Met onderhavige wetsvoorstel wordt het instrumentarium voor de afwikkeling van verzekeraars herzien. Voorts voorziet het voorstel in een aanpassing van de regeling voor het faillissement van een verzekeraar.
Via een internetconsultatie consultatie worden belanghebbenden geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen en wordt eenieder de mogelijkheid geboden daarop te reageren.
Sinds 1 juli 2015 wordt de hoogte van een WW-uitkering vastgesteld op basis van het zogeheten dagloon. Dit is sindsdien het loon dat in de 261 dagen voorafgaand aan de werkloosheid, is verdiend. Voor bepaalde groepen werknemers resulteerde dit in een (veel) lagere uitkering dan voor diezelfde werknemer als hij vóór 1 juli 2016 werkloos was geraakt.
Dit ‘lek’ in de wet wordt deels gedicht.
In verband met een echtscheiding wordt de helft van de waarde van een stamrecht in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2013) aan de (ex-) echtgenoot/partner toegedeeld. Heeft deze verdeling gevolgen voor de belastingheffing?
De vrijwillige voortzetting is een instrument dat werknemers in staat stelt om na beëindiging van de dienstbetrekking te blijven deelnemen aan het pensioenfonds. Dat is primair bedoeld voor situaties van werkloosheid om de periode te overbruggen totdat de betrokkene in een nieuwe betrekking weer kan deelnemen aan een voor die onderneming of sector geldende pensioenregeling. In sommige pensioenregelingen wordt de vrijwillige voortzetting ook aangeboden als een voorziening gedurende een verlofperiode. Gezien dit gebruiksdoel en met het oog op de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars kende de Pensioenwet een beperking van de vrijwillige voortzetting tot een termijn van drie jaar.
De verzekeraar neemt in de voorwaarden voor een motorrijtuigverzekering een alarmclausule klasse 3 op. De alarminstallatie is niet aangebracht. De Geschillencommissie is van oordeel dat de tussenpersoon veel indringender had moeten wijzen op de gevolgen van de alarmclausule. Alleen vermelding op het polisblad is onvoldoende.
In februari 2016 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een consultatieronde gehouden over voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de vereisten voor vermogensscheiding. Naar aanleiding van de binnengekomen reacties heeft de AFM besloten dat de beleggersgiro als bewaarinstelling kan blijven bestaan. De voorwaarden voor de beleggersgiro en de benaming worden wel aangepast. Hiervoor wordt een nieuwe consultatie gehouden.
Voor zover in cassatie van belang was bij het Hof in geschil of de door belanghebbende betaalde erfpachtcanon op de voet van artikel 3.120, aanhef en lid 1, letter b, Wet IB 2001 aftrekbaar is als kosten met betrekking tot de woning.
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.