Huiseigenaren kunnen met extra aflossen duizenden euro’s rente besparen. Dat blijkt uit een berekening van De Hypotheker. In het gepubliceerde voorbeeld koopt een stel een woning van €450.000, brengt €50.000 eigen geld in en sluit een hypotheek van €400.000 tegen 4% rente. Als zij in de eerste drie jaar telkens €10.000 extra aflossen, levert dat over de looptijd €10.855 minder rentekosten op. Na de eerste extra aflossing dalen de maandlasten met ongeveer €25; na drie jaar loopt dit op tot €77 per maand. Bij zes jaar lang €10.000 extra aflossen komt het berekende rentevoordeel uit op €20.696.
De uitkomst past bij het huidige rentebeeld. Wie spaargeld heeft waarover een beperkte spaarrente wordt ontvangen, vergelijkt dat rendement al snel met de hypotheekrente die kan worden uitgespaard. Daarbij geeft De Hypotheker aan dat 49% van de ondervraagde woningbezitters in de afgelopen vijf jaar één of meer keren extra heeft afgelost. Tegelijkertijd blijft liquiditeit belangrijk: 69% geeft de voorkeur aan financiële flexibiliteit boven versneld aflossen, terwijl bijna één op de drie overweegt om in de komende twaalf maanden extra af te lossen. Voor adviseurs is vooral van belang dat “rente besparen” niet hetzelfde is als “altijd verstandig”. De fiscale en financiële context bepaalt de werkelijke uitkomst.
Bruto voordeel is niet netto voordeel
Bij een eigenwoningschuld in box 1 leidt extra aflossen tot een lagere schuld. De Belastingdienst berekent de eigenwoningschuld voor de aangifte als de eigenwoningschuld aan het begin van het kalenderjaar minus het bedrag dat in dat jaar is afgelost. Minder schuld betekent dus ook minder aftrekbare rente. Het rentevoordeel moet daarom netto worden beoordeeld. Bij aftrekbare hypotheekrente is het voordeel van een aflossing niet de volledige uitgespaarde rente, maar de uitgespaarde rente ná verlies van hypotheekrenteaftrek. In 2026 bedraagt het maximale aftrekpercentage voor de hypotheekrenteaftrek 37,56%.
Daar komt bij dat de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld verder wordt afgebouwd. De Belastingdienst vermeldt dat deze aftrek in 2026 nog 71,867% bedraagt van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Bij een lage of volledig afgeloste hypotheek kan daardoor een deel van het eigenwoningforfait effectief belast blijven.
Welk leningdeel wordt afgelost?
Een extra aflossing moet niet alleen qua bedrag, maar ook qua bestemming goed worden vastgelegd. Fintool behandelde eerder een Kifid-casus waarin consumenten zonder duidelijke omschrijving of vooraankondiging €304.000 overmaakten aan de bank. De bank verwerkte de aflossing naar eigen inzicht over de leningdelen. De les blijft actueel: overleg vooraf met de geldverstrekker en leg vast op welk leningdeel wordt afgelost.
Dat is vooral relevant bij meerdere leningdelen met verschillende rentepercentages, resterende rentevaste perioden, aflosvormen of fiscale etiketten. Aflossen op het leningdeel met de hoogste rente lijkt logisch, maar kan anders uitpakken als dat deel fiscaal anders behandeld wordt of als een ander leningdeel leidt tot een hogere risico-opslag.
Risicoklasse: vraag om aanpassing
Een extra aflossing kan ook voordeel opleveren doordat de schuld-marktwaardeverhouding daalt. De Hypotheker meldt dat 58% extra zou willen aflossen als daardoor de verhouding tussen hypotheekschuld en woningwaarde verbetert en een lagere hypotheekrente mogelijk wordt.
Toch is dit geen automatisme. Fintool publiceerde eerder over een Kifid-uitspraak waarin consumenten vonden dat de bank na extra aflossing uit eigen beweging de risicoklasse had moeten aanpassen. De commissie oordeelde dat geen rechtsregel de bank verplichtte om de rente- of risico-opslag gedurende de rentevastperiode op eigen initiatief te verlagen; volgens de voorwaarden moest de klant daar zelf om vragen.
Adviespunt: controleer na extra aflossing of een lagere tariefklasse mogelijk is en dien zo nodig actief een verzoek in, eventueel met een actuele woningwaarde.
Box 3 en peildatum
Als spaargeld wordt gebruikt voor aflossing, speelt ook box 3 mee. Fintool behandelde eerder een uitspraak waarin een belastingplichtige eind januari een groot deel van haar spaargeld gebruikte om de hypotheek af te lossen. Toch werd voor box 3 aangesloten bij het vermogen op 1 januari. Het gerechtshof stelde de belastingplichtige in het ongelijk. Fintool wees daarbij op het risico bij gesplitste aflossingen rond de jaarwisseling om de boetevrije ruimte per kalenderjaar te benutten. Daarmee is timing onderdeel van het advies. Een aflossing in januari kan financieel logisch zijn, maar voor de box 3-heffing over dat jaar kan het vermogen op 1 januari nog meetellen.
Later opnieuw opnemen?
Een veelvoorkomende misvatting is dat een eenmaal afgeloste eigenwoningschuld later eenvoudig weer kan worden opgenomen met behoud van renteaftrek. Dat is niet vanzelfsprekend. Voor nieuwe leningen vanaf 2013 geldt dat renteaftrek alleen mogelijk is als de lening wordt gebruikt voor de eigen woning en binnen 30 jaar ten minste annuïtair of lineair wordt afgelost.
Wie spaargeld in de stenen stopt, moet er dus rekening mee houden dat dit vermogen niet zonder meer fiscaal geruisloos weer liquide gemaakt kan worden. Een latere opname voor consumptieve besteding valt in beginsel niet in box 1.
Conclusie voor de adviespraktijk
Extra aflossen kan een uitstekend rendement opleveren, zeker bij een relatief hoge hypotheekrente en ruim voldoende liquiditeitsbuffer. Maar het advies hoort verder te gaan dan de vraag “wat bespaart de klant aan rente?”. Beoordeel ook de netto fiscale besparing, het effect op box 3, de resterende buffer, de risicoklasse, de boetevrije ruimte, de bestemming per leningdeel en de mogelijkheid om later opnieuw te financieren.
De beste volgorde is daarom: eerst rekenen, dan voorwaarden controleren, daarna pas aflossen.
Bron: De Hypotheker
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99