De vijfde voortgangsrapportage monitoring Wet toekomst pensioenen maakt duidelijk dat de pensioentransitie in 2026 een beslissende fase is ingegaan. De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is sinds 1 juli 2023 van kracht en de sector werkt toe naar de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028. Die datum blijft staan. De minister volgt daarmee het advies van de regeringscommissaris transitie pensioenen.
Pensioenfondsen: veel deelnemers al over, maar laatste groep vraagt aandacht
Bij pensioenfondsen is de overgang duidelijk op gang gekomen. Per 1 juli 2026 zijn in totaal 42 pensioenfondsen ingevaren. Daarmee zijn ruim 10 miljoen actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden over naar het nieuwe stelsel. Dat is ongeveer 55% van het totaal aantal deelnemers bij pensioenfondsen.
De resterende pensioenfondsen bevinden zich in verschillende fases. Een groot deel heeft de transitiedatum al vastgesteld en een aanzienlijk deel heeft het implementatieplan ingediend. Voor fondsen die uiterlijk 30 juni 2027 willen invaren, geldt dat 41 van de 42 pensioenfondsen of kringen al een invaarmelding bij DNB heeft ingediend. Tegelijkertijd schuift een groep fondsen door naar de uiterste transitiedatum van 1 januari 2028. Volgens de rapportage gaat het om 33 fondsen of kringen, samen goed voor circa 570.000 deelnemers.
De minister benoemt daarbij specifiek pensioenfondsen die met bijzondere omstandigheden te maken hebben, bijvoorbeeld doordat hun pensioenuitvoeringsorganisatie de nieuwe regeling niet meer wil uitvoeren. Het gaat om minder dan tien pensioenfondsen. In deelnemersaantal is deze groep relatief beperkt, maar voor de betrokken deelnemers is tijdige besluitvorming essentieel.
Verzekeraars en PPI’s: kleine werkgevers moeten nu doorpakken
De grootste zorg zit bij werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI). Per 1 januari 2026 was 32% van de om te zetten regelingen bij verzekeraars en PPI’s aangepast aan de Wtp. Uitgesplitst gaat het om 26% bij verzekeraars en 45% bij PPI’s. Dat betekent dat tot 1 januari 2028 nog circa 44.000 contracten moeten worden omgezet.
Vooral kleine werkgevers lopen risico. De rapportage signaleert dat omzettingen sterk geconcentreerd zijn in de laatste kwartalen van de transitieperiode. Dat vergroot de druk op adviseurs, verzekeraars, PPI’s en werkgevers. De minister waarschuwt dat het niet tijdig omzetten van de pensioenregeling grote financiële gevolgen kan hebben voor werkgever én werknemer. Ook kunnen risico’s ontstaan rond nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen als de uitvoering niet kan worden voortgezet.
Daarom loopt sinds de zomer van 2025 de “Actie Pensioenen Kleinbedrijf” met SZW, VNO-NCW, MKB-Nederland, FNV, het Verbond van Verzekeraars en Adfiz. De aanpak bestaat uit gerichte communicatie richting werkgevers, activering via accountants, belastingadviseurs en boekhouders, en directe benadering door verzekeraars en PPI’s. In het voorjaar van 2027 moeten uitvoerders rechtstreeks contact opnemen met werkgevers die nog onvoldoende stappen hebben gezet. Blijft actie uit, dan volgt ook communicatie richting werknemers.
Voor de adviespraktijk betekent dit dat werkgevers met verzekerde regelingen niet moeten wachten tot het contract afloopt. Inventarisatie, arbeidsvoorwaardelijke besluitvorming, instemmingstrajecten en offerteprocessen kosten tijd. Bovendien kan de capaciteit bij adviseurs in 2027 onder druk komen te staan.
Compensatie: maatwerk blijft uitgangspunt
Een belangrijk politiek aandachtspunt is compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek. Bij pensioenfondsen die invaren, is volgens de rapportage in alle gevallen — al dan niet voorwaardelijk — sprake van een compensatieregeling. Compensatie vindt in 92% van de gevallen binnen de pensioenregeling plaats.
Bij verzekerde regelingen ligt dat anders. Werkgevers met een regeling bij een verzekeraar of PPI kiezen vaak voor eerbiedigende werking: 64% bij verzekeraars en 60% bij PPI’s. In die gevallen blijft voor bestaande werknemers de stijgende premie gelden en is er geen compensatie nodig. Als wél wordt overgestapt van een progressieve naar een vlakke premie, wordt in veel gevallen niet gekozen voor compensatie binnen de pensioenregeling. Compensatie gebeurt dan vaker buiten de regeling, bijvoorbeeld via extra brutoloon.
De minister gaat uitgebreid in op werknemers die door baanwisseling, ontslag, mantelzorg of minder werken mogelijk compensatie missen. Nieuwe wettelijke voorschriften ziet de minister op dit moment niet zitten. De belangrijkste reden is uitvoeringscomplexiteit: achteraf bepalen wie “onbewust” compensatie is misgelopen, is praktisch en juridisch zeer lastig. Ook zou een algemene herstelregeling grote kosten voor het deelnemerscollectief kunnen veroorzaken.
Voor adviseurs en werkgevers is de boodschap helder: informeer werknemers concreet en tijdig over de compensatieregeling en de gevolgen van life events. Denk aan baanwisseling, verlof, arbeidsongeschiktheid, seizoenswerk en tijdelijke onderbreking van pensioenopbouw.
Deelnemers: vertrouwen stabiel, communicatie blijft aandachtspunt
Volgens de deelnemersmonitor is het vertrouwen in het pensioenstelsel stabiel en neutraal. Negen op de tien deelnemers hebben gehoord van de nieuwe pensioenregels. De belangrijkste bronnen zijn het nieuws en de eigen pensioenuitvoerder. Deelnemers zijn over het algemeen tevreden over de informatie van hun pensioenuitvoerder.
Bij de fondsen die al zijn ingevaren, is het aantal contacten met deelnemers beheersbaar toegenomen. Ook klachten en geschillen bij GIP, Kifid en de rechtspraak blijven stabiel. Dat neemt niet weg dat deelnemers vragen en zorgen hebben, vooral over compensatie. De minister benadrukt daarom het belang van duidelijke communicatie, mede via pensioenduidelijkheid.nl.
Een opvallend cijfer is de definitieve pensioenverhoging bij acht pensioenfondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren. Voor ruim 1 miljoen gepensioneerden zijn de pensioenen gemiddeld met 13,5% verhoogd. Ook de pensioenvermogens van actieve en gewezen deelnemers zijn volgens de rapportage in dezelfde orde van grootte verhoogd.
Praktische aandachtspunten voor de adviespraktijk
Voor financieel adviseurs zijn vooral werkgevers met een verzekerde regeling relevant. Controleer tijdig of de bestaande pensioenregeling Wtp-proof is, wanneer het contract afloopt en of sprake is van een progressieve premie die onder eerbiedigende werking kan blijven vallen. Leg ook vast welke keuzes werkgever en werknemers maken over vlakke premie, compensatie en nabestaandenpensioen.
Daarnaast verdient communicatie over compensatie extra aandacht. Werknemers die van baan wisselen of minder gaan werken, kunnen onbedoeld pensioenvoordeel missen. De minister kiest niet voor een generieke wettelijke reparatie. Daarmee wordt goede, tijdige en dossiermatig vastgelegde informatievoorziening belangrijker.
De einddatum van 1 januari 2028 blijft staan. De komende maanden zijn daarom geen voorbereidingsfase meer, maar uitvoeringsfase.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99