Een koper die een pand niet afneemt en de koopsom niet betaalt, loopt ook bij een financieel gunstige afloop voor de verkoper nog steeds risico op een contractuele boete. Dat volgt uit een arrest van Hof Den Haag. De zaak draaide om de verkoop van een pand met 13 appartementen in Den Haag. De overeengekomen koopprijs bedroeg € 1.200.000 en levering zou plaatsvinden op 31 december 2020. De koper nam echter niet af en betaalde de koopsom niet. De verkoper ontbond de overeenkomst en vorderde een contractuele boete.
Doorlevering liep stuk
De koper wilde het pand kennelijk niet zelf houden, maar doorverkopen. Op dezelfde dag was sprake van een beoogde doorverkoop voor € 1.465.000. Bij de notaris kwam het aanzienlijke prijsverschil tussen de transacties aan de orde. De beoogde opvolgende koper wilde daarna niet meer tegen de afgesproken prijs afnemen.
Volgens de eerste koper lag de oorzaak van het mislukken van de transactie bij de verkoper en/of de notaris. De koper stelde dat zij daardoor niet meer kon nakomen. Ook zou de verkoper hebben geprofiteerd van de situatie, omdat het pand uiteindelijk aan een andere partij werd verkocht voor € 1.250.000, dus € 50.000 meer dan de prijs die met de eerste koper was afgesproken.
Het hof gaat daarin niet mee. De verplichting van de koper tegenover de verkoper was niet afhankelijk gemaakt van het slagen van de doorverkoop. In de koopovereenkomst stond geen voorbehoud dat de koper alleen hoefde af te nemen als zij het pand dezelfde dag kon doorleveren. Dat de verkoper wist dat de koper het pand wilde doorverkopen, was onvoldoende. Zeker bij een zakelijke partij had het volgens het hof op de weg van de koper gelegen om een dergelijk voorbehoud expliciet vast te leggen.
Wwft-vragen notaris
Het hof achtte het bovendien begrijpelijk dat de notaris vragen stelde over het grote prijsverschil tussen beide transacties. Die vragen moeten worden gezien tegen de achtergrond van de Wwft. Dat de opvolgende koper daarna afhaakte, lag volgens het hof in de risicosfeer van de eerste koper.
Ook van belang: de verkoper had de koper op 31 december 2020 nog uitdrukkelijk aangespoord om diezelfde dag af te nemen. De koper deed dat niet. Daarmee was sprake van een tekortkoming. De verkoper mocht de overeenkomst vervolgens buitengerechtelijk ontbinden.
Boete verschuldigd, maar matiging
In de koopbevestiging stond een boetebeding: bij gedeeltelijke of niet-nakoming was de nalatige partij een boete verschuldigd van minimaal 10% van de koopsom. De verkoper vorderde van deze koper € 60.000, zijnde de helft van de totale boete van € 120.000. De andere mede-koper had eerder in een schikking € 15.000 betaald.
De rechtbank matigde de boete tot € 15.000. Het hof vindt ook dat matiging op zijn plaats is, maar komt tot een hoger bedrag: € 25.000 plus wettelijke rente vanaf 13 maart 2021.
Daarbij speelt mee dat de verkoper per saldo financieel gunstig uit de situatie kwam. Hij verkocht het pand uiteindelijk voor € 50.000 meer. Toewijzing van de volledige boete zou daarom volgens het hof leiden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat. Tegelijkertijd wordt de boete niet tot nihil gematigd. De koper was een zakelijke partij, had bewust niet afgenomen en de verkoper had wel degelijk gedoe en kosten als gevolg van de niet-nakoming.
Praktijkbelang
Deze uitspraak is relevant voor adviseurs die cliënten begeleiden bij aankoop, doorverkoop of vastgoedtransacties rond een fiscale of commerciële deadline.
Belangrijke aandachtspunten:
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99