MijnFintool

Nieuws

Lijfrente-uitkering blijft box 1: geen heretikettering tot spaarsaldo box 3

Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat een uitkering uit een lijfrenteproduct belast blijft in box 1. De belastingplichtige maakte niet aannemelijk dat sprake was van een gewoon spaarsaldo dat tot box 3 behoorde.

De casus
De belastingplichtige sloot in 1993 een financieel product af als aanvulling op zijn pensioen. In 2000 werd dit product beëindigd en werd de afkoopwaarde aangewend als koopsom voor een nieuw product. Vanaf 2009 werd de verzekering premievrij gemaakt, maar de kosten bleven drukken op het beleggingstegoed. Op de einddatum in 2018 kwam een bedrag van ruim € 41.000 beschikbaar. In 2020 keerde ABN AMRO € 41.181 uit en hield daarop € 21.415 loonheffing in.

De belastingplichtige had de uitkering aanvankelijk zelf in zijn aangifte IB/PVV 2020 opgenomen als box 1-inkomen. Later stelde hij echter dat het niet ging om een lijfrente-uitkering, maar om een spaarsaldo. De inhouding van loonheffing moest volgens hem daarom worden teruggegeven. Hij vroeg om ambtshalve vermindering van de aanslag.

Bewijslast bij verzoek om ambtshalve vermindering
Het hof begint bij de formele route. Het ging niet meer om een tijdig bezwaar tegen de aanslag, maar om een verzoek om ambtshalve vermindering. Dan moet de belastingplichtige aannemelijk maken dat de aanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld.

Daarin slaagde hij niet. Uit de stukken bleek juist dat sprake was van een lijfrenteachtig product: er waren premies betaald, een eerdere polis was afgekocht en de waarde was gebruikt als koopsom voor een nieuw product. Daarnaast waren premies in elk geval deels in aftrek gebracht. De belastingplichtige bracht geen polis of voorwaarden in waaruit bleek dat het product fiscaal als gewone spaarrekening of box 3-bezitting moest worden behandeld.

Ook woog mee dat de belastingplichtige de waarde in het verleden niet als spaartegoed of overige bezitting in box 3 had opgenomen. Dat hij teleurgesteld was over de kosten, de opbrengst of de communicatie van de bank, veranderde volgens het hof niets aan de fiscale kwalificatie. De uitkering bleef daarom belast in box 1.

Box 1-lijfrente of box 3-lijfrente
De uitspraak onderstreept het praktische verschil tussen een box 1-lijfrente en een box 3-lijfrente. Bij een box 1-lijfrente kunnen premies binnen de wettelijke ruimte aftrekbaar zijn, maar de latere uitkeringen zijn in beginsel belast. Bij een box 3-lijfrente is de premie niet aftrekbaar en is de uitkering niet belast, maar behoort de waarde tot box 3. Fintool heeft dit onderscheid eerder besproken naar aanleiding van Kamervragen over de verplichting tot het juist invullen van de aangifte.

Arbeidsongeschiktheid voorkomt niet altijd box 1-heffing
In de zaak speelde ook dat de belastingplichtige volledig arbeidsongeschikt was. De inspecteur bracht daarom geen revisierente in rekening over het uitgekeerde bedrag. Dat betekent echter niet dat de uitkering zelf belastingvrij is. De vrijstelling van revisierente bij afkoop wegens arbeidsongeschiktheid neemt de box 1-heffing over de afkoopsom niet weg. Dat onderscheid is in de communicatie naar klanten belangrijk. “Geen revisierente” is niet hetzelfde als “geen inkomstenbelasting”.

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

30 jun 2026

Laatst gewijzigd

30 jun 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1