MijnFintool

Nieuws

Box 3: kabinet wil vermogenswinstbelasting voor beleggingen al per 2028

Het kabinet wil de koers voor het nieuwe box 3-stelsel ingrijpend wijzigen. Vanaf 2028 moeten aandelen, obligaties, opties en andere financiële instrumenten niet langer volgens een vermogensaanwassystematiek worden belast, maar volgens een vermogenswinstbelasting. De belasting over waardestijging wordt dan in beginsel pas verschuldigd wanneer die winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.

Daarmee wordt de vermogenswinstbelasting veel sneller en breder ingevoerd dan in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 zoals dat eerder bij het parlement lag. Het kabinet wil de wijziging via een novelle op dat wetsvoorstel regelen. Volgens het kabinet valt hierdoor vanaf 2028 circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder een vermogenswinstbelasting. Voor de resterende vermogensbestanddelen moet in 2030 de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting worden gemaakt.

Van vermogensaanwas naar gerealiseerde winst
Het oorspronkelijke wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 kende vanaf 2028 als hoofdregel een vermogensaanwasbelasting. Daarbij zouden naast rente, dividend en andere reguliere inkomsten ook jaarlijkse waardestijgingen en -dalingen worden meegenomen, óók wanneer bijvoorbeeld aandelen nog niet waren verkocht. Voor onroerende zaken en bepaalde andere bezittingen was al een vermogenswinstregime voorzien.

Juist deze heffing over ongerealiseerde waardestijgingen leidde tijdens de parlementaire behandeling tot veel discussie. Het kabinet kiest nu voor een andere route. Financiële instrumenten worden vanaf 2028 eveneens naar realisatie belast. Daarmee verandert een wezenlijk onderdeel van het wetsvoorstel: voor een belegger wordt niet ieder jaar de koersstijging belast, maar ontstaat de fiscale afrekening in beginsel bij realisatie van die waardestijging.

Fintool schreef eerder al dat het kabinet uiteindelijk wilde doorontwikkelen naar een volledige vermogenswinstbelasting. Toen was echter nog de gedachte dat de vermogensaanwasbelasting vanaf 2028 eerst als tussenstelsel zou fungeren. Het nieuwe voorstel haalt een belangrijk deel van die doorontwikkeling dus naar voren.

Heffingsvrij vermogen in 2027 fors lager
De versnelde omschakeling kost de schatkist in de eerste jaren geld. Voor 2028 en 2029 wordt een budgettaire derving van ruim € 3 miljard per jaar genoemd. Het kabinet zoekt de dekking onder meer binnen box 2 en box 3. Een belangrijke maatregel is de verlaging van het heffingsvrije vermogen in box 3 in 2027 naar € 30.846 per persoon. Dat bedrag correspondeert met het niveau van 2020.

Daarnaast wil het kabinet in 2027 het forfaitaire rendement voor de categorie overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Hieronder vallen onder meer beleggingen en onroerende zaken. Voor cliënten met vermogen net boven de huidige vrijstelling kan 2027 daardoor fiscaal een duidelijk ander beeld geven dan eerder werd verwacht.

Vanaf 2028: € 1.000 heffingsvrij resultaat
Met de invoering van het stelsel van werkelijk rendement verandert ook de systematiek van de vrijstelling. Vanaf 2028 is niet langer sprake van een bedrag aan vermogen dat buiten de heffing blijft. In plaats daarvan komt er volgens het voorstel een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Het onderscheid is belangrijk. De vrijstelling ziet dan op het behaalde rendement en niet op het vermogen zelf. Het kabinet geeft als voorbeeld een spaarder met een rente van 2%. Een resultaatvrijstelling van € 1.000 betekent in dat voorbeeld dat over het rendement op de eerste € 50.000 spaargeld geen box 3-heffing verschuldigd is. Dat betekent echter niet dat € 50.000 een nieuwe algemene vermogensvrijstelling wordt. Bij een hoger rendement wordt de grens waarbij belasting verschuldigd wordt immers eerder bereikt.

Ook box 2 wordt ingezet voor de dekking
De financiering wordt niet uitsluitend in box 3 gezocht. Het kabinet stelt voor het tarief van de tweede schijf van box 2 vanaf 2027 gedurende vier jaar met 1,8 procentpunt te verlagen naar 29,2%. Daarmee wil het kabinet aandeelhouders stimuleren om vermogen uit de eigen vennootschap als dividend uit te keren.

Tegelijkertijd wil het kabinet de ruimte voor excessief lenen bij de eigen bv sterk beperken. De huidige grens bedraagt € 500.000. Het voorstel is deze grens vanaf 2027 stapsgewijs, in vijf stappen van € 80.000, terug te brengen naar uiteindelijk € 100.000. Eigenwoningschulden die voldoen aan de voorwaarden van de regeling blijven volgens het voorstel uitgezonderd. Voor de adviespraktijk is juist die combinatie relevant: tijdelijk een lager box 2-tarief, terwijl tegelijkertijd de mogelijkheid om grote bedragen van de eigen bv te lenen wordt ingeperkt.

2028 is nog geen gelopen race
Hoewel het kabinet expliciet inzet op invoering per 1 januari 2028, is de nieuwe systematiek nog geen geldend recht. De wijziging moet via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 worden aangebracht. Om invoering per 2028 mogelijk te houden, moet de parlementaire behandeling volgens het kabinet vóór het einde van 2026 zijn afgerond. Het kabinet spreekt zelf van een ambitieus tijdpad en wil daarom met spoed advies vragen aan de Raad van State.

Ook de uitvoering verdient aandacht. Banken kunnen volgens de huidige planning in het eerste jaar nog niet alle benodigde informatie voor de vooraf ingevulde aangifte aanleveren. Daardoor zal in 2028 meer van belastingplichtigen zelf kunnen worden gevraagd. De definitieve gevolgen moeten nog blijken uit de uitvoeringstoets van de Belastingdienst.

Voor financieel adviseurs blijft het daarom van belang onderscheid te maken tussen:

  • de huidige box 3-regels en de tegenbewijsregeling;
  • de aangekondigde maatregelen voor 2027;
  • het bestaande wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3;
  • en de wijzigingen die het kabinet nu via een novelle voor 2028 wil doorvoeren.

Vooral voor cliënten met omvangrijke effectenportefeuilles, box 3-vastgoed, vermogen in de eigen bv of grote schulden aan de eigen bv kunnen de verschillen aanzienlijk zijn.

Bronnen: Kamerbrief Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid, 29 september 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Professionele onderbouwing van jouw klantdossier

Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1