De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer een actueel overzicht gestuurd van fiscaal regelingen die negatief zijn geëvalueerd. Aanleiding is onder meer de motie-Dassen, waarin is gevraagd om opties uit te werken waarmee de voorgenomen “vrijheidsbijdrage” kan worden verminderd door ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale regelingen af te schaffen of te versoberen. Volgens de brief zijn inmiddels 124 fiscale regelingen geëvalueerd. Daarvan zijn er 55 op ten minste één aspect negatief beoordeeld. Het gaat dan om regelingen die niet of beperkt doeltreffend zijn, niet doelmatig zijn, complex zijn voor de uitvoering of slecht doenlijk zijn voor belastingplichtigen. Samen vertegenwoordigen deze regelingen volgens het kabinet een budgettair belang van circa € 90 miljard.
Voor de adviespraktijk is vooral relevant dat de fiscale eigenwoningregelingen nadrukkelijk in de bijlage terugkomen. In de kleurentabel worden onder meer de hypotheekrenteaftrek, het eigenwoningforfait, de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld — de Hillen-aftrek — en de startersvrijstelling overdrachtsbelasting genoemd. De bijlage vermeldt voor 2026 een budgettair belang van € 11,272 miljard voor de hypotheekrenteaftrek, € -2,807 miljard voor het eigenwoningforfait, € 372 miljoen voor de Hillen-aftrek en € 859 miljoen voor de OVB-vrijstelling voor starters.
Dat betekent niet dat deze bedragen één-op-één “vrijvallen” zodra een regeling wordt geschrapt. Het eigenwoningforfait heeft bijvoorbeeld een negatief budgettair belang in de tabel: het is geen belastinguitgave, maar juist een bijtelling. Ook bij de hypotheekrenteaftrek spelen samenloop, overgangsrecht, gedragseffecten en betaalbaarheid een grote rol. Toch is de politieke boodschap duidelijk: fiscale regelingen met een negatieve evaluatie staan nadrukkelijker dan voorheen op de hervormingsagenda.
Eigen woning: oud dossier, nieuwe druk
De eigenwoningregeling is al jaren een voorbeeld van fiscale stapeling. De hoofdregel — renteaftrek voor een eigenwoningschuld — is inmiddels omgeven door de 30-jaarstermijn, de aflossingseis voor nieuwe schulden, overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden, de bijleenregeling, het eigenwoningforfait, de Hillen-aftrek en diverse partner- en verhuisregels. Juist die stapeling maakt de regeling lastig uitvoerbaar en lastig uitlegbaar.
De Kamerbrief past daarmee in een bredere lijn. Het kabinet wil het belastingstelsel eenvoudiger en doelmatiger maken. In de brief wordt benadrukt dat fiscale regelingen zorgen voor uitzonderingen, en vervolgens weer uitzonderingen op die uitzonderingen. Als regelingen negatief zijn geëvalueerd, schrijven de begrotingsregels volgens de staatssecretaris voor dat het uitgangspunt is om deze aan te passen, om te vormen of af te schaffen. De uiteindelijke politieke weging volgt bij de augustusbesluitvorming; de uitkomst wordt met Prinsjesdag gedeeld.
Voor de hypotheekadviseur is dit geen theoretisch debat. Een ingreep in de hypotheekrenteaftrek raakt direct aan netto maandlasten, maximale leencapaciteit, betaalbaarheid na pensionering en de waardering van bestaande aflossingsvrije leningen. Een ingreep in de Hillen-aftrek raakt juist huiseigenaren met een lage of afgeloste schuld. En een wijziging van de startersvrijstelling overdrachtsbelasting kan koopstarters direct raken bij de aankoopplanning.
Startersvrijstelling: negatief of onzeker?
De startersvrijstelling overdrachtsbelasting staat in de bijlage bij de negatief geëvalueerde regelingen, maar het beeld is minder zwart-wit dan bij sommige andere regelingen. Fintool schreef eerder al dat de differentiatie in de overdrachtsbelasting doeltreffend is bevonden, terwijl de startersvrijstelling zelf deels doeltreffend was. Het kabinet zag geen budgetneutrale variant die de doeltreffendheid significant zou verbeteren. Voor adviseurs blijven de bekende voorwaarden dus onverkort relevant: leeftijd, hoofdverblijf, eenmalig gebruik en woningwaardegrens.
Het risico is vooral dat verschillende grenzen door elkaar gaan lopen. De betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen, de NHG-grens en de woningwaardegrens voor de startersvrijstelling hebben elk een ander doel. Een verruiming van de ene grens betekent niet automatisch een verruiming van de fiscale vrijstelling.
Btw en andere regelingen: breder dan de eigen woning
De lijst is veel breder dan de woningmarkt. Ook diverse ondernemersregelingen, heffingskortingen, energiebelastingregelingen en btw-regelingen staan in de kleurentabel. Bij de omzetbelasting worden onder meer verlaagde btw-tarieven op voedingsmiddelen en water, geneesmiddelen en hulpmiddelen, arbeidsintensieve diensten, personenvervoer, sierteelt en logiesverstrekking genoemd. Ook de btw-vrijstelling voor componisten, schrijvers en journalisten komt terug, met een budgettair belang van € 8 miljoen.
Dat onderstreept dat de € 90 miljard geen “eigenwoningpot” is. De politieke discussie zal gaan over een breed pakket aan regelingen. Wel is de eigen woning door haar budgettaire omvang, zichtbaarheid en complexiteit een logisch aandachtspunt.
Praktijkduiding voor adviseurs
Voor adviesdossiers is het verstandig om de komende maanden rekening te houden met beleidsrisico. Dat betekent niet dat per direct een wijziging in de hypotheekrenteaftrek of startersvrijstelling vaststaat. De brief is vooral een inventarisatie en agendering. Maar de combinatie van negatief geëvalueerde regelingen, de motie-Dassen en de zoektocht naar dekking voor de vrijheidsbijdrage maakt dat fiscale voordelen minder vanzelfsprekend worden.
Voor lopende en nieuwe hypotheekadviezen zijn vooral drie aandachtspunten relevant. Leg bij oudere leningen goed vast wanneer de renteaftrek is gestart en welk overgangsrecht geldt. Maak bij starters duidelijk onderscheid tussen de woningwaardegrens voor de OVB-vrijstelling en andere beleidsgrenzen. En wees voorzichtig met meerjarenberekeningen waarin fiscale voordelen stilzwijgend volledig worden doorgetrokken.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99