De huidige eigenaar van een woning heeft het verschil tussen €700.000 (aankoopsom in 2007) en de huidige getaxeerde waarde (€500.000, bestemming bedrijfswoning/dienstwoning) gevorderd bij de verkopers in 2007. De huidige eigenaar is een rechtszaak begonnen omdat op de door verkoper aan koper (huidige eigenaar) verkochte en geleverde onroerende zaak de bestemming ‘dienstwoning’ blijkt te rusten.
Na het overlijden van hun moeder op [overlijdensdatum] 2000 zijn beide zussen op grond van het testament van moeder gezamenlijk eigenaar geworden van de onverdeelde helft van het appartementsrecht. Nadien heeft de vader diens helft verkocht aan de dochters. Beide dochters zijn dan ieder voor 50% eigenaar. Een zus wenst het appartement (vakantiewoning) te verkopen, de andere zus niet.
In geschil bij het gerechtshof is de vraag of een schenking van de ouders van de vrouw met een uitsluiting zijn geschonken aan de vrouw. De vrouw was gehuwd op huwelijkse voorwaarden. De rechtbank had eerder de schenking(en) buiten het gemeenschappelijke vermogen gelaten.
De rechtbank heeft uitspraak gedaan over de vraag of de uitkering uit een levensverzekering toekomt aan de kinderen van overledene of de partner van overledene. Het voormalige echtpaar woonde niet meer samen en overledene had middels een testament de partner onterfd.
Wel is er sprake van een getekende partnerverklaring (weduweverklaring).
Gedaagde heeft een erfafscheiding (schutting) geplaatst, op eigen grond, waardoor een stuk grond dat door meerdere buren gebruikt wordt om bij hun woning te komen (met fiets/scooter/container) smaller is geworden.
Tot de gemeenschap van goederen behoorde de (voormalige) echtelijke woning gelegen aan de [woonplaats]. In 2015 is een verzoek tot echtscheiding ingediend. Op 2 maart 2016 is door de rechtbank de echtscheiding uitgesproken tussen belanghebbende en de ex-echtgenoot. Blijkens de echtscheidingsbeschikking blijft de woning gemeenschappelijke eigendom in afwachting van de verkoop van de woning. Belanghebbende heeft in haar aangifte IB/PVV voor het jaar 2016 het volledige bedrag aan rente in aftrek gebracht.
Een koper heeft niet (tijdig) een bankgarantie gesteld. De verkopende makelaar heeft de koper in gebreke gesteld en gewezen op het ontbreken van de bankgarantie. In de ingebrekestelling heeft de makelaar geen termijn van 8 dagen opgenomen. De verkopende partij stelt de makelaar aansprakelijk voor de schade als gevolg van het niet juist inroepen van de ingebrekestelling.
Volgens de rechter had de verkoper de koper voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst op de hoogte moeten stellen van zijn conflict met de VVE.
In een uitspraak van het gerechtshof wordt nader ingegaan op wat een aanhorigheid is. Dit is van belang door het onderscheid in overdrachtsbelasting (hoge of lage tarief).
Eisers hebben een woning gekocht van de Stichting X. Na aankoop worden er scheuren ontdekt en blijkt dat er sprake is van een constructiefout van het dak. Eisers spreken de Stichting aan tot vergoeding van hun schade.
Combineer de snelheid van onze specifiek op Nederlandse wet- en regelgeving getrainde AI met de diepgaande expertise van vakspecialisten. Fintool biedt de zekerheid van een altijd vakkundig onderbouwd dossier.