Het kabinet past het Belastingplan 2027 en de plannen voor box 3 opnieuw ingrijpend aan. De eerder aangekondigde verlaging van het heffingsvrije vermogen in box 3 gaat niet door, de overgang naar een bredere vermogenswinstbelasting wordt uitgesteld tot uiterlijk 2029 en de tarieven in box 2 worden tijdelijk verlaagd. Tegelijk wordt de inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting ruimer toegepast en blijft de aftrek specifieke zorgkosten ook vanaf 2028 bestaan, zij het in sterk aangepaste vorm.
De wijzigingen volgen uit de Kamerbrief Aanpassingen Belastingplan en box 3 van 3 november 2026 en de derde nota van wijziging bij het Belastingplan 2027.
Box 3: geen verlaging heffingsvrij vermogen
Voor belastingplichtigen met box 3-vermogen is de belangrijkste wijziging voor de korte termijn dat een eerder aangekondigde lastenverzwaring wordt geschrapt. Het kabinet wilde de budgettaire kosten van de overgang naar een vermogenswinstbelasting onder meer opvangen door:
Die maatregelen gaan niet door. In de Kamerbrief staat uitdrukkelijk dat de voorgestelde verlaging van het heffingsvrije vermogen, het heffingsvrije resultaat en de aanpassing van het forfait worden geschrapt. Daarmee is de eerdere aangekondigde forse verslechtering voor spaarders en beleggers voor 2027 van tafel.
Vermogenswinstbelasting uiterlijk in 2029
Ook de planning van de Wet werkelijk rendement box 3 verandert opnieuw. In september wilde het kabinet vanaf 2028 een veel groter deel van de bezittingen, waaronder financiële instrumenten, onder een vermogenswinstbelasting brengen. Dat tijdpad blijkt uitvoeringstechnisch te ambitieus.
Het kabinet wil de vermogenswinstbelasting nu uiterlijk per 2029 uitbreiden. Alleen wanneer uit gesprekken met banken blijkt dat invoering eerder mogelijk is, kan dit alsnog per 2028 gebeuren. De novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 wordt hierop aangepast.
Heffingsvrij resultaat blijft € 1.800
Bij invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 verdwijnt uiteindelijk het huidige heffingsvrije vermogen. Daarvoor komt een heffingsvrij resultaat in de plaats. Door het schrappen van de voorgenomen verlaging blijft het eerder voorgestelde heffingsvrije resultaat van € 1.800 per belastingplichtige in stand. Dat onderscheid is belangrijk: € 1.800 is geen vrijgesteld vermogen, maar een bedrag aan rendement dat buiten de heffing blijft.
Box 2 tijdelijk goedkoper
De gewijzigde box 3-plannen moeten elders worden gedekt. Een opvallend onderdeel daarvan is een tijdelijke verlaging van de box 2-tarieven. Het kabinet verwacht dat aandeelhouders daardoor eerder dividend uitkeren, waardoor belastingontvangsten naar voren worden gehaald. Volgens de budgettaire uitwerking gelden van 2027 tot en met 2030 de volgende tijdelijke tarieven:
Daar staat tegenover dat de grens voor excessief lenen bij de eigen vennootschap fors wordt teruggebracht. De grens van € 500.000 wordt vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 verlaagd naar uiteindelijk € 100.000. Voor DGA's kan daardoor aanleiding bestaan om dividenduitkeringen, privéfinanciering en schulden aan de BV opnieuw gezamenlijk te beoordelen.
