MijnFintool

Nieuws

Kamer wil verruiming hypotheekrenteaftrek terugdraaien, terwijl 30-jaarstermijn om beleidskeuze vraagt

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil voorkomen dat de hypotheekrenteaftrek vanaf 2026 feitelijk ruimer wordt. Aanleiding is de motie-Stultiens bij de Voorjaarsnota 2026. In die motie wordt geconstateerd dat het kabinet voornemens is de hypotheekrenteaftrek met € 281 miljoen te verruimen als gevolg van het verhogen van het tweede tarief in box 1. De regering wordt verzocht deze verruiming ongedaan te maken, bijvoorbeeld door het maximale aftrekpercentage te verlagen of door het eigenwoningforfait beperkt te verhogen.

Deze motie kreeg steun van een Kamermeerderheid. Ook coalitiepartijen D66 en CDA steunden de motie van GroenLinks-PvdA; de VVD stemde tegen. Deze verruiming ontstaat doordat de hypotheekrenteaftrek is gekoppeld aan het tarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting, dat in de plannen licht stijgt.

Geen nieuwe aftrekpost, maar een tariefeffect
De discussie gaat niet over een nieuwe aftrekpost, maar over de werking van het maximale aftrekpercentage voor grondslagverminderende posten. Dit maximale aftrekpercentage beweegt mee met het tarief van de tweede schijf. Daarmee kan een verhoging van dat tarief automatisch leiden tot een hoger aftrekvoordeel voor aftrekbare kosten eigen woning.

Daar zit het politieke spanningsveld. Formeel kan worden betoogd dat de systematiek ongewijzigd blijft. Materieel kan de uitkomst echter zijn dat belastingplichtigen met aftrekbare eigenwoningrente meer fiscaal voordeel krijgen. De motie-Stultiens vraagt het kabinet dat effect te neutraliseren.

Rapport 30-jaarstermijn: groter vraagstuk dan alleen tarief
De discussie over het aftrekpercentage staat niet op zichzelf. Het op 9 april 2026 verschenen rapport Onderzoek 30-jaarstermijn Hypotheekrenteaftrek laat zien dat de eigenwoningregeling op een belangrijk punt tegen haar uitvoeringsgrenzen aanloopt. De 30-jaarstermijn geldt sinds 2001 en houdt in dat hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar is in box 1. Na afloop vervalt het recht op hypotheekrenteaftrek in box 1 en gaat een niet-afgeloste lening in beginsel naar box 3. Voor leningen van vóór 2001 loopt de eerste grote groep dus per 1 januari 2031 tegen het einde van de aftrektermijn aan.

De problematiek concentreert zich vooral bij bestaande eigenwoningschulden van vóór 2013. Dit zijn veelal aflossingsvrije hypotheken die onder het overgangsrecht vallen. Volgens het rapport is vaak niet duidelijk of, en zo ja voor welk bedrag, al 30 jaar hypotheekrenteaftrek is genoten. Bij life events zoals samenwonen, echtscheiding, verhuizen en verbouwen wordt dat nog ingewikkelder. Belastingplichtigen moeten vanaf 2031 aannemelijk kunnen maken dat zij nog binnen de 30-jaarstermijn vallen, maar beschikken vaak niet meer over de historische gegevens.

Ook adviseurs en kredietverstrekkers worden geraakt. Dossiers zijn niet altijd volledig, zeker niet bij overstappen naar een andere aanbieder. Daardoor is het moeilijker om passend advies te geven en het resterende recht op hypotheekrenteaftrek juist te beoordelen. Het rapport constateert dat financieel dienstverleners en Belastingdienst daardoor nu al tegen uitvoeringsproblemen aanlopen.

Oplossingsrichtingen: van afschaffen tot verlengen
Het rapport werkt meerdere beleidsrichtingen uit. De meest vergaande variant is het per 2031 beëindigen van hypotheekrenteaftrek voor hypotheken van vóór 2013 zonder overgangsregeling. Andere varianten voorzien in overgangsrecht, bijvoorbeeld behoud van aftrek bij omzetting naar een annuïtair aflosschema, behoud tot 2043, of een geleidelijke afbouw van de aftrek voor bestaande eigenwoningschulden.

De budgettaire verschillen zijn groot. In de overzichtstabel in het rapport varieert het gemiddelde effect over 2031-2042 van een opbrengst van circa € 1,4 miljard per jaar bij beëindiging per 2031 zonder overgangsregeling tot een derving van circa € 1,4 miljard per jaar bij uitstel tot 2043. De afbouwvariant komt uit op een gemiddelde derving van circa € 0,7 miljard per jaar.

Belangrijk is dat sommige varianten de regeling wel eenvoudiger maken, maar tegelijk de fiscale subsidiëring van de eigen woning uitbreiden. Vooral varianten waarbij belastingplichtigen bij verhuizing opnieuw 30 jaar hypotheekrenteaftrek kunnen krijgen, vragen volgens het rapport nader budgettair onderzoek en leiden tot structurele derving.

Twee discussies raken elkaar
De motie-Stultiens en het rapport over de 30-jaarstermijn raken aan dezelfde kernvraag: wil de politiek de hypotheekrenteaftrek ongemoeid laten, beperken of juist uitvoerbaarder maken met mogelijk ruimere gevolgen?

Bij de motie gaat het om een relatief directe reparatie van een tariefeffect van € 281 miljoen. Bij de 30-jaarstermijn gaat het om een structureel uitvoeringsprobleem vanaf 2031. Als niets gebeurt, waarschuwt het rapport voor problemen in de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarbij kunnen gemiste jaarlijkse belastingopbrengsten vanaf 2031 oplopen tot boven de € 100 miljoen doordat burgers bewust of onbewust de 30-jaarstermijn overschrijden.

Voor de adviespraktijk is dit relevant. Bij berekeningen voor 2026 en verder kan niet zonder meer worden aangenomen dat een hoger tweede-schijftarief structureel leidt tot een hoger aftrekvoordeel. Tegelijkertijd moet in adviesdossiers richting 2031 meer aandacht komen voor de resterende duur van de hypotheekrenteaftrek per leningdeel. Dat geldt vooral bij aflossingsvrije leningen, BEWS, oversluitingen, echtscheidingen en partners met verschillend eigenwoningverleden.

Praktische betekenis voor adviseurs
De belangrijkste boodschap voor adviseurs is dat de hypotheekrenteaftrek op twee fronten onzeker is. Op korte termijn kan het maximale aftrekpercentage worden aangepast om de door de Kamer ongewenste verruiming te neutraliseren. Op middellange termijn moet het kabinet een keuze maken over de 30-jaarstermijn.

Leg daarom in dossiers zo veel mogelijk vast: startdatum per leningdeel, kwalificatie als bestaande eigenwoningschuld of nieuwe eigenwoningschuld, eerdere periodes zonder eigen woning, aflossingsstanden, draagplicht en eigendomsverhoudingen. Juist die historische gegevens bepalen of renteaftrek vanaf 2031 nog kan worden onderbouwd.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

13 mei 2026

Laatst gewijzigd

14 mei 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1