Geen verlaging LTV-limiet
De CDA-fractie vroeg in het verslag naar de verhouding tussen 100% financiering en financiële stabiliteit. Ook werd gewezen op andere landen, waar de LTV veelal 90% of lager is. De regering antwoordt dat zij niet voornemens is de LTV-limiet aan te scherpen. Daarbij verwijst zij naar de positieve evaluatie van SEO over de hypothecaire leennormen. Wel wordt ingezet op verbetering van de kwaliteit van taxaties, zodat de beschermende werking van de LTV-limiet sterker wordt.
Volgens de minister kan een verlaging van de LTV niet los worden gezien van de Nederlandse context: sociale zekerheid, pensioenopbouw en collectieve risicodekking beperken volgens het kabinet de noodzaak om vooraf veel privaat vermogen op te bouwen voor de eigen woning. Tegelijk erkent de regering dat een lagere LTV financiële-stabiliteitsrisico’s kan beperken, maar dat dit nu vooral starters harder zou raken.
Bouwsparen voorlopig geen beleidsroute
Ook bouwsparen krijgt geen actieve rol. De regering erkent dat bouwsparen huishoudens kan helpen om eigen geld voor aankoop van een woning bijeen te brengen en dat meer eigen inleg bredere risico’s op de huizenmarkt kan beperken. Maar bij een LTV-limiet van 100% is de noodzaak om te sparen voor aankoop van een woning volgens het kabinet beperkt. Bovendien wordt eigenwoningfinanciering fiscaal al ondersteund via aftrekbaarheid van rente en kosten.
De minister houdt wel een opening voor de toekomst: als de maximale LTV later alsnog wordt verlaagd, kan een vorm van bouwsparen aantrekkelijker worden. Dan moet dit volgens de regering worden bezien binnen de bredere fiscale en regulatoire context van de woningmarkt.
Meer data voor DNB
Het wetsvoorstel zelf gaat niet over wijziging van de leennormen, hypotheekrenteaftrek of LTV-limiet, maar over een periodieke rapportageverplichting aan DNB. Banken, bepaalde beleggingsinstellingen, pensioenfondsen en verzekeraars moeten gegevens rapporteren over hypothecaire leningen voor woningen en zakelijk vastgoed. DNB gebruikt die gegevens voor statistiek en financiële stabiliteit.
De huidige grondslag in artikel 9d Bankwet 1998 voldoet volgens de regering niet meer. Die bepaling bevat een verbod om persoonsgegevens uit te vragen. Door digitalisering kan echter niet meer worden uitgesloten dat hypotheekgegevens, bijvoorbeeld vier cijfers van de postcode, geboortejaar en toetsinkomen, in combinatie met andere gegevens tot personen herleidbaar zijn. Daarom wordt een expliciete wettelijke grondslag gecreëerd, met aanvullende privacywaarborgen.
Privacywaarborgen en dataminimalisatie
De gegevens worden gepseudonimiseerd aangeleverd. De pseudonimiseringssleutel mag niet aan DNB worden verstrekt en DNB mag niet overgaan tot re-identificatie. Verder wordt geen geboortedatum gerapporteerd, maar hooguit geboortejaar. Voor personen jonger dan 25 jaar of ouder dan 87 jaar wordt ook geen geboortejaar gerapporteerd. Postcodes worden beperkt tot vier cijfers en kleine postcodegebieden worden uitgezonderd.
De regering benadrukt daarnaast dat de exacte data-attributen in het Uitvoeringsbesluit Bankwet 1998 worden vastgelegd. Daarmee moet worden voorkomen dat DNB ad hoc steeds meer gegevens kan vragen. Nieuwe attributen kunnen alleen worden toegevoegd via wijziging van de AMvB, met onder meer consultatie en advisering.
Voor banken wordt de uitvraag fors kleiner dan nu: bij woninghypotheken van 132 naar 68 attributen en bij zakelijk vastgoed van 134 naar 42 attributen. Voor niet-banken stijgt de set voor woninghypotheken van 32 naar 39 attributen, mede vanwege duurzaamheids- en risicobeoordeling.
Waarom zo’n hoge dekking?
De rapportageverplichting gaat niet voor alle partijen gelden. Via drempelwaarden wil de regering bereiken dat vooral partijen met grotere hypotheekportefeuilles rapporteren. Het doel is een dekking van 95% tot 98% van de hypotheekmarkt. Volgens de regering is een lager percentage, bijvoorbeeld 50% of 70%, onvoldoende representatief voor betrouwbare statistieken en risicoanalyses. Naar verwachting gaat het om circa 45 rapportageplichtige partijen.
Aflossingsvrij blijft aandachtspunt
Een belangrijke reden voor de dataverzameling is het risicoprofiel van de Nederlandse hypotheekmarkt. De nota noemt onder meer het nog altijd grote aandeel aflossingsvrije hypotheken. Volgens de regering bedraagt dit aandeel circa 45% van de totale hypotheekschuld. Dat sluit aan bij eerdere berichtgeving op Fintool over aflossingsvrije hypotheken en de naderende piek aan einddata.
Voor adviseurs blijft dit een praktisch relevant dossier. De combinatie van aflossingsvrije leningdelen, pensioendatum, renteherziening, einddatum en herfinancierbaarheid vraagt om tijdige inventarisatie en vastlegging. De DNB-rapportage verandert de fiscale regels niet, maar kan wel bijdragen aan scherper beleid of toezicht op risicovolle leningkenmerken.
Adviespraktijk: geen directe normwijziging, wel beleidsrelevantie
Voor hypotheekadviseurs is de belangrijkste conclusie dat de 100% LTV-limiet blijft staan. Ook komt er voorlopig geen bouwspaarregeling. Tegelijk laat de nota zien dat hypotheekdata steeds belangrijker worden voor beleid rond financiële stabiliteit, leennormen en macroprudentiële maatregelen.
Dat raakt de adviespraktijk indirect. Dossiers met hoge LTV, maximale LTI, aflossingsvrije leningdelen, beperkte vermogensopbouw of naderende pensioendatum blijven kwetsbaar. Juist omdat het kabinet de toegang tot schuldfinanciering wil behouden, zal de onderbouwing van betaalbaarheid en passendheid in individuele dossiers belangrijk blijven.
Bron: Rijksoverheid