De zaak draait om de vraag of de zogenoemde villatax – de extra hoge bijtelling in het eigenwoningforfait bij dure woningen – en de afbouw van de Hillen-regeling in strijd zijn met fundamentele rechtsbeginselen of het EVRM. Belanghebbende, eigenaar van een woning met een WOZ-waarde van € 2.377.000, klaagt over belastingheffing op fictieve inkomsten die hoger is dan zijn aftrekbare kosten. Hij beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Feiten van de zaak
Juridische vraag
|Is het verhoogde eigenwoningforfait voor dure woningen (villatax) en de afbouw van de Hillen-regeling in strijd met:
Uitspraak van het Hof
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt als volgt:
Geen strijd met gelijkheids- of evenredigheidsbeginsel
De rechter mag wetten in formele zin niet toetsen aan algemene rechtsbeginselen (art. 120 Grondwet). Alleen bij niet verdisconteerde bijzondere omstandigheden kan toetsing plaatsvinden, maar daarvan is hier geen sprake. De wetgever heeft bewust gekozen voor:
Dat deze keuzes nadelig uitpakken voor belanghebbende, maakt ze nog niet onredelijk of ongelijk.
Geen schending EVRM
Het Hof ziet geen schending van artikel 14 EVRM. Belastingplichtigen met een hoge eigenwoningschuld zijn niet vergelijkbaar met iemand als belanghebbende met een lage schuld. Er is dus geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Ook is artikel 1 Eerste Protocol EVRM niet geschonden. De wetgever heeft binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid mogen beslissen dat dure woningen een hogere bijtelling rechtvaardigen vanwege hun beleggingskarakter. Ook belastingheffing over fictieve inkomsten (zoals het eigenwoningforfait) is op zichzelf geen schending van het eigendomsrecht.
Bron: de Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99