In deze bindende uitspraak van de Geschillencommissie Kifid (nr. 2026-0070, 22 januari 2026) staat de vraag centraal of een bank een klant intern mag “markeren” na beëindiging van de relatie, op basis van een AFM-boete die nog niet onherroepelijk is.
De bank, ABN AMRO Bank N.V., heeft de gezamenlijke betaalrekening van een consument opgezegd en zijn persoonsgegevens voor vijf jaar opgenomen op de interne CAAML-lijst (Client Acceptance & Anti-Money Laundering). De consument vindt deze registratie onterecht en disproportioneel en vraagt om verwijdering of in elk geval opschorting totdat zijn bezwaar tegen de AFM-boete is afgerond. De commissie verklaart de klacht ongegrond: de vordering wordt volledig afgewezen.
Feiten van de zaak
De belangrijkste feiten in chronologische lijn:
Belangrijk detail: de consument vraagt bij Kifid niet om herstel van de bankrelatie, alleen om ingrijpen in de registratie.
Juridische vraag
De centrale juridische vraag luidt:
Moet de bank de interne CAAML-registratie verwijderen of opschorten, of is deze verwerking van persoonsgegevens rechtmatig op grond van de AVG, gelet op het doel van de registratie en de belangenafweging tussen bank en consument?
Omdat de registratie rechtstreeks voortvloeit uit de beëindiging van de bankrelatie, beoordeelt de commissie eerst of de bank die relatie mocht beëindigen, onder meer in het licht van haar Wwft-verplichtingen en de opzeggingsbevoegdheid in de ABV.
Oordeel van de Geschillencommissie
Toetsingskader: AVG en gerechtvaardigd belang
Het opnemen van persoonsgegevens op de CAAML-lijst is een verwerking van persoonsgegevens en moet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De commissie stelt vast dat de bank de registratie baseert op artikel 6 lid 1 onder f AVG:
de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke, tenzij de belangen of grondrechten van de betrokkene zwaarder wegen.
De bank moet dus aantonen dat:
Wat is de CAAML-lijst volgens de bank?
De bank licht de CAAML-lijst als volgt toe:
Dit CAAML-beeld sluit aan bij eerdere Kifid-uitspraken over CAAML-registraties.
Beëindiging van de bankrelatie
Voordat de commissie naar de AVG-toets kijkt, beoordeelt zij eerst: mocht de bank de relatie beëindigen?
Verwijten van de bank
De bank verwijt de consument dat hij:
Uit het AFM-boetebesluit volgt dat de consument als finfluencer een illegale vermogensbeheerder heeft gepromoot, beleggers heeft begeleid en daarvoor commissies heeft ontvangen.
De commissie benadrukt:
Volgens de commissie heeft dit geleid tot een vertrouwensbreuk bij de bank en kon zij het vereiste klantonderzoek op grond van de Wwft niet succesvol afronden.
Daarom mocht de bank de bankrelatie beëindigen:
De consument voerde aan dat de boete nog niet onherroepelijk is, omdat hij bezwaar heeft ingesteld. De commissie vindt dat de bank desondanks niet hoeft te wachten: het AFM-besluit is in dit stadium voldoende grond voor beëindiging.
Ook weegt mee dat de consument geen zwaarwegend belang bij voortzetting van de relatie heeft gesteld en dat hij elders een betaalrekening heeft, zodat hij niet wordt afgesloten van het betalingsverkeer.
Beoordeling van de CAAML-registratie
Met de beëindiging als uitgangspunt beoordeelt de commissie daarna de rechtmatigheid en proportionaliteit van de CAAML-registratie.
De commissie acht daarbij van belang dat:
Eindoordeel
De commissie concludeert dat de gerechtvaardigde belangen van de bank zwaarder wegen dan het belang van de consument bij verwijdering of opschorting van de registratie. De vordering wordt daarom afgewezen; de registratie blijft in stand.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99