Dit zijn voorbeelden van vragen zoals deze in de praktijk door de AI Helpdesk worden beantwoord.
De Fintool AI helpdesk is specifiek getraind op 36.789 kennisdocumenten en 11.489 bijlagen over fiscale actualiteit, praktijkcasussen en helpdeskhistorie.
Klik het kopje 'Onderzoek' open en bekijk hoe elk antwoord tot stand is gekomen. Welke deelvragen heeft de AI gesteld? Welke zoekacties er zijn gedaan? Welke bronnen zijn overwogen, gelezen en/of gebruikt?
Neem een abonnement om vandaag nog toegang tot de Fintool AI helpdesk te krijgen.
Uitgangspunten
Antwoord
Hoofdregel
Bij afkoop van een lijfrente wordt de afkoopsom in de inkomstenbelasting betrokken in box 1. De Belastingdienst hanteert daarbij als praktische hoofdregel dat de omvang van de heffing afhangt van de vraag in hoeverre de premies of stortingen in eerdere jaren in aftrek zijn gebracht. Zijn alle premies afgetrokken, dan is de volledige afkoopsom belast. Zijn niet alle premies afgetrokken, dan is niet de volledige afkoopsom belast.
Niet-afgetrokken premies
Als een deel van de premies of stortingen niet in aftrek is gebracht, werkt de Belastingdienst met de saldoverklaring. Die verklaring moet vóór uitbetaling aan de financiële instelling worden verstrekt, zodat die daar bij de inhouding van loonheffing rekening mee kan houden. Zonder die verklaring ligt discussie achteraf voor de hand. Voor de klant is dit dus een essentieel aandachtspunt vóórdat daadwerkelijk wordt afgekocht.
Revisierente: uitgangspunt
Naast inkomstenbelasting is bij afkoop vaak ook revisierente verschuldigd. Volgens de Belastingdienst geldt in 2026 dat revisierente aan de orde is als de afkoopsom meer bedraagt dan € 5.513; in 2025 was dat € 5.429. De revisierente bedraagt maximaal 20% van het belaste deel van de afkoopwaarde; als de uitkomst van de berekening lager is, geldt het lagere bedrag. De revisierente wordt door de belastingplichtige zelf in de aangifte verwerkt.
Kleine afkoop
Valt de afkoop onder de regeling voor kleine lijfrenten, dan is over de afkoopsom wel inkomstenbelasting verschuldigd maar geen revisierente. Voor 2026 geldt die faciliteit als de afkoopsom niet meer bedraagt dan € 5.513. De Belastingdienst past die uitzondering echter niet toe in vier gevallen: als bij dezelfde financiële instelling nog andere niet-ingegane lijfrenten lopen en de gezamenlijke waarde boven de grens uitkomt, als de lijfrente al was ingegaan en al eerder was uitgekeerd, als de jaaropgaaf door niet-afgetrokken premies onder de grens uitkomt terwijl de werkelijke afkoopsom daarboven ligt, of als sprake is van fictieve afkoop.
Oud-regime-lijfrente
De Belastingdienst stelt uitdrukkelijk dat over een oud-regime-lijfrente bij afkoop nooit revisierente wordt betaald. Dat zegt alleen iets over de revisierente; over de inkomstenbelasting zelf blijft de vraag relevant in hoeverre en onder welk regime de aanspraak belast is. Voor een concrete polis is het daarom van belang eerst vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van oud regime. Zonder die kwalificatie kunt u deze uitzondering niet veilig toepassen.
Arbeidsongeschiktheid
Bij afkoop wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid hanteert de Belastingdienst ook een uitzondering op de revisierente. Voor 2026 geldt dat zonder revisierente kan worden afgekocht als de klant de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en het opgenomen bedrag niet hoger is dan € 51.440; is het hoger, dan mag het niet meer bedragen dan het gemiddelde inkomen van de twee voorafgaande jaren, met een absoluut maximum van € 137.800 in 2026. Voor zover boven die grenzen wordt opgenomen, is over het meerdere wel revisierente verschuldigd. De Belastingdienst verlangt daarbij een artsverklaring of aannemelijk bewijs van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Praktische duiding voor uw klant
Voor uw klant komt het dus hierop neer: een reguliere afkoop leidt in beginsel tot box 1-heffing over het belaste deel van de afkoopsom, en daarbovenop meestal tot revisierente. Alleen als de afkoop onder een uitzondering valt — met name kleine afkoop, arbeidsongeschiktheid of oud regime — blijft revisierente geheel of gedeeltelijk achterwege. De Belastingdienst kijkt daarbij strikt naar de feitelijke afkoopsom, de aftrekhistorie van de premies en de vraag of nog andere lijfrenten bij dezelfde instelling aanwezig zijn. Voor adviespraktijk is daarom de eerste stap altijd: regime vaststellen, premieverleden reconstrueren en toetsen of een uitzondering op de revisierente openstaat.
Controle
Ik heb de vraag beantwoord voor Nederland en voor 2026, met onderscheid tussen de inkomstenbelasting en de revisierente. Ik heb de uitvoeringslijn van de Belastingdienst verwerkt en de relevante uitzonderingen benoemd. Ik verwijs nergens naar vindplaatsen of intern materiaal en het antwoord sluit aan op de vraag van een adviseur.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99
Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.