Kan een negatieve BKR-registratie worden verwijderd voordat de gebruikelijke bewaartermijn van vijf jaar is verstreken, wanneer die registratie de aankoop van een noodzakelijke gezinswoning verhindert?
Die vraag stond centraal in uitspraak 2026-0667 van de Geschillencommissie van Kifid van 10 juli 2026. De zaak ging over een consument die na een succesvol afgerond WSNP-traject financieel weer stabiel was geworden, maar door negatieve BKR-registraties geen hypothecaire geldlening kon verkrijgen. Haar gezin woonde noodgedwongen in een appartement dat voor vijf personen te klein was.
Hoewel de registraties oorspronkelijk terecht waren geplaatst, oordeelde Kifid dat Hoist Finance onvoldoende had aangetoond waarom de registraties nog langer noodzakelijk waren. Het actuele en concrete woonbelang van de consument en haar gezin woog in deze specifieke situatie zwaarder dan het algemene belang van kredietregistratie. Hoist moest daarom zowel de geregistreerde einddatum aanpassen als de negatieve registraties verwijderen.
De uitspraak is vooral relevant voor hypotheekadviseurs, kredietadviseurs en andere financiële professionals die klanten begeleiden met oude betalingsproblemen, een afgeronde schuldsanering of negatieve BKR-coderingen.
Feiten van de zaak
De consument sloot in 2008 samen met haar toenmalige partner een doorlopend krediet van € 50.000 af bij een rechtsvoorganger van Hoist Finance. Al kort daarna ontstonden betalingsproblemen. Per 10 april 2013 werd daarom een achterstandscode A in het Centraal Krediet Informatiesysteem van het BKR geregistreerd.
De financiële problemen bleven niet beperkt tot dit krediet. De consument en haar ex-partner hadden ook andere schulden. Volgens de consument waren de problemen mede ontstaan doordat haar toenmalige partner tijdens de kredietcrisis werkloos was geworden. Kifid benadrukte echter dat de consument, ongeacht de oorzaak, zelf verantwoordelijk bleef voor het nakomen van haar financiële verplichtingen. De oorspronkelijke registratie was daarom terecht.
WSNP en schone lei
Op 1 november 2019 werd de consument toegelaten tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen, de WSNP. Zij doorliep dit traject met succes en ontving op 1 november 2022 een schone lei.
Na de slotuitkering registreerde Hoist:
Ongeveer € 22.000 van de vordering van Hoist was niet betaald en werd afgeboekt. De consument had volgens de commissie echter wel het grootste deel van haar schuld aan Hoist voldaan.
Onjuiste werkelijke einddatum
De geregistreerde werkelijke einddatum van 27 februari 2023 was niet juist. Volgens de vaste lijn van Kifid moet bij een succesvol WSNP-traject de datum waarop de schone lei is verleend als werkelijke einddatum worden geregistreerd.
Dat betekende dat niet 27 februari 2023, maar 1 november 2022 als einddatum moest gelden. Hoist zegde tijdens de behandeling toe deze datum te corrigeren. Kifid legde deze correctie ook in de bindende beslissing vast.
Dringende woonsituatie
De consument woonde met haar huidige partner en kinderen in een huurwoning. De verhuurder verlengde de huurovereenkomst niet, omdat de woning werd verkocht. Het gezin moest de woning daarom in december 2025 verlaten.
Een andere geschikte huurwoning werd niet gevonden. De huidige partner van de consument kocht vervolgens noodgedwongen alleen een appartement van 74 m². In dat appartement woonden:
De woning was daarmee aantoonbaar te klein voor het gezin. De consument wilde samen met haar partner een grotere woning kopen, maar de negatieve BKR-registraties verhinderden dat zij als medeaanvrager in de hypotheek kon worden betrokken.
Financieel herstel
Ten tijde van de behandeling beschikten zowel de consument als haar huidige partner over een vaste baan en voldoende inkomen. Er waren geen aanwijzingen dat de consument na het WSNP-traject nieuwe schulden had gemaakt.
Kifid vond aannemelijk dat de financiële situatie al langere tijd stabiel was en naar verwachting niet op korte termijn ingrijpend zou verslechteren. De consument liet tijdens de zitting bovendien zien dat zij van haar eerdere problemen had geleerd en herhaling wilde voorkomen.
Een hypotheekadviseur had de financiële situatie al beoordeeld. Volgens die beoordeling vormden uitsluitend de negatieve BKR-registraties nog een belemmering voor het verkrijgen van een hypotheek.
Juridische vraag
Mocht Hoist de negatieve BKR-registraties blijven verwerken tot het einde van de reguliere bewaartermijn, of wogen de belangen, rechten en vrijheden van de consument inmiddels zwaarder?
