MijnFintool

Nieuws

Box 3: kabinet zet ‘verbeteropties’ WWR op een rij — novelle volgt met Prinsjesdag

De Wet werkelijk rendement box 3 is opnieuw in beweging. Het wetsvoorstel ligt inmiddels bij de Eerste Kamer, maar het kabinet wil het voorstel nog bijslijpen voordat de senaat definitief stemt. Staatssecretaris Eerenberg heeft daarom een pakket met mogelijke verbeteropties in kaart gebracht. De kern: het kabinet probeert de scherpe randen van de vermogensaanwasbelasting te verzachten, zonder de invoering per 1 januari 2028 direct los te laten.

Uit de Kamerbrief blijkt dat het kabinet de kritiek uit beide Kamers “duidelijk gehoord” heeft. In augustus worden de budgettaire, inhoudelijke en uitvoeringstechnische gevolgen van de opties gewogen. Op Prinsjesdag 2026 moet vervolgens een novelle volgen. De staatssecretaris vraagt de Eerste Kamer om het wetsvoorstel pas af te ronden in samenhang met die aanpassingen. De Eerste Kamer had het wetsvoorstel op 16 juni 2026 aangemeld voor plenaire behandeling; de behandeling staat gepland voor 30 juni 2026.

Welke opties liggen op tafel?

De gepubliceerde opties zijn vooral reparerend en verzachtend van aard. Het gaat onder meer om:

  1. Tariefverlaging van 36% naar 35%
    Een verlaging met één procentpunt is een relatief eenvoudige parameterwijziging. In eerdere Fintool-duiding was al aangegeven dat vooral “knoppen” zoals tarief en heffingsvrij resultaat nog kansrijk zijn, terwijl echte structuurwijzigingen moeilijker inpasbaar zijn richting 2028.
  2. Verhoging heffingsvrij resultaat van € 1.800 naar € 1.900
    Ook dit is een verzachtende maatregel. Het voorkomt de principiële kritiek op de vermogensaanwasbelasting niet, maar verlaagt wel de heffingsdruk voor belastingplichtigen met beperkt werkelijk rendement. TaxLive noemt deze verhoging expliciet als één van de onderzochte opties.
  3. Eén jaar achterwaartse verliesverrekening
    Dit is inhoudelijk belangrijker. Het huidige voorstel kent verliesverrekening naar de toekomst. Een carry-back van één jaar zou belastingplichtigen meer lucht geven bij sterk wisselende rendementen, bijvoorbeeld bij beursdalingen of vastgoedmutaties. Voor de adviespraktijk is vooral van belang dat dit liquiditeitsproblemen kan verminderen, maar niet volledig wegneemt.
  4. Doorschuifregeling bij echtscheiding en huwelijk
    In het nieuwe box 3-stelsel kunnen verschuivingen rond eigendom, huwelijksgemeenschap of verdeling bij scheiding tot fiscale realisatiemomenten leiden. Een doorschuifregeling kan voorkomen dat belasting wordt geheven terwijl er civielrechtelijk vooral wordt verdeeld of geherstructureerd. Dit sluit aan bij eerdere Fintool-helpdeskonderwerpen over scheiding, OHA, eigendomsverhoudingen en box 1/box 3-schulden: de fiscale etikettering van vermogen en schuld blijft in relatiebreuken een belangrijk aandachtspunt.
  5. Heffingskorting groen beleggen
    Opvallend is dat groen beleggen toch weer in beeld komt. Eerder was juist de lijn dat de fiscale stimulans zou verdwijnen. Herintroductie binnen het nieuwe box 3-stelsel kan politiek aantrekkelijk zijn, maar uitvoeringstechnisch lastig. TaxLive noemt de heffingskorting groen beleggen als optie die nu wordt meegewogen.
  6. Startups en scale-ups
    Ook de voortgang van het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups wordt betrokken. In de Kamerbrief wordt expliciet vermeld dat de nieuwe definitie van start- en scale-ups bij de verdere behandeling kan worden meegenomen.
  7. NSW-landgoederen, partiële buitenlandse belastingplicht en win-winlening
    Daarnaast worden enkele specifiekere opties genoemd, zoals het onder voorwaarden niet belasten van papieren waardestijgingen bij vererving of schenking van NSW-landgoederen, een keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplicht en een fiscale stimuleringsregeling voor particuliere leningen aan mkb-ondernemingen.

