De nationale acceptatieplicht voor contant geld (zoals voorzien in art. 6:113 BW, met een uitvoeringsbesluit met uitzonderingen) zou – volgens de eerdere beleidslijn – per 1 januari 2027 in werking treden. Die planning wordt nu naar achteren geschoven. Niet omdat Nederland de acceptatieplicht niet meer wil, maar juist omdat er Europese wetgeving “aankomt” die hetzelfde onderwerp gaat regelen: de EU-verordening over contant geld als wettig betaalmiddel (in de Kamerbrief aangeduid als het LTCR-voorstel).
Waarom dit uitstel?
De minister legt in de Kamerbrief uit dat er een Raadsakkoord is bereikt over het LTCR-voorstel en dat dit voorstel een algemene verplichting tot acceptatie van contant geld introduceert, met (beperkte) uitzonderingen. Nederland heeft daarbij ingezet op ruimte voor nationale uitzonderingen (bijv. voor onbemande verkooppunten) en ziet die ruimte ook terug in het Raadsakkoord. Als die EU-verordening wordt aangenomen, werkt die rechtstreeks door in Nederland. De acceptatieplicht blijft dan bestaan, maar de juridische grondslag verschuift “van nationaal naar Europees niveau”.
En precies dáár wringt het praktisch: Nederland was bezig met een nationaal uitzonderingsbesluit (internetconsultatie, 121 reacties), maar als de EU-eindtekst straks nét anders uitpakt, moet je mogelijk kort na invoering al weer gaan sleutelen aan die uitzonderingen. In het debat is daarom voorgesteld om de nationale inwerkingtreding van art. 6:113 BW en het uitzonderingsbesluit uit te stellen tot de EU-regels in werking treden. De minister noemt dat passend en stelt voor om wel de consultatiereacties te verwerken, maar te wachten met voorhang totdat de EU-eindteksten beschikbaar zijn.
Kortom: om “gedoe” (dubbele implementatie en herziening) te voorkomen, schuift de nationale datum stilletjes op.
Wat stond er ook alweer in het uitzonderingsbesluit (consultatie)?
In de internetconsultatie over het Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld wordt de systematiek uitgewerkt: contant geld moet worden geaccepteerd bij consumentenbetalingen “aan de toonbank” (tot € 3.000), maar er komen uitzonderingen vanwege veiligheid of omdat contant betalen niet past bij de activiteit.
In de toelichtingen/berichten wordt bijvoorbeeld gewezen op uitzonderingen zoals:
De kernboodschap blijft dus: acceptatieplicht als hoofdregel, uitzonderingen als begrensde “uitwegen”.
Praktijkimpact: waarom dit wél relevant is voor adviseurs (ook eigen woning)
Hoewel dit onderwerp op het eerste gezicht “betalingsverkeer” is, raakt het meerdere adviesdossiers:
Verbouwingen en eigen woning
In verbouwingsdossiers (keuken/badkamer/aanbouw) zie je nog geregeld contante betalingen of discussies over herkomst van geld. De combinatie van:
verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 (Wet plan van aanpak witwassen per 1-1-2026),
én straks een acceptatieplicht (onder voorwaarden), zorgt voor extra vragen in de dossiervorming: wat mag wel/niet, en hoe leg je het vast.
Wwft en (bank)compliance
Contant geld blijft een risicofactor. Ook als er een acceptatieplicht komt, blijven instellingen kritisch op kasstromen, herkomst en transacties die “op papier” niet lekker passen.
Ondernemersklanten
Voor ondernemers is het uitstel dubbel: ze hoeven nu nog niet te investeren in cashprocessen, maar de onzekerheid blijft. Zeker sectoren met veiligheidsrisico’s (horeca/avondopenstelling) willen vooraf weten waar ze aan toe zijn.
Wat kunnen we nu al wél zeggen over de tijdslijn?
Aandachtspunt voor de adviespraktijk
Neem in klantinventarisaties (zeker bij verbouwing/vermogen/ondernemers) standaard mee:
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99