De Wet werkelijk rendement box 3 is opnieuw in beweging. Het wetsvoorstel ligt inmiddels bij de Eerste Kamer, maar het kabinet wil het voorstel nog bijslijpen voordat de senaat definitief stemt. Staatssecretaris Eerenberg heeft daarom een pakket met mogelijke verbeteropties in kaart gebracht. De kern: het kabinet probeert de scherpe randen van de vermogensaanwasbelasting te verzachten, zonder de invoering per 1 januari 2028 direct los te laten.
Uit de Kamerbrief blijkt dat het kabinet de kritiek uit beide Kamers “duidelijk gehoord” heeft. In augustus worden de budgettaire, inhoudelijke en uitvoeringstechnische gevolgen van de opties gewogen. Op Prinsjesdag 2026 moet vervolgens een novelle volgen. De staatssecretaris vraagt de Eerste Kamer om het wetsvoorstel pas af te ronden in samenhang met die aanpassingen. De Eerste Kamer had het wetsvoorstel op 16 juni 2026 aangemeld voor plenaire behandeling; de behandeling staat gepland voor 30 juni 2026.
Welke opties liggen op tafel?
De gepubliceerde opties zijn vooral reparerend en verzachtend van aard. Het gaat onder meer om:
Praktijkduiding: dit is geen nieuw stelsel, maar schadebeperking
De opties veranderen de hoofdstructuur van de WWR vooralsnog niet. De basis blijft een heffing over werkelijk rendement, waarbij de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting is. Dat betekent jaarlijkse heffing over reguliere inkomsten, zoals rente, dividend en huur, maar ook over waardemutaties van bezittingen en schulden. De Eerste Kamer vat het wetsvoorstel samen als een stelsel waarin alle voordelen uit box 3-bezittingen en schulden in beginsel worden belast, tenzij een voordeel expliciet wordt uitgezonderd.
Daarmee blijft de belangrijkste kritiek overeind: belastingheffing kan ontstaan zonder dat liquiditeit vrijkomt. Dat speelt vooral bij vastgoed, familievermogens, NSW-landgoederen, start-upbelangen en andere minder liquide vermogensbestanddelen. De nu genoemde opties kunnen verzachten, maar maken van de WWR nog geen vermogenswinstbelasting.
Voor adviseurs betekent dit dat de voorbereiding op 2028 niet stil kan vallen. Juist bij box 3-vastgoed, verhuur binnen familieverhoudingen, buitenlandse onroerende zaken, groen beleggen en grotere beleggingsportefeuilles is dossiervorming nodig. Het dossier is concreet genoeg om in adviesgesprekken mee te nemen, ook al is de wet nog niet definitief.
Doorontwikkeling naar vermogenswinstbelasting: wel de route, niet de oplossing voor 2028
Politiek blijft de beweging richting vermogenswinstbelasting duidelijk. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het belasten van inkomen uit vermogen moet worden doorontwikkeld naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. De staatssecretaris geeft in de brief echter aan dat meer tijd nodig is om te onderzoeken wat daarvoor nodig is, welke keuzes moeten worden gemaakt en welke effecten daarbij horen. De Kamer wordt hierover met Prinsjesdag 2026 nader geïnformeerd.
Dat bevestigt het tweesporenbeleid: per 2028 moet de WWR als tussenstelsel gaan functioneren, terwijl parallel wordt gewerkt aan een stelsel waarin waardestijgingen pas bij realisatie worden belast. Fintool duidde eerder al dat de vermogensaanwasbelasting door het kabinet als tussenstap wordt gezien en dat de doorontwikkeling naar een volledige vermogenswinstbelasting niet afhankelijk is van de evaluatie na drie jaar.
Gevolgen voor de adviespraktijk
Voor de praktijk zijn vooral vier punten relevant.
Wacht niet op Prinsjesdag met inventariseren. De exacte bedragen en regelingen kunnen nog wijzigen, maar de contouren van het nieuwe stelsel zijn duidelijk genoeg om cliënten met box 3-vastgoed, beleggingen en familievermogen te signaleren.
Let op huwelijk, scheiding en eigendomsoverdrachten. Een doorschuifregeling kan veel uitmaken, maar is nog niet zeker. In dossiers met echtscheiding, huwelijkse voorwaarden, OHA of verschuiving van eigendom is het verstandig om scenario’s te maken met en zonder doorschuifregeling.
Verliesverrekening wordt een belangrijk adviespunt. Als één jaar carry-back wordt ingevoerd, kan dat de timing van verkoop, waardering en resultaatneming beïnvloeden.
Groen beleggen blijft onzeker. Een mogelijke heffingskorting kan de fiscale aantrekkelijkheid herstellen, maar adviseurs moeten cliënten duidelijk maken dat dit nog slechts een optie is.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99