MijnFintool

Nieuws

Opheffen finaal verrekenbeding: toch een schenking?

De fiscale behandeling van huwelijkse voorwaarden leek na enkele belangrijke arresten van de Hoge Raad en de invoering van het nieuwe artikel 11, vierde lid, Successiewet 1956 eindelijk wat overzichtelijker te worden. Rechtbank Noord-Holland werpt echter een nieuwe vraag op: kan het tijdens het huwelijk schrappen van een finaal verrekenbeding een schenking vormen?

Die vraag speelde op de achtergrond van Rechtbank Noord-Holland 21 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5134. De financiële belangen waren aanzienlijk: de Belastingdienst ging aanvankelijk uit van een schenking van ongeveer € 11 miljoen.

Finaal verrekenbeding ingetrokken
De echtgenoten waren buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd. In 2010 namen zij in hun huwelijkse voorwaarden een wederkerig finaal verrekenbeding op. Bij overlijden zou tussen hen worden afgerekend alsof een algehele gemeenschap van goederen had bestaan.

Op 30 juni 2020 werd dit beding uit de huwelijkse voorwaarden geschrapt. Op 22 juli 2020 overleed een van de echtgenoten.

De inspecteur nam aanvankelijk het standpunt in dat met het schrappen van het verrekenbeding afstand was gedaan van een recht op verrekening. Volgens de inspecteur was daardoor sprake van een belastbaar feit voor de schenkbelasting. Omdat de vermeende schenking binnen 180 dagen vóór het overlijden had plaatsgevonden, zou vervolgens ook artikel 12 SW 1956 toepassing vinden. De fictieve verkrijging werd vastgesteld op € 11 miljoen.

Er volgde dan ook zowel een aanslag schenkbelasting als een hogere aanslag erfbelasting.

Belastingdienst trekt zich terug
In bezwaar veranderde de Belastingdienst echter van koers. De aanslag schenkbelasting werd vernietigd en de aanslag erfbelasting werd verminderd met de fictieve verkrijging van € 11 miljoen.

Uit de correspondentie die in de rechtbankprocedure naar voren kwam, blijkt het interne standpunt van de Belastingdienst:

het schrappen van een wederkerig finaal verrekenbeding dat alleen bij overlijden werkt, wordt “op dit moment” niet als schenking gezien.

Juist die woorden “op dit moment” zijn voor de praktijk relevant.

Uit de uitspraak blijkt namelijk ook waarom de Belastingdienst het oorspronkelijke standpunt heeft verlaten. De inspecteur verklaarde ter zitting dat was gesignaleerd dat de notariële praktijk zich er niet van bewust was dat het opheffen van een finaal verrekenbeding volgens de Belastingdienst een voltooide vermogensverschuiving en daarmee een schenking kan inhouden. Veel belastingplichtigen zouden daardoor met schenkbelasting kunnen worden geconfronteerd terwijl zij juist anders waren geadviseerd. Dat werd onwenselijk geacht. Dat klinkt meer als een beleidsmatige terugtocht dan als een definitief fiscaal-juridisch oordeel.

Rechtbank beslist niet over de schenking
Voor de adviespraktijk is bovendien belangrijk wat deze uitspraak niet zegt. De rechtbank hoefde niet inhoudelijk te beoordelen of het schrappen van het finale verrekenbeding daadwerkelijk een schenking vormde. De aanslag schenkbelasting was immers al vernietigd. Het geschil ging vooral over de vraag of belanghebbende recht had op een integrale vergoeding van de hoge advies- en proceskosten. De rechtbank vond niet dat de inspecteur tegen beter weten in had gehandeld. Volgens de rechtbank kon de inspecteur ten tijde van het opleggen van de aanslagen redelijkerwijs menen dat door het opheffen van het beding een voltooide vermogensverschuiving ontstond. De fiscale hoofdvraag blijft dus open.

Waarom ligt een schenking niet direct voor de hand?
Dat echtgenoten door hun huwelijksvermogensrechtelijke afspraken economisch dichter bij elkaar komen te staan, betekent niet automatisch dat sprake is van een schenking. De Hoge Raad besliste op 7 mei 2021 dat het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen, waarin één echtgenoot een aanzienlijk vermogen inbracht, op dat moment geen schenking opleverde omdat geen voltooide vermogensverschuiving had plaatsgevonden. Ook in HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239, leidde het overeenkomen van een ongelijke gerechtigdheid tot een gemeenschap niet onmiddellijk tot een schenking. Fintool wees bij een eerder Kennisgroepstandpunt al expliciet op beide arresten. Bij het opheffen van een finaal verrekenbeding ligt de situatie echter anders dan bij het aangaan ervan. Een echtgenoot kan door het vervallen van het beding een toekomstige aanspraak verliezen terwijl de andere echtgenoot daarvan profiteert. Daarmee komt de vraag naar een voltooide vermogensverschuiving opnieuw op tafel.

Voor een gift moeten echter meer voorwaarden worden beoordeeld. Onder meer moet worden gekeken naar verarming, verrijking, bevoordelingsbedoeling/liberaliteit, de vraag of al een afdwingbare aanspraak bestond en of de vermogensverschuiving daadwerkelijk is voltooid. Ook de aard van het beding en eventuele compensatie tussen echtgenoten kunnen van belang zijn.

Nieuw artikel 11, vierde lid, SW lost deze vraag niet zonder meer op
Sinds 1 januari 2026 kent de Successiewet een nieuwe regeling voor ongelijke breukdelen. Kort gezegd wordt bij ontbinding van een huwelijksgemeenschap of uitvoering van een verrekenbeding het gedeelte dat een echtgenoot méér dan de helft verkrijgt, fictief belast als schenking of erfrechtelijke verkrijging. De maatregel is ingevoerd naar aanleiding van onder andere het arrest van de Hoge Raad van 16 februari 2024. Maar daarmee is nog niet rechtstreeks beantwoord wat er gebeurt wanneer echtgenoten een bestaand, wederkerig finaal verrekenbeding juist schrappen voordat het tot uitvoering komt. Dat maakt de zaak van Rechtbank Noord-Holland voor de praktijk bijzonder relevant.

Kennisgroepstandpunt gewenst
De EstateTip pleit daarom voor een afzonderlijk standpunt van de Kennisgroep Successiewet. Die oproep lijkt terecht vanuit het oogpunt van rechtszekerheid. Een mededeling in een procedure over proceskosten dat een handeling “op dit moment” niet als schenking wordt gezien, biedt een notaris of estate planner weinig houvast voor toekomstige dossiers.

Totdat daarover meer duidelijkheid bestaat, verdient het aanbeveling om een voorgenomen wijziging van huwelijkse voorwaarden waarbij een finaal verrekenbeding vervalt niet uitsluitend civielrechtelijk te beoordelen. Zeker wanneer sprake is van grote vermogensverschillen of wijziging in het zicht van overlijden, behoort de mogelijke schenk- en erfbelasting nadrukkelijk tot de fiscale aandachtspunten.

Bron: EstateTip

Modules & dossiers

Opvoerdatum

06 okt 2026

Laatst gewijzigd

07 okt 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Professionele onderbouwing van jouw klantdossier

Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1