In een Kamerbrief van 6 maart 2026 schetst staatssecretaris Eelco Eerenberg de vervolgstappen rond de Wet werkelijk rendement box 3. De kern: de Tweede Kamer stemde al in (12 februari 2026), maar het kabinet onderzoekt nu of het wetsvoorstel – dat inmiddels bij de Eerste Kamer ligt – nog kan worden aangepast om het draagvlak te vergroten. Tegelijk blijft de inzet dat het nieuwe stelsel per 1 januari 2028 in werking treedt, omdat het huidige systeem volgens het kabinet “onhoudbaar” is.
Waar staan we nu?
De Wet werkelijk rendement box 3 maakt het mogelijk om vanaf 2028 in box 3 te heffen over werkelijk rendement (in plaats van de huidige forfaitaire benadering). Het kabinet noemt dit een verbetering, maar benadrukt ook dat dit nog niet het “ideale” eindstelsel is. In de Kamer is bovendien aangedrongen om uiteindelijk door te groeien naar een volledige vermogenswinstbelasting (heffing bij realisatie).
De politieke en maatschappelijke onrust zit vooral op één punt: de vermogensaanwasbelasting (jaarlijks belasten van waardemutaties, ook als niet is verkocht). Dat raakt met name beleggers die geen liquiditeit hebben om belasting te betalen over “papieren winst”.
Twee “aanhaakmomenten” voor aanpassing
Het kabinet ziet grofweg twee sporen:
A. Korte termijn: bijsturen van de wet die nu in de Eerste Kamer ligt
Het kabinet onderzoekt of aanpassingen mogelijk zijn, vooral om de effecten van de aanwas-systematiek per 2028 te verzachten en zo meer draagvlak te creëren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar achterwaartse verliesverrekening van één jaar vanaf 1 januari 2029 (dus: verliezen uit 2029 kunnen dan voor het eerst worden verrekend met inkomen uit 2028). De Belastingdienst brengt momenteel de uitvoerbaarheid/ICT-impact en capaciteit in kaart; als dit niet “inpasbaar” is, kan dat andere projecten verdringen.
Als een wijziging haalbaar is én dekking kan worden gevonden, kan dit meelopen in het pakket Belastingplan 2027, eventueel via een novelle. Belangrijk: budgettaire derving moet volgens de begrotingsregels worden gedekt in het brede vermogensdomein.
B. Middellange termijn: doorontwikkeling naar vermogenswinstbelasting
Naast het “repareren” of verbeteren van de aanwasvariant werkt het kabinet – conform coalitieafspraken – aan invoering van een vermogenswinstsystematiek zo snel mogelijk ná 2028. Daarover volgt vóór de zomer een aparte brief. Het kabinet wijst op de benodigde tijd voor wetgeving, uitvoeringstoetsen, Raad van State, en vooral implementatie door Belastingdienst en financiële instellingen (incl. gegevensuitwisseling).
Strak tijdpad: 2028 blijft het anker
De Eerste Kamer wil het wetsvoorstel zorgvuldig behandelen en heeft o.a. een technische briefing op 17 maart 2026 gepland. De Kamer kan het tijdpad aanpassen, juist omdat het kabinet zelf een wijziging overweegt. Tegelijk zegt het kabinet expliciet: de voorbereiding bij Belastingdienst en financiële instellingen draait al op basis van de aangenomen wet, en doorpakken is nodig om 1 januari 2028 te halen.
Het kabinet kiest nadrukkelijk niet voor “doormodderen” met het huidige systeem tot een vermogenswinstbelasting klaar is. Behalve de inhoudelijke nadelen noemt het kabinet ook een budgettaire tegenvaller van circa € 2,4 mld per jaar bij het huidige stelsel.
Opvallend onderdeel: startups/scale-ups en aandelen(opties)
In de wet is al een uitzondering opgenomen op de aanwas-systematiek voor aandeelhouders/houders van winstbewijzen in startende ondernemingen. Maar de huidige definitie zou onvoldoende passen bij hoe startups en scale-ups in de praktijk werken. Daarom werkt het kabinet (met EZK en de sector) aan een betere definitie die per 1 januari 2028 in de wet moet landen. Er komt bovendien een separaat wetsvoorstel dat in maart ter internetconsultatie wordt gepubliceerd.
Wat betekent dit voor de adviespraktijk?
Een paar concrete aandachtspunten voor 2026–2028:
Cliëntcommunicatie en verwachtingenmanagement
“Aangenomen door de Tweede Kamer” is in box 3 nog geen eindstation. Het kabinet stuurt zelf aan op mogelijke aanpassing tijdens de Eerste Kamerfase/Belastingplanroute. Leg cliënten uit dat de hoofdlijn 2028 blijft, maar dat er nog “knoppen” kunnen worden gedraaid.
Let op verliesverrekening (mogelijk) vanaf 2029
Als de éénjarige carry-back (verlies terug) wordt ingevoerd, kan dit de dynamiek van jaar-op-jaar rendementen veranderen (en beïnvloedt het timing/administratie). Tegelijk is dit expliciet een uitvoeringsvraagstuk bij de Belastingdienst.
Beleggingen met beperkte liquiditeit
De discussie over aanwasheffing gaat in de kern over liquiditeit. Bij cliënten met grote posities in effecten/crypto of illiquide belangen: scenario’s doorrekenen (aanwas vs. realisatie) en tijdig documenteren.
Startups, werknemersparticipaties en opties
Voor cliënten met participaties in startups/scale-ups: volg de consultatie in maart en beoordeel of de nieuwe definitie de doelgroep verruimt. Dit kan relevant zijn voor beloningsstructuren (aandelenopties/ESOP-achtige regelingen).
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99