Toetsing aan maatstaven ten tijde van totstandkoming verzekering. In het onderhavige geval heeft assurantietussenpersoon aan zijn zorgplicht voldaan. Dat de assurantietussenpersoon tot afkoop heeft geadviseerd acht de Commissie niet bewezen.
Het aan de Commissie voorgelegde geschil betreft in de kern de vraag of Aangeslotene bij de advisering en informatieverstrekking in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon verwacht mag worden.
Bij de beantwoording van deze vraag stelt de Commissie voorop dat de maatschappelijke opvattingen over de voorafgaand aan het sluiten van levensverzekeringen aan aspirant-verzekeringnemers te verstrekken informatie sedert het jaar 1997 een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt hebben, die erop neerkomt dat aan die informatie steeds strengere eisen werden gesteld. De aspirant-verzekeringnemers dienden steeds nadrukkelijker en gedetailleerder te worden geïnformeerd. Bij de beoordeling van de stelling
van Consument dat hij in 1997 door Aangeslotene onvoldoende is voorgelicht over de aan de Verzekeringen verbonden kosten, dient met de zojuist bedoelde ontwikkeling rekening te worden gehouden in deze zin dat niet alle thans geldende maatstaven ook van toepassing zijn op hetgeen indertijd van de tussenpersoon mocht worden verwacht (Commissie van Beroep 2012 – 418).
Tevens bevatten de offertes de voorgeschreven waarschuwingen. Hoewel deze informatie naar de thans geldende maatstaven niet voldoende zou zijn, omdat de hoogte van de kosten niet uitdrukkelijk en afzonderlijk werd gemeld is de Commissie van oordeel dat de verstrekte informatie voldeed aan de destijds geldende maatschappelijke opvattingen en dat Aangeslotene door het verschaffen van deze informatie aan haar zorgplicht jegens Consument heeft voldaan.
Lees hier volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99