De Geschillencommissie van het Kifid kreeg twee zaken voorgelegd waarin het over waterschade ging. Op 8 juli 2019 deed de Geschillencommissie in beide zaken uitspraak. In de eerste zaak waren de hoofdvragen: was de schade voorzienbaar en was er verband met een komende verbouwing. In de tweede zaak ging de vraag vooral over: “was sprake van een constructiefout of een plotseling defect?” Beide zaken samen geven een aantal duidelijke conclusies in het voordeel van verzekerde.
Consument heeft een hypothecaire geldlening bij de Bank. Deze bestaat uit een aflossingsvrij leningdeel en een spaarleningdeel. In verband met de aankoop van een nieuwe woning heeft Consument zich tot de Bank gewend voor het verkrijgen van een nieuwe hypothecaire geldlening. Consument heeft de Bank gevraagd berekeningen te maken voor een hypothecaire geldlening met een rentevastperiode van tien jaar.
Twee consumenten hebben zich bij Kifid beklaagd over het feit dat een kredietverstrekker hun doorlopend krediet niet aflossingsvrij wil voortzetten. Aan nieuwe klanten biedt de bank het product niet meer aan. Voor bestaande klanten wil de bank het product zodanig aanpassen dat klanten naast rente ook iedere maand een deel van het krediet terugbetalen.
Consument en de Bank zijn bij het aangaan van de overeenkomst overeengekomen dat tot meerdere zekerheid voor de aflossing van een hypothecaire geldlening, de rechten uit twee, reeds bij een derde, verzekeraar, afgesloten levensverzekeringen aan de Bank zullen worden verpand. In 2017 is Consument erachter gekomen dat verpanding niet heeft plaatsgevonden. Dit heeft tot gevolg dat de waarde van de verzekeringen aan het einde van de looptijd van de lening niet ‘automatisch’ in mindering op de lening zullen worden gebracht en dat Consument de lening zelf zal moeten aflossen.
Wanneer consumenten tussentijds hun hypotheek oversluiten of rentetarief aanpassen, vraagt de bank een vergoeding voor haar financiële nadeel. Voor de berekening van deze zogenoemde boeterente houden banken zich aan de Leidraad van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze stelt onder meer dat op- en afslagen in de contractrente en de vergelijkingsrente consistent moeten worden toegepast.
Een verkoper heeft betoogd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de (afgehaakte) koper een beroep toekomt op het financieringsvoorbehoud. Dit heeft de verkoper vooral gebaseerd op de stelling dat koper wist, althans had behoren te weten, dat er een A-codering was en dat hij lichtzinnig heeft opgetreden door niettemin de koopovereenkomst aan te gaan.
Een Fintool lezer stelt terecht de vraag of er sprake moet zijn van een annuïtaire aflossing bij een economische verwerving, daar dit niet in de uitspraak van de rechtbank tot uiting is gekomen.
Consument en haar toenmalige partner beschikten over een hypothecaire geldlening en een daaraan gekoppelde beleggingsrekening. Op enig moment hebben zij hun relatie verbroken. Bij akte van verdeling en levering is bepaald dat aan Consument het saldo van de beleggingsrekening van € 13.509,58 toebedeeld wordt.
Consument heeft zich voor hypotheekadvies in verband met de aankoop van een nieuwe woning tot de adviseur gewend. Een gedeelte van de geldlening wordt in de offerte aangemerkt als ‘consumptief’ en niet als zijnde een eigenwoningschuld.
Vorig jaar toonde Vereniging Eigen Huis aan dat de helft van de geldverstrekkers het verduurzamen van de woning bij de aankoop niet stimuleert. Recent onderzoek van de vereniging laat zien dat er sinds vorig jaar weinig veranderd is.
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.