In deze zaak van Rechtbank Gelderland draaide het om een herkenbare praktijksituatie bij echtscheiding en verhuizing: de oude eigen woning is al verkocht en geleverd, maar de nieuwe woning wordt pas ná de box 3-peildatum van 1 januari geleverd. De belastingplichtige vond dat de koopsom voor de nieuwe woning op 1 januari niet meer tot haar box 3-vermogen hoorde, omdat zij al verplicht was die koopsom te betalen.
De rechtbank oordeelt anders. Het geld stond op 1 januari nog op haar bankrekening. Dat zij het geld kort daarna moest gebruiken voor de aankoop van de nieuwe woning, maakt het nog geen uitgegeven geld. Ook is de betalingsverplichting uit de koopovereenkomst geen afzonderlijke box 3-schuld, omdat daar een recht op levering van de woning tegenover staat.
Feiten van de zaak
Belanghebbende en haar ex-partner verkochten hun oude woning. De woning werd op 21 oktober 2016 geleverd aan een derde voor een verkoopprijs van € 305.000. Kort daarna, op 28 oktober 2016, sloot belanghebbende een koopovereenkomst voor een appartement voor € 160.000. Deze koopovereenkomst bevatte, afgezien van de wettelijke bedenktijd, geen opschortende of ontbindende voorwaarden.
De levering van de nieuwe woning vond echter pas plaats op 12 januari 2017. De koopsom werd in januari 2017 in drie delen overgemaakt naar de derdengeldrekening van de notaris. Op de peildatum 1 januari 2017 had belanghebbende nog € 181.525 aan bank-, giro- en spaartegoeden, waarvan zij € 177.383 aan zichzelf toerekende.
Belanghebbende wilde de verkoopopbrengst van de oude woning, voor zover bestemd voor de aankoop van de nieuwe woning, buiten box 3 houden. Haar redenering was dat zij economisch gezien al verplicht was de koopsom voor de nieuwe woning te betalen.
Juridische vraag
Moet een bedrag dat op 1 januari nog op de bankrekening staat, maar kort daarna wordt gebruikt voor de levering van een nieuwe eigen woning, worden meegenomen in de rendementsgrondslag van box 3? Daarbij speelde ook de vervolgvraag:
Kan de betalingsverplichting uit de koopovereenkomst voor de nieuwe woning worden aangemerkt als een box 3-schuld?
Uitspraak van de Rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het geldbedrag op de bankrekening een bezitting is in de zin van artikel 5.3 Wet IB 2001. Het begrip “bezittingen” heeft volgens de rechtbank een objectief karakter. Dat betekent dat de herkomst van het geld en het toekomstige bestedingsdoel niet beslissend zijn. Geld dat op 1 januari op een bankrekening staat, heeft waarde in het economisch verkeer en behoort daarom in beginsel tot box 3.
Ook het subsidiaire standpunt van belanghebbende slaagt niet. Zij stelde dat tegenover het banksaldo een even grote schuld stond, namelijk haar verplichting om de koopsom van de nieuwe woning te betalen. De rechtbank volgt dat niet. De koopovereenkomst bestaat namelijk niet alleen uit een betalingsverplichting. Tegenover die verplichting staat ook een recht op levering van de woning. De betalingskant kan dus niet los worden geknipt van de leveringskant.
De rechtbank wijst ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Dat het fiscaal uitmaakt of de woning vóór of na 1 januari wordt geleverd, betekent nog niet dat sprake is van een verboden ongelijke behandeling. De box 3-heffing werkt nu eenmaal met een peildatum.
Het beroep werd uiteindelijk wel gegrond verklaard, maar om een andere reden: tijdens de beroepsfase paste de inspecteur ambtshalve het Besluit rechtsherstel box 3 toe. Daardoor werd het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verlaagd van € 5.712 naar € 365. Daarnaast kreeg belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 5.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Impact voor financieel adviseurs
De uitspraak laat zien dat de klant vaak economisch redeneert: “Ik heb het geld niet echt vrij beschikbaar, want ik moet er mijn nieuwe woning van betalen.” Fiscaal werkt box 3 echter anders. De peildatum is hard. Staat het geld op 1 januari nog op de rekening, dan telt het in beginsel mee. Dat kan onverwachte belastingdruk opleveren, zeker bij klanten die door scheiding tijdelijk over een hoge verkoopopbrengst beschikken.
Voor hypotheekadviseurs betekent dit dat de planning van koop, verkoop, levering, aflossing, overbrugging en notariële betaling niet alleen financieringstechnisch maar ook fiscaal moet worden besproken. De adviseur hoeft niet altijd zelf fiscaal specialist te zijn, maar moet wel signaleren wanneer de klant fiscaal risico loopt en tijdig doorverwijzen.
Belangrijk is ook dat “box 3-optimalisatie” niet te simpel wordt voorgesteld. Het versneld overboeken naar een notaris lost niet altijd alles op. Zoals het Kennisgroepstandpunt laat zien, kan ook een vorderingsrecht op de notaris nog steeds een box 3-bezitting zijn, afhankelijk van het jaar en het toepasselijke wettelijke regime.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99