Inkomstenbelasting: inflatiecorrectie wordt minder beperkt
De derde nota van wijziging geeft inmiddels concreet invulling aan de extra koopkrachtmaatregel. In het oorspronkelijke Belastingplan 2027 zou de wettelijke tabelcorrectiefactor slechts voor 48% worden toegepast. Dat percentage wordt verhoogd naar 59,8%. De volledige wettelijke tabelcorrectiefactor voor 2027 bedraagt 1,026, oftewel 2,6%. Door de beperking tot 59,8% worden de relevante fiscale bedragen per 1 januari 2027 niet met 2,6%, maar met 1,5548% geïndexeerd. De daarbij behorende indexatiefactor wordt 1,015548. Dit werkt onder meer door in:
Voor een specifiek deel van de eerste schijf geldt een afwijkende berekeningswijze. Daar wordt de indexatiefactor 1,011661, oftewel een inflatiecorrectie van 1,1661%. De ruimere toepassing van de tabelcorrectiefactor kost structureel € 347 miljoen per jaar.
Aftrek specifieke zorgkosten blijft bestaan
Een andere duidelijke koerswijziging betreft de aftrek specifieke zorgkosten. In het oorspronkelijke Belastingplan 2027 zou deze regeling per 1 januari 2028 volledig worden afgeschaft. Dat voorstel is ingetrokken.
De aftrek blijft vanaf 2028 zonder vastgestelde einddatum bestaan, maar wordt gerichter vormgegeven. Het kabinet wil de komende jaren wel blijven zoeken naar een alternatief dat de fiscale regeling bij voorkeur uiterlijk in 2030 kan vervangen. De aanscherping bestaat uit twee onderdelen: minder kostensoorten worden aftrekbaar en de inkomensafhankelijke drempel gaat omhoog.
Welke zorgkosten verdwijnen uit de aftrek?
Vanaf 2028 zijn onder meer niet langer aftrekbaar:
Ook ooglaserbehandelingen ter vervanging van een bril of contactlenzen blijven uitgesloten. Andere kostensoorten blijven in beginsel wel aftrekbaar, voor zover aan de voorwaarden wordt voldaan. Daarbij noemt het kabinet onder andere vervoerskosten, dieetkosten, extra kosten voor kleding en beddengoed en reiskosten voor ziekenbezoek.
Ook de drempel wordt hoger
Naast het schrappen van kostensoorten wordt de inkomensafhankelijke drempel verhoogd. Het eerste drempelpercentage stijgt van 1,65% naar 1,7%. Voor het deel van het drempelinkomen boven € 51.411 – bedrag 2026 – stijgt het percentage van 5,75% naar 6,5%.
Het minimumbedrag van € 166 per persoon, of € 332 voor fiscale partners, blijft volgens de nota van wijziging ongewijzigd. Ook de inkomensgrenzen worden met deze wijziging niet aangepast.
Een lagere aftrek kan daarnaast indirect doorwerken in inkomensafhankelijke regelingen. Een hoger verzamelinkomen kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor toeslagen en inkomensafhankelijke eigen bijdragen.
Verlaagd btw-tarief sierteelt voorlopig behouden
Ook de voorgenomen afschaffing van het verlaagde btw-tarief voor sierteelt per 1 januari 2028 wordt uit het Belastingplan 2027 gehaald. De besluitvorming wordt doorgeschoven naar het Belastingplan 2028. Het kabinet gaat er in de budgettaire raming vooralsnog wel van uit dat de maatregel dan alsnog wordt opgenomen.
Adviespraktijk: eerdere berekeningen opnieuw beoordelen
De wijzigingen zijn omvangrijk genoeg om eerder gemaakte berekeningen voor 2027 en latere jaren opnieuw tegen het licht te houden. Voor box 3 vervallen juist enkele eerder aangekondigde lastenverzwaringen. Tegelijk blijft onzeker of de bredere vermogenswinstbelasting in 2028 of pas in 2029 kan starten. Voor DGA's ontstaat een tijdelijke box 2-tariefkans, terwijl excessief lenen juist verder wordt beperkt. Ook voor inkomens- en hypotheekberekeningen is de ruimere indexatie relevant. De derde nota van wijziging maakt duidelijk dat veel fiscale grensbedragen sterker worden geïndexeerd dan in het oorspronkelijke Belastingplan 2027 was voorzien.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99