In Kifid-uitspraak 2026-0026 (bindend advies, 9 januari 2026) stond een klassiek (maar in de praktijk vaak onderschat) discussiepunt centraal: wat is nu precies “de afspraak” over woonlasten/maandlasten, en hoe bewijs je die afspraak achteraf? De consumenten vonden dat het hypotheekadvies niet voldeed aan hun “niet-onderhandelbare” eis: de totale woonlasten moesten lager zijn dan hun eerdere huur. De adviseur verweerde zich vooral met het dossier: klantprofiel, inventarisatie en adviesrapport waarin een maximale (netto) hypotheeklast van € 2.800 was vastgelegd.
De Geschillencommissie wees de vordering af, vooral omdat die “hardere” eis (lager dan de huur) niet uit de stukken bleek en de consumenten na ontvangst van de documenten/offerte niet hadden geprotesteerd.
Feiten van de zaak (chronologisch)
De wens/goal in de stukken: in het inventarisatierapport staat “Maximale hypotheeklasten (netto) € 2.800”.
In het adviesrapport wordt dit herhaald (“netto gewenste maandlast € 2.800”) en wordt zelfs de looptijd gemotiveerd om die gewenste maandlast te halen.
Juridische vraag (kern)
De centrale vraag die Kifid moest beantwoorden was:
Is de adviseur tekortgeschoten in zijn zorgplicht/overeenkomst van opdracht en moet hij de gestelde schade (€ 15.841) vergoeden? Daaronder liggen twee praktische subvragen:
Uitspraak van het Hof (Kifid) – samenvatting en belangrijkste overwegingen
Uitkomst
De vordering wordt afgewezen; de adviseur hoeft niets te vergoeden.
Bewijslast en juridische kapstok
Waarom de consumenten verliezen: “de afspraak” blijkt niet uit het dossier
De consumenten stelden dat “lager dan de huur van € 2.465” een niet-onderhandelbare voorwaarde was.
Maar de commissie vindt daarvoor geen steun in de stukken. In de stukken staat wél dat men maximaal € 2.800 wilde (als maximale hypotheeklast).
Timing en stilzitten weegt zwaar
De adviseur stuurde de documenten op 20 februari 2024, ontvangst werd bevestigd, en als daarin iets niet klopte had het op de weg van consumenten gelegen om dat te melden. Dat is niet gebleken. Ook na ontvangst van de offerte (met de maandlast) is geen bezwaar aangetoond.
Schade (“we zouden anders niet gekocht hebben”) onvoldoende aannemelijk
De commissie vindt onvoldoende aannemelijk dat consumenten van de koop hadden afgezien als zij “de werkelijke” woonlasten hadden geweten; daarmee staat schade onvoldoende vast.
Overige klachten: bruto/netto, “woonlasten” breder, EWR/KEW, WOZ
Consumenten klaagden o.a. dat:
De commissie gaat daar inhoudelijk beperkt op in en oordeelt in de kern: zelfs áls er fouten zouden zijn, hebben consumenten onvoldoende bewezen dat zij daardoor in een betere financiële positie zouden zijn geweest (dus: causaliteit/schade onvoldoende).
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99