Minister van Financiën Eelco Heinen heeft laten weten dat het kabinet de Wet werkelijk rendement box 3 (beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028) alsnog wil aanpassen, ondanks dat de Tweede Kamer al heeft ingestemd en de Eerste Kamer nog aan zet is.
De aanleiding is de forse maatschappelijke en politieke kritiek op met name één element: het plan om bij bepaalde vermogensbestanddelen (zoals aandelen en crypto) ook belasting te heffen over waardestijgingen zónder verkoop (vermogensaanwas). Beleggers vrezen daardoor een hogere belastingdruk én liquiditeitsproblemen (belasting betalen zonder cashflow).
Waar ging de kritiek precies over?
Uit de berichtgeving blijkt dat de kritiek vooral draait om:
a) Belasten van “papieren winst” (onverkochte waardestijging)
Beleggers in aandelen en crypto waren boos dat ze belasting zouden moeten betalen als de waarde stijgt, ook als er niet is verkocht. In omringende landen wordt waardestijging vaak pas bij realisatie/verkoop belast.
b) Startups en employee shares
Startups belonen medewerkers geregeld met aandelen( opties). Als waardestijging jaarlijks belast wordt, kan dat werknemers raken die (nog) geen verkoopmoment hebben en dus geen liquiditeit.
c) Te strikte “startup-uitzondering”
In het wetsvoorstel zat al een uitzondering: bij bepaalde startup-aandelen zou heffing pas bij verkoop plaatsvinden. Maar volgens critici waren de criteria te krap (o.a. alleen voor jonge bedrijven en beperkte omzetgrenzen).
d) Budgettaire consequenties en systeemspanning
De algemene consensus is dat als een systeem met forfait + tegenbewijslogica blijft doorwerken dit de schatkist fors kan raken: circa € 2,4 miljard per jaar wordt genoemd.
Los daarvan speelt al langer dat Box 3 voortdurend balanceert tussen juridische houdbaarheid, uitvoerbaarheid (ICT/Belastingdienst) en budget. Dat zie je ook terug in de overheidstijdlijn en Kamerstukken rond de route naar 2028.
Wat gaat er nu gebeuren?
De woordvoering namens Heinen is helder over de richting (“aanpassen”), maar nog niet over de preciese inhoud: “Wat Heinen precies wil aanpassen aan het wetsvoorstel is nog onduidelijk.” Wel is duidelijk dat het kabinet hierover het gesprek wil aangaan met zowel Eerste als Tweede Kamer. En de overheid houdt nog steeds vast aan de planning dat het stelsel per 1 januari 2028 ingaat (mits tijdige parlementaire behandeling; in de tijdlijn staat expliciet een harde mijlpaal rond 15 maart 2026 voor aanneming om 2028 te halen).
Wat zijn realistische “knoppen” waaraan kan worden gedraaid?
Omdat de inhoud van de aanpassing nog niet bekend is, hieronder de meest waarschijnlijke oplossingsrichtingen (scenario’s) die aansluiten bij de kritiekpunten:
Meer heffing bij realisatie (verkoop) voor bepaalde categorieën
Denk aan (delen van) aandelen/crypto verschuiven van aanwas- naar realisatieheffing, of een hybride model (aanwas voor liquide beursfondsen, realisatie voor illiquide belangen).
Ruimere en praktischere uitzonderingsregeling voor startups/scale-ups
Bijvoorbeeld versoepeling van de leeftijd/omzetcriteria of een bredere definitie van “kwalificerende” aandelenpakketten bij werknemersparticipaties.
Liquiditeitsmaatregelen
Bijvoorbeeld betalingsregelingen, drempels, of een vorm van “carry forward” bij niet-liquide waardestijgingen.
Anti-arbitrage en uitvoerbaarheid
Elke verschuiving richting realisatie opent ontwijkingsroutes (uitstel van verkoop, stapelen van illiquide structuren). De Kamerbrief-stroom en quickscans benadrukken juist het belang van uitvoerbaarheid en ICT-impact.
Wat betekent dit nú voor de adviespraktijk (2026–2028)?
Belangrijk: tot 2028 blijft de praktijk grotendeels draaien op het huidige box-3-regime (forfaits) én het rechtsherstel/tegenbewijs-traject waar relevant. Praktische punten om in de gaten te houden:
Cliëntcommunicatie: temper verwachtingen. “De wet is aangenomen” betekent in dit dossier niet “klaar”: de Eerste Kamer moet nog behandelen en het kabinet stuurt nu zelf aan op wijziging.
OWR/tegenbewijs (herstel): blijf cliënten met potentieel laag werkelijk rendement wijzen op de mogelijkheden en de bewijspositie (documentatie, rendementsspecificaties, kosten/interest-discussies). De route via overheidstijdlijn en eerdere Kamerstukken laat zien dat het dossier nog lang in beweging blijft.
Aandelenpakketten & ESOP/participaties: bij (startups/scale-ups) is het raadzaam scenario’s door te rekenen: wat als aanwas blijft? wat als realisatie wordt? En wat betekent dit voor liquiditeit bij werknemers? De kritiek in het nieuws maakt dit ineens een “board-level” gesprek.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99