MijnFintool

Nieuws

Geen gewekt vertrouwen over aftrek eigenwoningrente

Een belastingplichtige die na echtscheiding in de voormalige echtelijke woning blijft wonen, kan niet zonder meer de volledige eigenwoningrente aftrekken als hij juridisch slechts voor 50% eigenaar is. Ook ontstaat niet snel gerechtvaardigd vertrouwen doordat de Belastingdienst in andere jaren de aangifte heeft gevolgd. Dat blijkt uit een uitspraak van Hof Den Haag van 9 juni 2026, gepubliceerd op 16 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2286.

Belanghebbende is in 2017 gescheiden. In 2020 woont hij nog in de voormalige echtelijke woning. Volgens het Kadaster is hij in dat jaar voor 50% eigenaar van de woning; zijn ex-partner bezit de andere 50% en woont sinds 2018 niet meer in de woning. Pas op 12 december 2022 wordt belanghebbende volledig eigenaar.

In zijn aangifte IB/PVV 2020 brengt belanghebbende rente in aftrek over twee opgevoerde eigenwoningschulden. Het gaat in totaal om € 7.378 aan rente, bij een opgegeven schuld van € 273.991. De inspecteur vraagt om nadere onderbouwing van één van de leningen en om informatie over de eigendom van de woning. Die informatie blijft uit. Vervolgens corrigeert de inspecteur de aangifte en wordt de aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.527.

In hoger beroep draait het vooral om twee vragen. Heeft belanghebbende door het volgen van aangiften in andere jaren gerechtvaardigd vertrouwen mogen ontlenen aan de aftrek van de volledige eigenwoningrente? En was hij in 2020, ondanks de juridische 50%-eigendom, economisch eigenaar van de volledige woning?

Geen vertrouwen door automatisch gevolgde aangifte
Belanghebbende stelt dat de inspecteur zijn aangiften over 2019 en 2021 op het punt van de eigenwoningrente heeft gevolgd. Volgens hem mocht hij daaruit afleiden dat de inspecteur ook voor 2020 de volledige aftrek zou accepteren. Het hof gaat daar niet in mee. Voor gerechtvaardigd vertrouwen is meer nodig dan het enkele volgen van een aangifte. Er moeten omstandigheden zijn waardoor bij de belastingplichtige redelijkerwijs de indruk kan ontstaan dat de inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen. Voor 2019 was daarvan geen sprake. De inspecteur heeft onweersproken gesteld dat de aangifte niet door het systeem is uitgeworpen voor handmatige behandeling en ook niet inhoudelijk is gecontroleerd. Een geautomatiseerde aanslagregeling is dus geen bewuste goedkeuring.

Ook het jaar 2021 helpt belanghebbende niet. De inspecteur had juist tweemaal een voornemen tot afwijking gestuurd vanwege de geclaimde eigenwoningrente. Belanghebbende had vervolgens gevraagd de uitkomst van de procedure over 2020 af te wachten. Dat de aanslag 2021 daarna toch conform de aangifte is opgelegd, berustte volgens de inspecteur op een administratieve fout. Het hof noemt dat wel onzorgvuldig, maar niet voldoende voor gerechtvaardigd vertrouwen.

Economische eigendom niet aannemelijk
Belanghebbende voert daarnaast aan dat hij in 2020 economisch eigenaar was van de volledige woning. De rechtbank had al geoordeeld dat hij dat niet aannemelijk heeft gemaakt. Het hof sluit zich daarbij aan. Van belang is dat belanghebbende en zijn ex-partner in stukken uit 2017 en 2019 andere woningwaarden hadden genoemd dan de waarde die uiteindelijk bij de verdeling is gehanteerd. In 2019 werd nog uitgegaan van € 201.176, terwijl bij de uiteindelijke verdeling € 273.000 werd gehanteerd. Daaruit volgt volgens de rechtbank en het hof dat de waardeverandering van het 50%-deel van de ex-partner niet uitsluitend belanghebbende aanging. Daarmee ontbreekt een belangrijk element van economische eigendom.

Gevolg: de woning kwalificeert voor belanghebbende slechts voor zijn eigen 50%-aandeel als eigen woning. Ook de eigenwoningschuld en de renteaftrek worden dan tot dat aandeel beperkt. Alleen rente die betrekking heeft op het deel waarvan hij eigenaar is, is aftrekbaar.

Praktijkbelang
Deze uitspraak bevestigt twee terugkerende aandachtspunten in echtscheidingssituaties.

Ten eerste: betaalde rente is niet automatisch aftrekbaar bij degene die de rente feitelijk betaalt. Voor aftrek in box 1 moet de woning voor die belastingplichtige kwalificeren als eigen woning en moet de schuld kwalificeren als eigenwoningschuld. Bij onverdeelde eigendom na echtscheiding blijft het eigendomsaandeel dus cruciaal.

Ten tweede: wie zich op economische eigendom beroept, moet dit concreet kunnen onderbouwen. Het moet duidelijk zijn dat de voordelen, lasten én waardeveranderingen van het betreffende aandeel de belastingplichtige aangaan alsof hij eigenaar is. Afspraken in een convenant, verdelingsstukken of andere documenten moeten dat ook daadwerkelijk dragen.

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

28 jul 2026

Laatst gewijzigd

28 jul 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1