De hypotheekmarkt startte het jaar met minder aanvragen dan in 2025, maar sloot het eerste kwartaal alsnog in de plus door een sterke piek in de laatste weken van maart. HDN verwerkte 146.814 aanvragen, 3,3% meer dan een jaar eerder. Daarvan hadden 83.378 aanvragen betrekking op de aankoop van een woning (+1,1%) en 63.436 op de niet-kopersmarkt (+6,4%). Een uitzonderlijk drukke slotfase, gedreven door renteverhogingen, zorgde uiteindelijk voor hogere aantallen dan in 2025. Tegelijkertijd vlakte woningwaardes af en nemen regionale verschillen toe. Dit blijkt uit cijfers van HDN (Hypotheken Data Netwerk). De organisatie die zo goed als alle hypotheekaanvragen in Nederland registreert.

Recordweken maart trekken kwartaal in de plus
Het kwartaal begon terughoudend, met tot en met week 10 ruim 14% minder aanvragen dan een jaar eerder. In de derde week van maart draaide dit beeld volledig. Oplopende spanningen in het Midden-Oosten en daaropvolgende renteverhogingen zorgden voor een omslag. In week 11 registreerde HDN 22.723 aanvragen: de drukste week ooit. Ook in de weken daarna bleef het aantal aanvragen bovengemiddeld hoog. Deze sterke slotfase zorgde ervoor dat het kwartaal alsnog met groei werd afgesloten.
“De recordweek in maart laat zien hoe gevoelig de markt is voor geopolitieke en renteontwikkelingen. Tegelijkertijd neemt de ongelijkheid tussen starters en doorstromers verder toe. Starters brengen meer eigen geld in, lenen verhoudingsgewijs meer en kopen vaker woningen met een minder gunstig energielabel, wat hun maandlasten verder onder druk zet.”

Woonkloof tussen starters en doorstromers neemt verder toe
De verschillen tussen starters en doorstromers lopen verder op. Deze ontwikkeling wordt zichtbaar in de vernieuwde klantprofielen die HDN in Q1 2026 introduceerde, gebaseerd op actuele marktomstandigheden. Starters brengen steeds meer eigen geld in en lenen verhoudingsgewijs ook meer voor de aankoop van hun woning. Starters brachten gemiddeld € 47.800,- aan eigen middelen in (+6,8% ten opzichte van Q1 2025), terwijl doorstromers met € 32.450,- (-4,4%) juist minder nodig hadden. Tegelijkertijd kopen starters vaker woningen met een lager energielabel: 60% van de starters koopt een woning met label B of lager, tegenover 48% van de doorstromers. Dit verschil werkt door in de financieringslasten. Hypotheken met een hogere lening ten opzichte van de woningwaarde (Loan to Value) kennen een hogere rente. Starters lenen relatief meer en vallen daardoor vaker in een hogere risicoklasse. Daarnaast spelen ook woningkenmerken een rol: woningen met een beter energielabel komen bij sommige geldverstrekkers in aanmerking voor rentevoordeel, terwijl dit bij label D of lager vaak ontbreekt. Voor starters leidt deze combinatie tot hogere maandlasten, waardoor de ongelijkheid tussen starters en doorstromers verder toeneemt.
Niet-kopersmarkt groeit door, maar groei vlakte af
De niet-kopersmarkt groeide met 6,4% naar 63.436 aanvragen, het hoogste niveau sinds 2022. Verhogingen vormden het grootste aandeel met 49.323 aanvragen (+8%). Tegelijkertijd vlakte de groei licht af. Veel verhogingen hangen samen met woningverbeteringen, waarbij verduurzaming vaak een rol speelt.

Regionale verschillen worden groter
De ontwikkeling van de hypotheekmarkt verschilt steeds sterker per regio. Limburg (+8,5%) en Zeeland (+8,1%) lieten duidelijke groei zien, terwijl Drenthe (-2%) en Utrecht (-2,3%) juist een daling noteerden in de kopersmarkt. Niet-NHG starters in Noord-Holland gemiddeld € 580.500,-tegenover gemiddeld € 399.700,- in Friesland. Dit onderstreept de toenemende regionale spreiding in zowel woningprijzen als leencapaciteit.
Woningwaarde stijgt beperkt, markt stabiliseert
De gemiddelde woningwaarde kwam uit op € 517.200,- (+2%), de kleinste stijging sinds 2023. Daarmee zet de afvlakking van de door. Kopers vroegen gemiddeld € 374.400,- aan (+1%).
Bron: HDN
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99