Van box 1 naar box 3
Voor nieuwe-regimeschulden is de systematiek relatief duidelijk: een schuld waarvan de maximale looptijd van 360 maanden is verstreken, behoort niet langer tot de eigenwoningschuld. Door de rangorderegeling komt zo’n schuld vervolgens in box 3 terecht. Voor bestaande eigenwoningschulden van vóór 2013 ligt dat gevoeliger, omdat het overgangsrecht vooral is geschreven in termen van renteaftrek gedurende ten hoogste 30 jaar. Toch is de conclusie in de bijdrage dat ook oude eigenwoningschulden na afloop van de 30-jaarstermijn niet langer als eigenwoningschuld kwalificeren en dus naar box 3 verschuiven.
Dat betekent vanaf 2031 voor vóór 2001 aangegane schulden in beginsel: geen aftrekbare kosten eigen woning meer in box 1, maar een schuld in box 3. De betaalde rente werkt dan niet meer als hypotheekrenteaftrek, maar als negatief voordeel in box 3. Juist dat laatste maakt de uitkomst sterk afhankelijk van de vermogenspositie van de klant.
Box 3 bepaalt of de klant erop vooruit of achteruit gaat
De politieke discussie over de 30-jaarstermijn richt zich vaak op het wegvallen van de hypotheekrenteaftrek. Dat is begrijpelijk, maar onvolledig. Wie voldoende positief box 3-inkomen heeft, kan de rente na heretikettering mogelijk effectief in box 3 benutten. Tegelijkertijd komt in box 1 de Wet Hillen in beeld, omdat de eigenwoningrente daar niet langer drukt op het eigenwoningforfait.
In de bijdrage wordt dit geïllustreerd met voorbeelden. Bij een woning van € 600.000, een oude schuld van € 200.000 en 4% rente ontstaat zonder ander box 3-inkomen een forse verslechtering: de eerdere box 1-teruggave maakt plaats voor box 1-heffing over het resterende eigenwoningforfait na Hillen-aftrek. Heeft de klant daarentegen voldoende positief box 3-inkomen, dan kan de rente in box 3 worden verrekend en kan de uitkomst zelfs gunstiger worden dan vóór 2031.
De praktische boodschap is dus: “2031” is geen uniforme lastenverzwaring. Klanten met weinig of geen box 3-inkomen kunnen hard worden geraakt. Klanten met substantieel box 3-vermogen kunnen juist voordeel hebben bij de verschuiving.
Wet Hillen: demping, maar tijdelijk
De Wet Hillen dempt de box 1-heffing nog gedeeltelijk, maar die demping wordt afgebouwd. In de bijdrage wordt voor 2031 gerekend met een Hillen-aftrek van 47,917%. Dat betekent dat in 2031 nog niet het volledige eigenwoningforfait tot heffing leidt, maar vanaf latere jaren loopt die bescherming verder terug. Vanaf 2041 is de Hillen-aftrek volledig verdwenen.
Voor adviseurs is dit relevant bij meerjarenplanning. Een berekening voor alleen 2031 onderschat mogelijk het structurele effect. Naarmate de Hillen-aftrek verder afneemt, wordt het box 1-nadeel voor klanten zonder effectief box 3-rentevoordeel groter.
Extra aandacht voor dga’s: excessief lenen
Een tweede aandachtspunt is de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. Eigenwoningschulden kunnen onder voorwaarden buiten de € 500.000-grens blijven. Maar als een vóór 2001 aangegane eigenwoningschuld vanaf 2031 niet langer als eigenwoningschuld kwalificeert, kan die schuld alsnog meetellen voor de excessief-lenenregeling. De eerste peildatum in 2031 is 31 december 2031.
Dat kan vooral spelen bij dga’s die hun eigen woning bij de bv hebben gefinancierd en daarnaast andere rekening-courant- of beleggingsschulden aan de bv hebben. De bijdrage signaleert bovendien dat parlementaire stukken op dit punt niet geheel eenduidig lijken. Voor de praktijk is daarom extra dossiervorming nodig: wanneer is de lening aangegaan, waarvoor is zij gebruikt, wat is de resterende looptijd en is er voldoende bewijs?
Eerdere Fintool-publicaties
Recent is al gewezen op het uitvoeringsprobleem rond de 30-jaarstermijn: de termijn geldt sinds 2001, maar historische gegevens over startmomenten, verhuizingen, oversluitingen en leningdelen zijn in veel dossiers lastig te reconstrueren. In het artikel van 13 mei 2026 is benoemd dat vanaf 2031 niet-afgeloste leningen in beginsel naar box 3 gaan en dat vooral bestaande eigenwoningschulden van vóór 2013 uitvoeringsproblemen geven.
Ook in de helpdesk is dit onderwerp al concreet teruggekomen. Onder meer - “Vraag invloed EW-verleden na verstrijken 30 jaar”, waarin precies de vraag centraal staat hoe strikt het verstrijken van de 30-jaarsperiode doorwerkt.
Adviespraktijk: nu al inventariseren
Voor de adviespraktijk is het verstandig om niet te wachten tot 2031. Breng per leningdeel in kaart:
– de oorspronkelijke ingangsdatum van de renteaftrek;
– of sprake is van bestaande eigenwoningschuld of nieuwe eigenwoningschuld;
– of en wanneer is overgesloten, verhuisd, bijgeleend of afgelost;
– of er voldoende box 3-inkomen is om rente na heretikettering effectief te benutten;
– of de klant een dga is met schulden aan de eigen bv.
De kern is dat 2031 niet alleen een renteaftrekvraag is. Het is ook een box 3-vraag, een Hillen-vraag en voor dga’s mogelijk een excessief-lenenvraag. Juist die samenloop maakt dat vergelijkbare hypotheken vanaf 2031 tot totaal verschillende fiscale uitkomsten kunnen leiden.