Rechtbank Rotterdam heeft op 22 juli 2026 geoordeeld dat assurantietussenpersoon Fidus niet aansprakelijk is voor het feit dat uiteindelijk geen overlijdensrisicoverzekering tot stand is gekomen. De claim van de erfgename — ruim € 328.000 primair — wordt afgewezen. De uitspraak is op 25 augustus 2026 gepubliceerd onder ECLI:NL:RBROT:2026:10255.
De zaak draait om een stamrechtverzekering uit een gouden handdruk. De verzekerde moest bij het bereiken van de AOW-leeftijd de waarde omzetten in periodieke uitkeringen via een lijfrenteverzekering. Bij beide uitgewerkte lijfrentevarianten zou de uitkering stoppen bij overlijden tijdens de looptijd. Daarom is gesproken over een contraverzekering of reguliere overlijdensrisicoverzekering (ORV), bedoeld om te voorkomen dat bij vroegtijdig overlijden het resterende kapitaal economisch “verdwijnt”.
Contraverzekering niet meer mogelijk
Volgens de erfgename had de verzekerde een contraverzekering willen sluiten. De rechtbank gaat daar niet in mee. Partijen waren het erover eens dat zo’n contraverzekering gelijktijdig met de lijfrente en bij dezelfde verzekeraar moest worden gesloten. Omdat de lijfrente bij FlexGarant moest worden ondergebracht en FlexGarant sinds 16 december 2019 geen contraverzekeringen meer aanbood, acht de rechtbank aannemelijk dat een contraverzekering simpelweg niet mogelijk was.
Daarmee verschoof de discussie naar de reguliere ORV. Fidus had daarvoor een voorstel gedaan: € 250.000 lineair dalend, looptijd 12 jaar. De verzekerde tekende op 23 mei 2023 voor akkoord. De aanvraag werd ingediend, maar de vereiste gezondheidsverklaring werd niet ingevuld. Fidus herinnerde de verzekerde daar meerdere keren aan. Op 28 augustus 2023 meldde Fidus dat TAF de aanvraag had afgelegd omdat de gezondheidsverklaring niet was ontvangen.
Geen vordering uit nalatenschap
De erfgename stelde eerst dat Fidus de zorgplicht jegens de verzekerde had geschonden en dat zij die vordering als enig erfgenaam had verkregen. Die redenering strandt op de begunstiging.
In de ingediende ORV-aanvraag stond een standaardbegunstiging. De verzekerde was zowel verzekeringnemer als verzekerde. De rechtbank wijst erop dat de eerste begunstigde — de verzekeringnemer — in die situatie zelf nooit de uitkering kan ontvangen, omdat de uitkering pas opeisbaar wordt door zijn overlijden. De uitkering zou dus niet aan de verzekerde zelf zijn toegekomen. Daardoor kon hij ook geen eigen schadevordering hebben verkregen die vervolgens in de nalatenschap viel.
Geen rechtstreekse zorgplicht jegens onbekende derde
De erfgename stelde daarnaast dat Fidus ook rechtstreeks jegens haar een zorgplicht had. De rechtbank past de bekende Vleesmeesters/Alog-lijn toe: onder omstandigheden kunnen belangen van derden zo nauw betrokken zijn bij de uitvoering van een overeenkomst dat de contractant ook met die belangen rekening moet houden.
Maar in deze casus vond de rechtbank dat onvoldoende onderbouwd. Fidus kende de erfgename niet en wist niet van haar relatie met de verzekerde. Ook was zij niet financieel afhankelijk van hem. Verder bleek uit het dossier dat de verzekerde twijfelde over het nut van de ORV: hij had geen kinderen of partner genoemd, vond de premie zonde en zette uiteindelijk zelf de noodzakelijke stap — de gezondheidsverklaring — niet.
Dat hij achteraf bezien waarschijnlijk meer had geregeld als hij zijn overlijden had zien aankomen, acht de rechtbank begrijpelijk. Maar dat maakt nog niet dat Fidus iets te verwijten valt.
Praktijkles: borg aanvraag én klantactie
Deze uitspraak nuanceert de lijn uit eerdere ORV-zorgplichtzaken. In Fintool is eerder besproken dat een adviseur hard kan worden afgerekend als een geadviseerde en gewenste ORV niet tot stand komt; in Kifid 2025-1020 moest de adviseur € 190.200 vergoeden omdat de klant de ORV uitdrukkelijk wilde en de adviseur het proces niet had geborgd.
Hier lag dat anders. De aanvraag was wél ingediend en de klant was herhaaldelijk gewezen op de ontbrekende gezondheidsverklaring. De tussenpersoon kon niet zelf de medische verklaring namens de klant invullen. Voor de praktijk blijft daarom vooral belangrijk:
Leg per stap vast wie wat doet, wanneer en met welk gevolg. Bevestig schriftelijk dat zonder gezondheidsverklaring geen dekking ontstaat. En rond het dossier af met een duidelijke statusmelding: “aanvraag vervallen, er is dus geen ORV-dekking”.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99