Volgens de uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 7 mei 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1787) gaat het bij deze zaak om de vraag of een toedeling van een woning aan één ex-samenwoner na verbreking van de relatie is vrijgesteld van overdrachtsbelasting, als die woning eerst privé is gekocht, daarna deels aan de partner is overgedragen en vervolgens weer geheel terugkomt bij de oorspronkelijke eigenaar (de zgn. “jojo-toedeling”).
Inleiding
In de praktijk komt het geregeld voor dat partners (ongehuwd) eerst één eigenaar hebben, daarna samen eigenaar worden (bijvoorbeeld om financiering of lasten te delen), en bij het uiteengaan de woning weer bij één van beiden terechtkomt. Fiscaal wringt dit bij de samenwonersvrijstelling in de overdrachtsbelasting: die vrijstelling geldt alleen als aan strikte voorwaarden is voldaan.
Deze uitspraak is leerzaam omdat de rechtbank:
Feiten van de zaak
De feiten zijn (chronologisch) als volgt weergegeven in nieuws- en rechtspraakbronnen:
Juridische vraag
De centrale vraag:
Is de toedeling aan de vrouw bij de verdeling van de gemeenschap vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van de samenwonersvrijstelling (art. 15 lid 1 onderdeel g WBR)?
Subsidiair: moet heffing achterwege blijven wegens strijd met:
Uitspraak van de rechtbank (samenvatting + belangrijkste overwegingen)
Samenwonersvrijstelling: niet van toepassing
De samenwonersvrijstelling vereist o.a. dat de gemeenschap is ontstaan door een gezamenlijke verkrijging. In deze casus kocht de vrouw de woning eerst alleen en droeg pas later een aandeel over. Dat is precies wat in de literatuur en wetsgeschiedenis wordt aangeduid als een jojo-toedeling: het goed gaat “heen en weer”.
De rechtbank zegt: naar de letter van de wet is niet voldaan aan het gezamenlijkheidsvereiste en een uitleg naar doel en strekking helpt niet, omdat de wetgever bij de invoering van de WBR onder ogen heeft gezien dat jojo-gevallen onder de heffing kunnen vallen.
Evenredigheid: beroep faalt
De rechtbank stelt (kort gezegd) dat zij formele wetgeving niet “gewoon” kan toetsen aan evenredigheid, en dat buiten toepassing laten pas kan bij omstandigheden die niet door de wetgever zijn verdisconteerd. Juist omdat jojo-toedelingen door de wetgever zijn voorzien, strandt dit betoog.
Gelijkheid (gehuwden vs samenwoners): geen schending
De vrouw wees erop dat gehuwden bij verdeling van de huwelijksgemeenschap in de overdrachtsbelasting gunstiger uitkomen. De rechtbank vindt echter dat gehuwden en samenwoners hier niet gelijk zijn (o.a. door de wettelijke plichten die het huwelijk meebrengt), en acht het niet evident onredelijk dat de wet voor samenwoners extra voorwaarden stelt.
Eigendomsrecht (art. 1 EP EVRM): wel schending, maar geen rechterlijk herstel
Dit is het opvallendste deel: de rechtbank erkent dat het gezamenlijkheidsvereiste een legitieme anti-misbruikfunctie heeft, maar dat bij een jojo-toedeling het beoogde misbruik niet speelt (de woning komt terug bij degene die hem oorspronkelijk had ingebracht en doorgaans al eerder OVB betaalde). Dan kan het vereiste “overkill” zijn.
Toch draait de rechtbank de heffing niet terug, omdat er meerdere denkbare manieren zijn om het systeem te repareren (bijv. jojo-toedelingen uitzonderen, het vereiste schrappen, of de vrijstelling afschaffen). Dat is volgens de rechtbank een politieke keuze die bij de wetgever hoort. Wel wijst zij op de mogelijkheid van een verzoek aan de Minister via de hardheidsclausule (art. 63 AWR).
Resultaat
Praktische tips (voor de adviespraktijk)
Impact voor financieel adviseurs
Voor adviseurs (met name hypotheek/vermogen/estate planning) is dit een duidelijke waarschuwing:
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99