In januari 2026 zetten toezichthouders én sector opnieuw de schijnwerpers op de aflossingsvrije hypotheek. De kern: ondanks jarenlange afbouw is nog steeds circa 45% van de totale Nederlandse hypotheekschuld (deels) aflossingsvrij. Tegelijk loopt een groot deel van deze contracten geconcentreerd af in de periode 2035-2040 (AFM) en nog specifieker 2035-2038 én 2047-2052 (DNB). Dat maakt het onderwerp voor adviseurs nu al actueel: wie te laat begint, ontdekt pas op (of vlak voor) de einddatum dat herfinanciering of aflossen niet meer vanzelfsprekend is.
Waarom 45% zo hoog is (en wat daar waarschijnlijk in zit)
De AFM en DNB spreken over het aandeel van de hypotheekschuld dat “aflossingsvrij” is. DNB benadrukt daarbij dat veel leningen uit een combinatie van een aflossingsvrij leningdeel en een aflossend leningdeel bestaan.
De vraag of spaar- en beleggingshypotheken hierin “meetellen” is begrijpelijk. In de praktijk bestaat een (bank)spaarhypotheek juist uit een aflossingsvrije lening met daarnaast een spaar-/verzekeringselement waarmee op einddatum (een deel van) de schuld wordt afgelost. In statistieken die naar “aflossingsvrije hypotheekschuld/leningdelen” kijken, ligt het daarom voor de hand dat zulke leningdelen wél onder “aflossingsvrij” vallen, ook al is er (mogelijk) wél vermogensopbouw. Dit onderscheid (wel/niet opbouw) zie je niet terug in de korte AFM-tekst, maar het past bij de productdefinities.
Wat verandert er niet: de bekende fiscale en acceptatiekaders
De AFM herhaalt de twee grote “remmen” die al langer gelden:
Kortom: de groei zit ‘m niet in nieuwe productie, maar in de omvangrijke “oude” voorraad en leningcombinaties.
Waar zit de zorg dan wél? Einddatum-risico en herfinancieringsrisico
AFM: klantbelang en betaalbaarheid op lange termijn
De AFM houdt aflossingsvrij al sinds 2016 actief in het vizier en stelt dat aanbieders tijdens de looptijd inzicht moeten hebben in de klantspecifieke financiële situatie. Sinds 2018 loopt er een gestructureerde aanpak met o.a. actieve klantbenadering, betaalbaarheidstoetsen en oplossingsrichtingen. De AFM verwacht dat dit onverminderd doorgaat, juist richting de piek aan einddata. Belangrijkste consumentrisico’s die AFM noemt:
DNB/ECB: risicobeheersing bij banken (onderpand, betaalbaarheid, kapitaal)
DNB benadert het vooral prudentieel: (deels) aflossingsvrij geeft extra risico omdat:
DNB noemt daarnaast expliciet dat banken (samen met ECB) verwachten dat aanbieders risico’s verder beperken via:
NVB: sector onderzoekt “extra maatregelen”
De NVB geeft (via berichtgeving in de vakpers) aan dat hypotheekverstrekkers onderzoeken welke extra maatregelen nodig zijn om risico’s verder te beperken. Daarbij wordt ook teruggegrepen op de campagne ‘Word ook aflossingsblij’ en het feit dat veel klanten al zijn benaderd en actie hebben ondernomen (aflossen, omzetten, extra sparen).
Wat betekent dit concreet voor de adviespraktijk in 2026?
Dit is vooral een timing- en dossierdiscipline-dossier. De piek 2035-2038 klinkt ver weg, maar bij klanten met (bijna) pensioendatum, renteherzieningen, scheiding of inkomensdaling kan het nú al “kantelen”.
Breng de aflossingsvrije component scherp in kaart
Niet alleen “hypotheekvorm”, maar per leningdeel:
Maak het verschil zichtbaar tussen “aflossingsvrij” mét en zónder opbouw
Juist door de 45%-kop ontstaat bij klanten snel paniek of juist schijnveiligheid. Leg uit:
Oplossingsrichtingen: rangorde helpt
Werk in “trappen” (van licht naar zwaar), passend bij klant en betaalbaarheid:
Leg vast: waarom is dit product (nog) passend?
De AFM-lijn is duidelijk: aflossingsvrij kan passend zijn, mits zorgvuldig verstrekt én beheerd, met periodieke toets op betaalbaarheid en tijdige klantcommunicatie. Dat vraagt in het adviesdossier om expliciete vastlegging van scenario’s, zeker richting pensionering.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99