MijnFintool

Nieuws

AFM-boete aanleiding voor bank om rekening op te heffen

In deze bindende uitspraak van de Geschillencommissie Kifid (nr. 2026-0070, 22 januari 2026) staat de vraag centraal of een bank een klant intern mag “markeren” na beëindiging van de relatie, op basis van een AFM-boete die nog niet onherroepelijk is.

De bank, ABN AMRO Bank N.V., heeft de gezamenlijke betaalrekening van een consument opgezegd en zijn persoonsgegevens voor vijf jaar opgenomen op de interne CAAML-lijst (Client Acceptance & Anti-Money Laundering). De consument vindt deze registratie onterecht en disproportioneel en vraagt om verwijdering of in elk geval opschorting totdat zijn bezwaar tegen de AFM-boete is afgerond. De commissie verklaart de klacht ongegrond: de vordering wordt volledig afgewezen.

Feiten van de zaak
De belangrijkste feiten in chronologische lijn:

  • De consument houdt een gezamenlijke betaalrekening aan bij de bank. Op de relatie zijn de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) van toepassing.
  • In september 2024 legt de Autoriteit Financiële Markten de consument een forse boete op wegens medeplegen van overtreding van artikel 2:96 Wft in de periode 5 mei 2017 tot en met 29 oktober 2021.
  • Volgens het AFM-besluit heeft de consument een illegale vermogensbeheerder gepromoot die veel beleggers heeft gedupeerd.
  • In de tweede helft van 2024 voert de bank in het kader van haar klantonderzoek (Wwft) gesprekken met de consument en zijn advocaat.
  • Bij brief van 20 januari 2025 zegt de bank de bankrelatie op en plaatst zij de persoonsgegevens van de consument op haar CAAML-lijst voor de duur van vijf jaar.
  • De consument stelt bezwaar in tegen het AFM-besluit; die procedure loopt nog ten tijde van de Kifid-uitspraak.
  • De consument vordert bij Kifid verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de CAAML-lijst, dan wel opschorting van de registratie totdat op het AFM-bezwaar is beslist. Hij stelt dat de registratie op onjuiste gronden is ingegeven en disproportioneel is.

Belangrijk detail: de consument vraagt bij Kifid niet om herstel van de bankrelatie, alleen om ingrijpen in de registratie.

Juridische vraag
De centrale juridische vraag luidt:

Moet de bank de interne CAAML-registratie verwijderen of opschorten, of is deze verwerking van persoonsgegevens rechtmatig op grond van de AVG, gelet op het doel van de registratie en de belangenafweging tussen bank en consument?

Omdat de registratie rechtstreeks voortvloeit uit de beëindiging van de bankrelatie, beoordeelt de commissie eerst of de bank die relatie mocht beëindigen, onder meer in het licht van haar Wwft-verplichtingen en de opzeggingsbevoegdheid in de ABV.

Oordeel van de Geschillencommissie

Toetsingskader: AVG en gerechtvaardigd belang

Het opnemen van persoonsgegevens op de CAAML-lijst is een verwerking van persoonsgegevens en moet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De commissie stelt vast dat de bank de registratie baseert op artikel 6 lid 1 onder f AVG:

de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke, tenzij de belangen of grondrechten van de betrokkene zwaarder wegen.

De bank moet dus aantonen dat:

  1. zij een gerechtvaardigd belang heeft bij de registratie;
  2. de registratie noodzakelijk is voor dat belang; en
  3. de belangen van de consument niet zwaarder wegen.

Wat is de CAAML-lijst volgens de bank?

De bank licht de CAAML-lijst als volgt toe:

  • Doel: de bank (en haar dochterondernemingen) kunnen onthouden van welke klanten zij afscheid hebben moeten nemen omdat zij niet aan haar wettelijke (Wwft-)verplichtingen kon voldoen.
  • Werking: als een klant binnen vijf jaar opnieuw klant wil worden, wordt de registratie meegewogen bij de beoordeling van een nieuwe aanvraag en de risico-inschatting.
  • De registratie betekent niet automatisch dat een aanvraag wordt afgewezen; het is één factor in de beoordeling.
  • De registratie wordt niet gedeeld met derden; de gevolgen zijn volgens de bank daarmee beperkt.

Dit CAAML-beeld sluit aan bij eerdere Kifid-uitspraken over CAAML-registraties.

Beëindiging van de bankrelatie

Voordat de commissie naar de AVG-toets kijkt, beoordeelt zij eerst: mocht de bank de relatie beëindigen?

Verwijten van de bank
De bank verwijt de consument dat hij:

  • zijn betaalrekening niet heeft gebruikt waarvoor deze is bedoeld, dan wel
  • misbruik heeft gemaakt van de rekening, in de zin van gebruik in het kader van strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor de bank, de reputatie van de bank, of de werking en betrouwbaarheid van het financiële stelsel.

Uit het AFM-boetebesluit volgt dat de consument als finfluencer een illegale vermogensbeheerder heeft gepromoot, beleggers heeft begeleid en daarvoor commissies heeft ontvangen.

De commissie benadrukt:

  • De AFM heeft de consument een forse boete opgelegd.
  • Het AFM-besluit bevat een uitvoerige onderbouwing van de gedragingen van de consument.

Volgens de commissie heeft dit geleid tot een vertrouwensbreuk bij de bank en kon zij het vereiste klantonderzoek op grond van de Wwft niet succesvol afronden.

Daarom mocht de bank de bankrelatie beëindigen:

  • op grond van artikel 5 lid 3 Wwft (als het cliëntenonderzoek niet kan worden voltooid, moet de relatie worden beëindigd);
  • én op basis van haar opzeggingsbevoegdheid in artikel 35 ABV.

De consument voerde aan dat de boete nog niet onherroepelijk is, omdat hij bezwaar heeft ingesteld. De commissie vindt dat de bank desondanks niet hoeft te wachten: het AFM-besluit is in dit stadium voldoende grond voor beëindiging.

Ook weegt mee dat de consument geen zwaarwegend belang bij voortzetting van de relatie heeft gesteld en dat hij elders een betaalrekening heeft, zodat hij niet wordt afgesloten van het betalingsverkeer.

Beoordeling van de CAAML-registratie

Met de beëindiging als uitgangspunt beoordeelt de commissie daarna de rechtmatigheid en proportionaliteit van de CAAML-registratie.

  • De bank heeft volgens de commissie voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij de opname van de persoonsgegevens op de CAAML-lijst: zij wil vastleggen van welke klanten zij afscheid moest nemen omdat zij niet aan Wwft-verplichtingen kon voldoen, zodat zij bij een nieuwe aanvraag een goede risico-inschatting kan maken.
  • De consument heeft zijn belang bij verwijdering daarentegen onvoldoende onderbouwd.

De commissie acht daarbij van belang dat:

  • de registratie alleen geldt binnen de organisatorische groep van de bank; de consument kan dus bij andere aanbieders terecht;
  • de duur van de registratie (vijf jaar) niet evident disproportioneel wordt gevonden; er is geen reden om die termijn te verkorten;
  • de consument bij gewijzigde omstandigheden in de toekomst een heroverweging van de CAAML-registratie kan vragen.

Eindoordeel
De commissie concludeert dat de gerechtvaardigde belangen van de bank zwaarder wegen dan het belang van de consument bij verwijdering of opschorting van de registratie. De vordering wordt daarom afgewezen; de registratie blijft in stand.

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

01 feb 2026

Laatst gewijzigd

09 feb 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1