Praktijkduiding: dit is geen nieuw stelsel, maar schadebeperking
De opties veranderen de hoofdstructuur van de WWR vooralsnog niet. De basis blijft een heffing over werkelijk rendement, waarbij de hoofdregel een vermogensaanwasbelasting is. Dat betekent jaarlijkse heffing over reguliere inkomsten, zoals rente, dividend en huur, maar ook over waardemutaties van bezittingen en schulden. De Eerste Kamer vat het wetsvoorstel samen als een stelsel waarin alle voordelen uit box 3-bezittingen en schulden in beginsel worden belast, tenzij een voordeel expliciet wordt uitgezonderd.

Daarmee blijft de belangrijkste kritiek overeind: belastingheffing kan ontstaan zonder dat liquiditeit vrijkomt. Dat speelt vooral bij vastgoed, familievermogens, NSW-landgoederen, start-upbelangen en andere minder liquide vermogensbestanddelen. De nu genoemde opties kunnen verzachten, maar maken van de WWR nog geen vermogenswinstbelasting.

Voor adviseurs betekent dit dat de voorbereiding op 2028 niet stil kan vallen. Juist bij box 3-vastgoed, verhuur binnen familieverhoudingen, buitenlandse onroerende zaken, groen beleggen en grotere beleggingsportefeuilles is dossiervorming nodig. Het dossier is concreet genoeg om in adviesgesprekken mee te nemen, ook al is de wet nog niet definitief.

Doorontwikkeling naar vermogenswinstbelasting: wel de route, niet de oplossing voor 2028
Politiek blijft de beweging richting vermogenswinstbelasting duidelijk. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het belasten van inkomen uit vermogen moet worden doorontwikkeld naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. De staatssecretaris geeft in de brief echter aan dat meer tijd nodig is om te onderzoeken wat daarvoor nodig is, welke keuzes moeten worden gemaakt en welke effecten daarbij horen. De Kamer wordt hierover met Prinsjesdag 2026 nader geïnformeerd.

Dat bevestigt het tweesporenbeleid: per 2028 moet de WWR als tussenstelsel gaan functioneren, terwijl parallel wordt gewerkt aan een stelsel waarin waardestijgingen pas bij realisatie worden belast. Fintool duidde eerder al dat de vermogensaanwasbelasting door het kabinet als tussenstap wordt gezien en dat de doorontwikkeling naar een volledige vermogenswinstbelasting niet afhankelijk is van de evaluatie na drie jaar.

Gevolgen voor de adviespraktijk
Voor de praktijk zijn vooral vier punten relevant.

Wacht niet op Prinsjesdag met inventariseren. De exacte bedragen en regelingen kunnen nog wijzigen, maar de contouren van het nieuwe stelsel zijn duidelijk genoeg om cliënten met box 3-vastgoed, beleggingen en familievermogen te signaleren.

Let op huwelijk, scheiding en eigendomsoverdrachten. Een doorschuifregeling kan veel uitmaken, maar is nog niet zeker. In dossiers met echtscheiding, huwelijkse voorwaarden, OHA of verschuiving van eigendom is het verstandig om scenario’s te maken met en zonder doorschuifregeling.

Verliesverrekening wordt een belangrijk adviespunt. Als één jaar carry-back wordt ingevoerd, kan dat de timing van verkoop, waardering en resultaatneming beïnvloeden.

Groen beleggen blijft onzeker. Een mogelijke heffingskorting kan de fiscale aantrekkelijkheid herstellen, maar adviseurs moeten cliënten duidelijk maken dat dit nog slechts een optie is.

Bron: Rijksoverheid

 

Modules & dossiers

Opvoerdatum

22 jun 2026

Laatst gewijzigd

22 jun 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1