Hof ’s-Hertogenbosch bevestigt dat een herroeping van een eerdere verhoogde schenking niet zonder meer de weg vrijmaakt voor de volledige eigenwoningvrijstelling. Als de eerdere vrijstelling al is benut en de herroeping vooral fiscaal is ingegeven, blijft de latere vrijstelling beperkt.
Een dochter ontving op 1 april 2009 van haar vader een herroepelijke schenking van € 22.760. In de aangifte schenkbelasting werd destijds een beroep gedaan op de toen geldende éénmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen. De inspecteur kende die vrijstelling toe. In 2017 werd de schenking herroepen, omgezet in een geldlening en vervolgens kwijtgescholden. Daarnaast schonk de vader nog € 80.000. Voor deze schenkingen in 2017 deed de dochter een beroep op de eigenwoningvrijstelling van € 100.000.
De inspecteur accepteerde die volledige vrijstelling niet. Omdat in 2009 al gebruik was gemaakt van de éénmalig verhoogde vrijstelling, resteerde volgens de inspecteur in 2017 nog slechts € 27.650 aan eigenwoningvrijstelling. Daarnaast werd de reguliere ouder-kindvrijstelling van € 5.320 toegepast. De belaste verkrijging kwam daardoor uit op € 69.790.
Geen terugwerkende kracht
Het hof volgt de inspecteur. De herroepelijke schenking uit 2009 kwalificeert als een schenking onder ontbindende voorwaarde. De vervulling van zo’n voorwaarde heeft op grond van artikel 3:38 lid 2 BW geen terugwerkende kracht. De in 2009 toegepaste eenmalig verhoogde vrijstelling blijft dus fiscaal bestaan. Het gevolg is dat de eigenwoningvrijstelling in 2017 terecht is verminderd op grond van artikel 82a SW.
Ook het argument dat de schenking “vrij van belasting” zou zijn gedaan, helpt de dochter niet. Artikel 36 SW wijst de verkrijger aan als belastingplichtige voor de schenkbelasting. Een afspraak dat de schenker de belasting voor zijn rekening neemt, maakt de schenker dus niet tot belastingplichtige.
Goedkeurend beleid: alleen bij niet-fiscale herroeping
Belangrijk is het onderscheid met het goedkeurend beleid voor herroepelijke schenkingen. Dat beleid kan ertoe leiden dat een eerdere herroepen schenking voor de eenmalig verhoogde vrijstelling wordt weggedacht. Maar die goedkeuring geldt alleen als de herroeping niet in overwegende mate fiscaal is gemotiveerd. De Kennisgroep Successiewet heeft dat uitgangspunt eerder ook zo verwoord: bij herroeping om andere dan fiscale redenen kan bij een latere schenking opnieuw een beroep worden gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling.
In deze zaak vond het hof juist dat de herroeping fiscaal was ingegeven. De vader wilde zijn dochter helpen bij de aankoop van een woning, maar dat doel had hij ook kunnen bereiken door in 2017 een aanvullende schenking te doen zonder de schenking uit 2009 te herroepen. De herroeping diende volgens het hof vooral om alsnog een hoger vrijstellingsbedrag te benutten. Dat de dochter mogelijk niet wist van het fiscale motief, maakt niet uit.
Aanslag blijft in stand
Het hoger beroep is ongegrond. De aanslag schenkbelasting 2017 blijft in stand. De herroeping van de schenking uit 2009 maakt niet dat de eerder gebruikte verhoogde vrijstelling alsnog vervalt; daardoor bestaat in 2017 geen recht op de volledige eigenwoningvrijstelling van € 100.000.
Fintool-duiding
Deze uitspraak past in een reeks zaken waarin de rechter kritisch kijkt naar pogingen om de éénmalig verhoogde vrijstelling opnieuw of ruimer te benutten. Voor de adviespraktijk zijn drie aandachtspunten relevant:
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99