Minister K.H. Ollongren heeft gereageerd op Kamervragen over het bericht dat de consument nog steeds ten onrechte kosten betaalt aan verhuurmakelaars. Ook wordt gereageerd op Kamervragen over het bericht ‘Studentensteden sturen brandbrief over huisjesmelkers’ en "huurwoningen zijn vaak onbetaalbaar voor mensen met een middeninkomen".
In een tweetal besluiten zijn eerder uitgebrachte besluiten geactualiseerd.
Daarnaast heeft Minister Koolmees de Eerste Kamer geïnformeerd over een mogelijk onderzoek naar een overbruggingspensioen.
Minister Ollongren informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken met betrekking tot één motie en drie toezeggingen op het gebied van energiebesparing gebouwde omgeving.
De oversluiting valt niet samen met de einddatum van het rentecontract, waarna dit rentecontract overeenkomstig contractuele voorwaarden wordt voortgezet.
Minister Ollongren heeft haar reactie aan de Tweede Kamer op de aangenomen motie over de LTI-leennorm gegeven. In haar brief van 21 november 2017 gaf zij al aan geen aanleiding te zien tot een maand uitstel. In de brief van 8 december 2017 herhaalt zij dit standpunt en wordt de motie feitelijk 'overruled'.
In het Regeerakkoord van Rutte III zijn maatregelen opgenomen die op de woningmarkt aangrijpen. Deze maatregelen betreffen vooral aanpassingen van de fiscale behandeling van het eigen woningbezit. Per saldo pakken de maatregelen negatief uit voor de woonlasten, maar hier staat een bestedingsimpuls als gevolg van een algehele lastenverlichting tegenover. Per saldo zijn de effecten voor de woningmarkt bescheiden.
Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw in de verschenen studie ‘De woningmarkt in het Regeerakkoord; effecten van verschillende beleidsmaatregelen’.
Iedereen die nog niet met pensioen is, krijgt te maken met de stijgende AOW-leeftijd. De gevolgen zijn echter niet voor iedereen hetzelfde. Mensen die verder gevorderd zijn in hun werkzame leven, hebben minder tijd dan jongeren om zich in te stellen op langer doorwerken. In een publicatie van CPB/Netspar wordt hier nader op ingegaan.
Met de Wet werk en zekerheid (Wwz) is per 1 juli 2015 in de Werkloosheidswet (WW) voor alle nieuwe WW-uitkeringen inkomensverrekening ingevoerd. Dit betekent dat met ingang van genoemde datum niet langer de gewerkte uren met de WW-uitkering worden verrekend, maar het inkomen dat met het werk wordt verdiend.
Met het ontwerpbesluit wordt uitvoering gegeven aan de vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet, waarbij oog is voor de financiële belangen van zowel de schuldenaar als de schuldeiser. Uitgangspunt daarbij is dat de uitkomsten van de nieuwe berekening grosso modo aansluiten bij die van het huidige systeem.
In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2018 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.