoten periode van renteaftrek niet in mindering komt op de periode waarin de schuld moet worden afgelost.
Dus: ja, 360 maanden annuïtair is toegestaan, terwijl de renteaftrek over die € 52.500 slechts nog 166 maanden loopt. Daarna blijft de lening civiel en contractueel gewoon doorlopen, maar de rente over dat deel is vanaf dat moment niet meer aftrekbaar in box 1. De aflossingsduur en de resterende renteaftrekduur lopen hier dus niet synchroon.
Kort weergegeven voor dit leningdeel:
| Onderdeel | Uitkomst | |---|---| | Hoofdsom | € 52.500 | | Toegestane fiscale leenvorm | annuïtair of lineair | | Maximale contractuele looptijd | 360 maanden | | Resterende renteaftrek | 166 maanden | | Na maand 166 | lening loopt door, rente niet meer aftrekbaar |
Alleen als toch nog een aflosstand uit een na 2012 bestaande eigenwoningschuld aanwezig is, kan de aflossingsduur wél korter moeten worden. In uw casus, zoals nu voorligt, is het antwoord daarom: 360 maanden looptijd mag; 166 maanden is alleen de resterende renteaftrekduur, niet de verplichte looptijd.
Controle
Ik heb onderscheid gemaakt tussen aflossingseis en resterende renteaftrekduur, omdat juist daar de vraag over gaat. Ik heb het antwoord gekoppeld aan artikel 3.119a Wet IB 2001, het besluit over de verstreken 30-jaarstermijn en de uitvoeringslijn van de Belastingdienst. Er staan geen verwijzingen in naar interne vindplaatsen; alleen het relevante gezag en de fiscale uitkomst zijn genoemd.
Uitgangspunten
Antwoord
Na een huurperiode van 8 jaar herleeft het oude overgangsrecht niet meer. Artikel 10bis.1, derde lid, Wet IB 2001 bood alleen ruimte om na verkoop en een huurperiode voor ten hoogste het oude bedrag weer als bestaande eigenwoningschuld terug te keren als uiterlijk in het volgende kalenderjaar opnieuw een eigen woning werd gekocht. In deze casus is die termijn ruimschoots verstreken. Dat betekent dat de hele nieuwe box 1-schuld aan de aflossingseis van artikel 3.119a Wet IB 2001 moet voldoen.
Fiscaal moet de nieuwe lening van € 330.425 dus annuïtair of lineair worden ingericht, met een contractuele aflossing in maximaal 360 maanden. Een aflossingsvrij deel past na deze huurperiode niet meer in box 1; dat deel zou dan alleen nog in box 3 vallen en de rente daarop is dan niet aftrekbaar. Het oude recht werkt hier dus niet meer door in de vorm van aflossingsvrij lenen. Het werkt alleen nog door in de resterende duur van de renteaftrek.
Voor de renteaftrek moet u de nieuwe schuld fiscaal in twee sporen lezen. Voor een bedrag gelijk aan de vroegere oude schuld, dus € 52.500, blijft slechts de nog openstaande aftrekduur van 166 maanden over; die termijn begint niet opnieuw op 360 maanden. Voor het meerdere, € 277.925 (€ 330.425 minus € 52.500), geldt bij voldoen aan artikel 3.119a Wet IB 2001 wel een nieuwe renteaftrekduur van 360 maanden. Dat onderscheid volgt uit de toepassing van de 30-jaarstermijn: de teller herstart niet door de nieuwe aankoop.
Praktisch komt het hier dus op neer:
| Leningdeel | Bedrag | Fiscale vorm | Renteaftrek | |---|---:|---|---| | Deel oud spoor | € 52.500 | annuïtair/lineair, max. 360 maanden | nog 166 maanden | | Deel nieuw spoor | € 277.925 | annuïtair/lineair, max. 360 maanden | 360 maanden |
Als u het strak wilt administreren, ligt het voor de hand dit ook als twee leningdelen vast te leggen. Dan zijn de verschillende aftrektermijnen zuiver te volgen. De kern is dus: niet meer aflossingsvrij op oud recht, maar wel voor € 52.500 nog slechts de oude resterende aftrekduur en voor het restant een volledige nieuwe 30-jaarstermijn. Dat is mijns inziens de juiste fiscale inrichting, onder de genoemde aannames.
Controle
Ik heb het antwoord beperkt tot wat voor deze casus geldt: verlies van overgangsrecht na 8 jaar huur, toepassing van artikel 3.119a Wet IB 2001 op de nieuwe lening, en de splitsing tussen resterende oude aftrekduur en nieuwe 30-jaarstermijn. Ik heb de bedragen expliciet gekoppeld aan de door u genoemde gegevens en de aannames benoemd die nog van invloed kunnen zijn. Er staan geen verwijzingen in naar interne vindplaatsen; alleen de wettelijke bepaling en de fiscale uitkomst zijn genoemd.
Klanten gehuwd in gemeenschap van goederen hebben op 1-1-2001 gezamenlijk een eigen woning gekocht. De oorspronkelijke schuld is € 199.663 en dit is een volledige EWS tot 1-1- 2019. De EWS op 1-1-2020 is € 90.756 (door eigen aflossing) en op...
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99
Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.