De Belastingdienst heeft een nieuw kennisgroepstandpunt gepubliceerd over de vraag hoe erfgenamen in box 3 moeten omgaan met een legitieme portie die op de peildatum (1 januari) nog niet is opgeëist door de legitimaris. Het gaat om standpunt KG:202:2026:4 (publicatiedatum 30 april 2026).
Na overlijden van een alleenstaande erflater is de nalatenschap verdeeld onder de erfgenamen. Een kind is in het testament onterfd (dus: legitimaris). Pas drie jaar later ontdekt dit kind de onterving en eist vervolgens de legitieme portie op. De kennisgroep beantwoordt twee praktische box-3-vragen:
1) Zólang niet is opgeëist: geen schuld in box 3
De kennisgroep is duidelijk: nee, erfgenamen mogen op de peildatum niet “anticiperen” door alvast een schuld in box 3 op te nemen. Reden: er is op dat moment nog geen aanspraak gemaakt en het is dus niet zeker dat de legitieme portie daadwerkelijk wordt opgeëist. Er is daarmee (nog) geen “opeisbare schuld” die je in box 3 kunt opvoeren.
Praktisch gevolg:
Bij de eerste peildatum na overlijden (en de peildata daarna) geven erfgenamen hun aandeel in de nalatenschap aan zonder vermindering voor een mogelijke legitieme-portieschuld, zolang de legitimaris nog niets heeft opgeëist.
2) Wél opgeëist: schuld pas vanaf dát moment — geen terugwerkende kracht
Vanaf het moment dat de legitimaris aanspraak maakt, mag de vordering als schuld in box 3 bij de erfgenamen worden meegenomen. Maar: dit werkt niet terug naar eerdere peildata tussen overlijden en het moment van opeisen.
Praktisch gevolg:
Opeist de legitimaris in jaar X, dan telt de schuld pas mee vanaf de eerstvolgende relevante box-3-peildatum ná het opeisen (afhankelijk van het moment waarop is opgeëist). Eerdere jaren blijven ongemoeid.
Legitieme portie is geen “automatische” schuld
De kennisgroep onderbouwt dit door terug te grijpen op het BW: de legitieme portie is het deel van het vermogen van de erflater waarop een legitimaris aanspraak kan maken (maar dus niet automatisch maakt).
Belangrijk detail uit het standpunt: de legitimaris moet zelf een rechtshandeling verrichten (opeisen) en kan dat uiterlijk tot vijf jaar na overlijden doen (of binnen een gestelde redelijke termijn).
Zonder die actie is er fiscaal gezien nog geen box-3-schuld bij de erfgenamen.
Ook voor de legitimaris geldt: vordering pas in box 3 na opeisen
Het standpunt zegt dit expliciet: de vordering behoort pas tot de bezittingen van de legitimaris als hij aanspraak heeft gemaakt; vanaf de daaropvolgende peildatum moet de vordering dan in box 3 worden aangegeven.
Let op: verschil met (nog) niet geformaliseerde erfbelastingschuld
De kennisgroep maakt een nuttige vergelijking: bij een (nog) niet geformaliseerde erfbelastingschuld kan er wél ruimte zijn om die in box 3 mee te nemen als die schuld al is ontstaan en kan en waarschijnlijk zal worden nagevorderd. Dat is volgens de kennisgroep anders dan bij de legitieme portie, omdat die pas “ontstaat” voor box 3 zodra de legitimaris daadwerkelijk opeist.
Checklist voor de adviespraktijk (box 3 bij overlijden)
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99