In de Staatscourant is een nieuw Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen gepubliceerd: Besluit van 31 maart 2026, nr. 2026-48474 (Stcrt. 2026, 14092). Dit besluit vervangt het verzamelbesluit van 21 januari 2025 (nr. 2024-375909).
Wat is de headline voor de adviespraktijk?
De belangrijkste wijziging voor veel dossiers is dat de goedkeuringen in:
zijn vervallen.
Dat is een stevige ingreep: juist deze onderdelen boden in de praktijk een beleidsmatige “uitweg” om een fout (te hoge storting, verkeerd overgeboekt bedrag) onder voorwaarden te herstellen zonder dat direct fiscale sancties (zoals afkoop-/deblokkeringsgevolgen) aan de orde kwamen.
Inwerkingtreding en terugwerkende kracht
Het besluit treedt in werking daags na dagtekening van de Staatscourant en werkt terug tot en met 31 maart 2026 (met uitzonderingen voor onderdelen 7.3 en 8 die terugwerken tot 1 januari 2026).
Praktisch punt: bij herstelacties rondom die datum is timing extra relevant. Waar adviseurs eerder reflexmatig naar onderdeel 2.4/2.5 grepen, moet nu opnieuw worden beoordeeld welk regime geldt.
Kennisgroep: standpunt over onderdeel 2.5 ingetrokken (KG:070:2022:20)
In lijn met het vervallen van onderdeel 2.5 heeft de Belastingdienst ook expliciet een kennisgroepstandpunt ingetrokken. De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting trok het standpunt:
KG:070:2022:20 – “Te hoge inleg op lijfrenterekening/ lijfrentebeleggingsrecht binnen drie maanden bij instelling gemeld en behaald rendement”
in. Dit standpunt zag op onderdeel 2.5 van het verzamelbesluit 2025 en is ingetrokken omdat onderdeel 2.5 in het nieuwe besluit 2026 is vervallen.
Let op: in de adviespraktijk werd KG:070:2022:20 regelmatig aangehaald als “bewijs” dat terugstorting (incl. rendement) bij tijdige melding (3 maanden) binnen het beleidskader paste. Dat anker is nu weg.
Wat betekent het vervallen van 2.4 en 2.5 in de praktijk?
1) Herstel van fouten wordt minder “automatisch”
Zonder de expliciete goedkeuringen uit 2.4 en 2.5 is het minder vanzelfsprekend dat een aanbieder/bank/verzekeraar een terugstorting kan doen zonder dat dit wordt gezien als (gedeeltelijke) afkoop of deblokkering met fiscale gevolgen.
Praktische boodschap:
2) Dossiervorming en communicatie naar klant worden belangrijker
Als een klant een fout wil herstellen (te hoge inleg, verkeerde overboeking), is het cruciaal om:
3) Controleer lopende trajecten rond 31 maart / 13-14 april 2026
Door de terugwerkende kracht kan er een grijs gebied ontstaan bij trajecten die al liepen (aanvraag, correspondentie, uitvoering door instelling). Het is verstandig om lopende herstelcases nog eens langs de meetlat te leggen met het nieuwe besluit als uitgangspunt.
Overige wijzigingen in het besluit
Naast het vervallen van 2.4 en 2.5 noemt de Staatssecretaris o.a.:
Advies-checklist (meeneemlijst)
Bij klanten met (mogelijke) foutstortingen of herstelwensen:
Samengevat
Het nieuwe verzamelbesluit (Stcrt. 2026, 14092) is méér dan een redactionele update: het schrapt juist twee onderdelen die in herstelpraktijk veel werden gebruikt (2.4 en 2.5). Daarbovenop is het kennisgroepstandpunt KG:070:2022:20 dat hier direct op leunde, ingetrokken.
Bron: Staatscourant
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99