Daarbij speelde tevens de vraag welke datum als werkelijke einddatum in het CKI moest worden geregistreerd.
Technisch juiste registratie is niet automatisch proportioneel
Partijen waren het erover eens dat de achterstandscode A en bijzonderheidscode 3, afgezien van de einddatum, overeenkomstig het Algemeen Reglement CKI waren geplaatst. De registraties waren dus in technische zin juist.
Dat betekent echter niet dat zij zonder verdere beoordeling gedurende de volledige bewaartermijn zichtbaar mogen blijven. Ook een oorspronkelijk juiste BKR-registratie moet gedurende de looptijd noodzakelijk en proportioneel blijven.
BKR-registratie als verwerking van persoonsgegevens
Een BKR-registratie is een verwerking van persoonsgegevens. De rechtmatigheid daarvan wordt beoordeeld aan de hand van de Algemene verordening gegevensbescherming. Kifid baseerde de beoordeling onder meer op:
Na een bezwaar moet de verwerkingsverantwoordelijke aantonen dat sprake is van dwingende gerechtvaardigde gronden die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene. De Hoge Raad heeft bevestigd dat BKR-registraties binnen dit kader aan artikel 6 lid 1 onder f AVG worden getoetst en dat een betrokkene zich kan beroepen op het recht van bezwaar.
Uitspraak
De uitspraak is bindend, omdat beide partijen voor bindend advies hadden gekozen.
Standpunt van Hoist
Hoist stelde dat handhaving van de registraties noodzakelijk was voor:
Hoist wees daarbij op:
Beoordeling door Kifid
Kifid erkende dat kredietregistratie belangrijke doelen dient. Het CKI helpt kredietverstrekkers om verantwoord krediet te verlenen en beschermt consumenten tegen overkreditering. Toch vond de commissie de algemene verwijzing naar deze doelen in dit geval onvoldoende. Hoist moest concreet onderbouwen waarom juist deze consument gedurende de volledige vijfjaarsperiode bescherming nodig had en waarom andere kredietverstrekkers nog steeds voor haar moesten worden gewaarschuwd. Volgens Kifid had Hoist dat onvoldoende gedaan.
Omstandigheden in het voordeel van de consument
De commissie kende vooral gewicht toe aan de volgende omstandigheden.
1. De consument had verantwoordelijkheid genomen
De consument had een zwaar WSNP-traject doorlopen en dat met een schone lei afgerond. Hoewel Hoist een aanzienlijk bedrag had moeten afboeken, had de consument het grootste deel van de schuld wel betaald.
Het succesvol doorlopen van de WSNP liet volgens Kifid zien dat de consument in staat was financiële discipline op te brengen en verantwoordelijkheid te nemen.
2. Er was sprake van langdurige financiële stabiliteit
Sinds de schone lei waren ten tijde van de uitspraak ruim drie jaar en acht maanden verstreken. De consument had een vaste baan, voldoende inkomen en geen nieuwe schulden gemaakt. Haar partner verkeerde eveneens in een stabiele financiële positie.
3. De overige registraties betroffen dezelfde oude problematiek
De twee andere negatieve BKR-registraties waren niet het gevolg van nieuwe betalingsproblemen. Zij hielden verband met dezelfde oude schuldenproblematiek. Deze registraties vormden daarom geen aanwijzing dat de consument recent opnieuw onverantwoord financieel gedrag had vertoond.
4. Het woonbelang was concreet en dringend
Het ging niet slechts om een algemene wens om een woning te kopen of om lagere woonlasten te realiseren. Het gezin woonde met vijf personen, waaronder een baby en twee pubers, in een appartement van 74 m². De consument had daarmee een concreet en zwaarwegend belang bij een grotere en stabiele gezinswoning.
5. Een hypotheekadviseur had de haalbaarheid beoordeeld
De consument had zich al tot een hypotheekadviseur gewend. Uit diens beoordeling bleek dat niet de betaalbaarheid, het inkomen of de overige financiële positie het probleem vormde. Alleen de negatieve BKR-registraties stonden nog aan de hypotheekverlening in de weg.
Beslissing
Kifid oordeelde dat Hoist niet had aangetoond dat sprake was van dwingende gerechtvaardigde gronden om de registraties nog langer te handhaven. Hoist moest binnen twee weken:
De klacht werd gegrond verklaard en de vordering volledig toegewezen.
Geen algemene regel dat een hypotheekbelang altijd voorgaat
Uit de uitspraak mag niet worden afgeleid dat een wens om een hypotheek te verkrijgen automatisch recht geeft op verwijdering van een negatieve BKR-registratie.
De uitkomst berustte op een combinatie van factoren:
Bij een kortere stabiele periode, recente nieuwe schulden, onvoldoende inkomen of een niet-onderbouwde woonwens kan de belangenafweging anders uitvallen.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99