Op 1 januari 2017 zijn enkele wetten aangepast, die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we, met betrekking tot de module Basis, daarvan een beknopt overzicht.
Bijna iedereen krijgt te maken met veranderingen die op 1 januari ingaan. Vooral jonge ouders en huizenkopers merken de veranderingen in hun portemonnee. Zo kunnen stellen iets meer lenen bij de aankoop van een huis en gaat het maximale hypotheekbedrag omlaag. De kinderopvangtoeslag stijgt, net als het kindgebonden budget. Daarnaast wijzigt op 1 januari nog een flink aantal andere regelingen. Met de online tool ‘Wat betekent dit voor mij?’ van Wijzer in geldzaken kan elke Nederlander een duidelijk en persoonlijk overzicht krijgen van deze veranderingen.
In dit eindejaarsbesluit is een aantal wijzigingen opgenomen van enkele wetten en uitvoeringsbesluiten op het terrein van de directe belastingen, de indirecte belastingen, het formele recht en de voorkoming van dubbele belasting. De wijzigingen vloeien onder andere voort uit de wijzigingen in formele wetgeving bij het Belastingplan 2017 (BP 2017), Overige fiscale maatregelen 2017 (OFM 2017), de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 (Fvw 2017), de Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen en de Wet aanpassing fiscale eenheid. Voorts betreft het zelfstandige wijzigingen, waaronder aanpassingen van redactionele of van technische aard.
Een consument (klager) heeft de bestaande overeenkomst van hypothecaire geldlening opengebroken en heeft gekozen voor een nieuw rentetarief en een nieuwe rentevastperiode. Consument heeft de Bank voorafgaand aan deze keuze concrete vragen gesteld met betrekking tot de renteontwikkelingen van hypotheektarieven op de markt en het toekomstige beleid van de ECB. Consument heeft gesteld dat deze informatie voor hem essentieel was om tot een weloverwogen beslissing te komen.
De optimistische stemming van kopers en verkopers op de woningmarkt is over zijn hoogtepunt heen. Na bijna vier jaar van onafgebroken stijgingen maakt het consumentenvertrouwen in december een duikeling. De Eigen Huis Marktindicator daalt met 4 punten van waarde 121 naar 117. Sinds het begin van de metingen (in 2004) kwam het maar drie keer eerder voor dat de graadmeter voor de woningmarkt in een maand tijd zo sterk terugliep. Dit meldt VEH.
De Stichting Keurmerk Letselschade gaat per 1 januari a.s. door middel van fusie op in De Letselschade Raad. Door samenvoeging van de bestaande Registers GBL (Gedragscode Behandeling Letselschade) en GOMA (Gedragscode Medische Incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid) van De Letselschade Raad en het Keurmerk Letselschade ontstaat per 1 januari 2017 één overkoepelend kwaliteitsstelsel voor professionele letselschade dienstverleners. Dit nieuwe 'Register Letselschade' vervangt de drie bovengenoemde huidige registers.
De volgende voorbeelden zijn bedoeld ter verduidelijking van de wijze waarop het beroep op en de benutting van de vrijstelling werkt. Ook de regels met betrekking tot de bestedingseis komen aan de orde. Bij de voorbeelden is ervan uitgegaan dat aan de leeftijdseis is voldaan en met betrekking tot schenkingen door dezelfde schenker (of diens partner) niet eerder een beroep is gedaan op een verhoogde vrijstelling, tenzij anders vermeld.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoekt de wijze van berekening van het financieel nadeel van aanbieders bij een vervroegde aflossing van hypotheken. Naar verwachting worden de uitkomsten in het begin van 2017 gepubliceerd.
Het totaal aan huurstijgingen bij woningcorporaties – de huursom - mag volgend jaar niet hoger zijn dan gemiddeld 1,3 procent. Dat is inclusief het optrekken van de huur na een verhuizing. Binnen deze huursomstijging geldt op een individueel niveau een huurverhoging van maximaal 2,8 procent.
Een belastingplichtige stelde dat de Wet IB 2001 een ongeoorloofd onderscheid maakt tussen een meerderjarig kind dat zelfstandig aangifteplichtig is en een minderjarig kind dat niet zelfstandig aangifteplichtig is. Volgens belanghebbende houdt dat onderscheid in dat een meerderjarig kind bij het aangeven van het box 3-vermogen recht heeft op het heffingsvrije vermogen en de algemene heffingskorting en een minderjarig kind waarvan het box 3 vermogen wordt toegerekend aan de ouder die het ouderlijk gezag uitoefent, geen zelfstandig recht heeft op dat heffingsvrije vermogen en die algemene heffingskorting.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.